Door: Marius Brugman

Cornelisse speelde in zijn carrière meer dan driehonderd wedstrijden in het betaalde voetbal. Toen hij 35 jaar was en vijftien seizoenen als prof erop had zitten, werd het voor hem tijd om zich buiten het voetbal verder te ontwikkelen.

Cornelisse nam in als speler van ADO in 2010 afscheid van het profvoetbal. Eerder speelde hij voor TOP Oss, RKC, NAC en FC Groniingen.

Hoewel hij met veel plezier op zijn loopbaan terugkijkt, mist hij het voetbal niet. “De druk van het moeten presteren dat bij het bestaan van een profvoetballer hoort, is weg. En dat is lekker.” Toen Cornelisse in 2010 stopte, begon hij met een opleiding en werk bij de politie. Zodoende speelde hij tot 2014 nog met het Nederlands politieteam een aantal wedstrijden. Voetballen bij de plaatselijke amateurclub is voor hem echter geen optie. “Ik denk niet dat ik dat kan. Daar ga ik geen voldoening uit halen. Om fit te blijven loop ik drie keer per week hard en doe ik crossfitoefeningen. Sporten en fit zijn is altijd al belangrijk voor mij geweest. Daar ben ik nog steeds gedisciplineerd in.”

Al tijdens zijn voetbalcarrière heeft Cornelisse altijd geprobeerd om zich ook op maatschappelijk gebied en als mens te ontwikkelen. “Als voetballer ben je onderdeel van de club, en word je ook ingezet voor maatschappelijke projecten. Genoeg jongens maakten daar geen tijd voor vrij. Zelf vind ik dat zoiets bij je baan als profvoetballer hoort. Zelf kon ik daar veel voldoening uit halen.”

Voetbal is in Nederland dé nationale sport. Vrijwel iedereen heeft een mening over de voetbalwereld in het algemeen, en er zijn legio vooroordelen over profvoetballers. Cornelisse heeft daar in zijn carrière goed mee om kunnen gaan. “Ik kan de voetbalwereld gelukkig van twee kanten bekijken. Maar vooral als je jong bent kunnen alle vooroordelen over voetballers vervelend zijn. Ik heb zelf altijd geprobeerd gewoon mezelf te blijven.”

Om het welbekende zwarte gat voor te zijn, oriënteerde Cornelisse zich op tijd op zijn maatschappelijke carrière. Hij koos bewust voor een loopbaan buiten het voetbal. “Ik heb er wel over nagedacht om jeugdtrainer te worden. Ik heb met jeugdtrainers gesproken en gevraagd hoe hun werkweken eruitzien. Maar als jeugdtrainer zijn de weekenden natuurlijk nog steeds druk door de wedstrijden die dan worden gespeeld. Ook voor mijn vrouw, dochter en zoon heb ik gekozen om meer vrije tijd te hebben in de weekenden.”

Een selfie van Cornelisse, die tegenwoordig bij de zedenpolitie werkt.

Bij het zoeken van een passende maatschappelijke carrière hielp zowel een beroepskeuzetest als zijn schoonfamilie. “In mijn schoonfamilie heb ik mensen die bij de politie werkzaam zijn. Via hen ben ik me in het politiewerk gaan verdiepen en kon ik mee op surveillance. Het leek mij veelzijdig en afwisselend werk. Inmiddels ben ik werkzaam bij de zedenpolitie.” Bij de politie bleek het maatschappelijk werk als voetballer een goede leerschool te zijn geweest. “Als voetballer kom je in aanraking met verschillende culturen in de kleedkamer. En daarbuiten heb je contact met supporters, bestuurders en sponsoren. Door die ervaringen kan ik als politieman makkelijk met iedereen op straat in contact komen.”

Een keuze tussen zijn voetbalcarrière en maatschappelijke carrière kan de in Alkmaar geboren politieman niet maken. “Ik ben vooral heel blij dat ik allebei kan meemaken. Hoeveel jongetjes lopen er bij amateurclubs rond die dromen van een carrière als profvoetballer? En ik heb dat gewoon kunnen verwezenlijken. En nu kan ik mij in mijn werk als mens ontwikkelen en anderen helpen. Daar haal ik heel veel voldoening uit. Ik kan echt geen keuze maken. Ik ben vooral tevreden dat ik beide carrières kan meemaken.”

Zijn voetbalcarrière leverde overigens nog een paar speciale relikwieën op: een gesigneerd shirt van Juventus-icoon Alessandro Del Piero. Die is overigens niet opgehangen maar ligt gewoon tussen de vele geruilde shirtjes. Daarnaast is er het boek ‘Het Grote Juichen’ waar Cornelisse een eervolle vermelding heeft vanwege de radslag die hij na ieder doelpunt maakte. Als politieman wordt hij er soms nog op aangesproken.