Door Erik Riemens

Het WK is in volle gang. De meeste fans richten zich op de strijd tussen Ronaldo en Messi, de favorietenrol van Duitsland, Spanje of Brazilië en, uiteraard, de videoscheidsrechter. Wilco Hellinga (47) ExProf van SC Heerenveen, waar hij al jaren jeugdtrainer en coördinator van de onderbouw is, kijkt vol belangstelling en ontzag naar Zwitserland. In dat land was hij seizoenen lang actief bij Sankt Gallen en FC Zürich.

Wilco Hellinga, als bevlogen jeugdtrainer bij SC Heerenveen.

In 1996 verliet Hellinga Germinal Beerschot en ging hij voetballen bij Sankt Gallen. In de winter van 1999 kocht FC Nürnberg de Friese middenvelder, maar echt lang actief in Duitsland was hij niet. In de zomer van 2000 verkaste hij naar FC Zürich, waar hij drie seizoenen actief was. In Veendam sloot hij daarna zijn loopbaan af. Hellinga prijst zijn tijd in Zwitserland nog immer. “Af en toe ga ik nog naar Zürich voor een kort verblijf. Het voelt altijd als thuiskomen. Ik heb er goede jaren gehad en kom er nog graag. Mijn uitstapje naar FC Nürnberg was achteraf geen goede beslissing. Dat is een grote club die destijds in de Eerste Bundesliga speelde met een begroting van 40 miljoen. Ze waren gedegradeerd, wilden koste wat het kost terug en kochten heel veel spelers, onder wie mij. Voor mij was het financieel aantrekkelijk, alleen moest ik het niet van mijn fysiek hebben en was er voor mij geen onderscheid in trainingen en wedstrijden. Ik had bij Sankt Gallen moeten blijven. Toen ik daar kwam, stelde die club niet zoveel voor en waren ze amper het amateurniveau ontstegen. Op het moment dat ik naar Nürnberg ging, stonden ze bovenaan en zijn ze dat seizoen kampioen geworden.”

Hellinga maakte die opmars dus mee en zag destijds al de nodige potentie in de nationale jeugdteams. “Toen al liepen er al talentvolle jongens rond. Het enige probleem was hun mentale weerbaarheid. Zwitserland is, zeg maar, een bevoorrecht land waar het allemaal goed geregeld is. Bij een tegenslag wisten de jeugdspelers niet zo goed wat ze moesten doen.” Tegenwoordig is het Zwitsers voetbal van alle markten thuis. Echt grote Europese successen zijn er nog niet geboekt, maar clubs als Grasshoppers, Basel en Young Boys presteren over de grenzen ook meer dan verdienstelijk.

Hellinga vervolgt: “Ik heb jaren bij Heerenveen gespeeld en in 2001 moest Heerenveen voor de Intertoto tegen FC Basel spelen. Foppe de Haan vroeg mij om een analyse. Foppe was nogal onder de indruk van hoe ik Basel had beschreven. Dat had hij niet verwacht en hij zei tegen mij dat het eigenlijk geen probleem moest zijn. Dat was het wel, want Heerenveen verloor twee keer van Basel. Het had ook te maken met het verschil in fysiek. De Zwitserse competitie begint altijd heel vroeg. Tien teams maken deel uit van de competitie. Voor en na de winterstop speel je twee keer tegen elkaar.”

En hoe zit het met het nationale elftal?

Hellinga: “Ze zijn er gewoon weer bij hoor op het WK. En dat is al jaren zo. De kwalificaties liepen ze relatief gemakkelijk door. Het is een energiek team met jonge jongens en de nodige ervaring met aanvoerder Stephan Lichtsteiner, die bij Juventus speelde en nu naar Arsenal gaat. Het is een team dat gezien de aanwezige middelen er het maximale uithaalt. Ze zijn stug, maar ook betrouwbaar, tactisch goed onderlegd en vormen echt één geheel. Dat ze 1-1 speelden tegen Brazilië verbaasde mij eerlijk gezegd niets. Ze zijn altijd in staat om voor een verrassing te zorgen. Ga maar eens tegen Zwitserland spelen, dan merk je dat. Echt, het is een klein landje met een grote potentie.”

*** Vrijdagavond (22 juni) om 20.00 uur: Servië – Zwitserland.