Walter Smak brak nooit door bij Ajax, maar Telstar en Cambuur speelde hij als verdedigende middenvelder nog 281 potjes betaald voetbal bij elkaar. Tegenwoordig is hij (50) juridisch medewerker van de gemeente Medemblik.

Samen met onder andere Marcel Keizer, Richard Sneekes en Desmond Gemert behoorde Smak ooit tot de toptalenten van Ajax. Met het tweede behaalde hij in 1988 nog de kwartfinale van de KNVB-beker. Ze versloegen onder meer FC Groningen, Sparta en FC Utrecht. Maar uiteindelijk kwam Smak tot slechts twee potjes in de hoofdmacht van de topclub. “Ik was gewoon niet goed genoeg.” Dat hij toch heeft gedebuteerd, had mede te maken met wat psychologische oorlogsvoering van trainer Johan Cruijff. “Hij had bonje met linksbuiten Rob de Wit. Cruijff liet mij spelen om De Wit op de bank te kunnen zetten.”

Telstar in het seizoen ’89-’90 met Walter Smak staande in de middelste rij helemaal rechts. Naast hen (in het pak) voormalig Ajax-topschutter Ruud Geels.

Smak verliet Ajax in 1987 en hij werd semiprof bij Telstar, toen al spelend in de Eerste Divisie. Daar werd hij linker ‘omgeturnd’ tot middenvelder. Bij Ajax was hij door Jany van der Veen vanuit Medemblik nog binnengehaald als een intuïtieve, Piet Keizerachtige linksbuiten, “Veel meer mijn eigen positie, want ik miste snelheid. Als ik bij Ajax linksback, linkshalf of centrale verdediger was geweest, had ik een grotere kans gemaakt op een doorbraak.”

Toch kijkt Smak niet in wrok om. Het is zoals het is. In het gemeentehuis van Medemblik weet ook bijna niemand dat hij ExProf is geweest. Het maakt hem niks uit. De jurist vindt het best leuk om te spreken over het samenspelen met Bryan Roy of het spelen van buitenlandse toernooien, maar hij begint er uit zichzelf eigenlijk nooit over. En het is ook al erg lang geleden.

Na zijn overgang naar Telstar combineerde hij zijn voetballoopbaan met een studie Nederlands recht aan de Universiteit van Amsterdam. ‘s Ochtends studeren, ‘s middags trainen en ‘s avonds weer studeren. Dat Smak het vwo en een universitaire studie volgde, maakte hem in de voetbalwereld een buitenbeentje. “Ik kon volgens mijn teamgenoten nooit een tactische fout maken, omdat ik een speler met een koppie was, zeiden ze. En ik moest altijd in de spelersraad. Later ben ik ook vaak aanvoerder geweest.” En natuurlijk werd Smak ook wel eens geplaagd met zijn opleiding. Vervelend heeft hij dat nooit gevonden. “Het hoort erbij, ik kon het goed hebben. Ik ben blij dat ik na mijn loopbaan iets had om op terug te vallen.”