Rob van Moorsel, 49 jaar oud, is docent op het SUMMA College in Eindhoven. Bovendien runt hij het De VoetbalShirtWeek, een actie voor mensen met ALS te steunen.

Rob van Moorsel (rechts) met zijn held Vincent Kompany.

‘In eerste instantie vond ik Vincent een beetje arrogant. Hij liep met een bepaalde flair over het veld dat mij deed denken aan Franz Beckenbauer. Je weet wel, met zo’n kaarsrechte rug, het koppie omhoog. Maar tegelijkertijd zag je dat Kompany heel veel kwaliteit had. Hij debuteerde niet voor niets al op 17-jarige leeftijd voor Anderlecht. Al snel werd hij gezien als de verlosser. Eindelijk brak er weer eens iemand met kwaliteiten door in België. Want je moet weten dat het Belgisch voetbal in die tijd op zijn gat lag. Het was armoe troef. Onze nationale ploeg was niet om aan te zien; ze plaatsten zich nooit voor een EK of WK.

Ik heb Kompany een paar keer ‘live’ zien spelen. Altijd verdedigde hij als de ‘patron’, de baas. Maar hij bezat ook de kwaliteiten om mee naar voren te gaan, zelfs te scoren. Eigenlijk zoals Matthijs de Ligt bij Ajax deed. Nee, man, Kompany was echt het licht in de duisternis. Samen met Thomas Vermaelen bracht hij verandering in het Belgisch voetbal. Kompany was ook echt een professional. Het deed mij als fan van Anderlecht natuurlijk pijn toen hij – al na drie jaar – naar HSV in Duitsland vertrok. Maar ja, hij was te goed voor België, hè! Dan moet je eerlijk zijn. Bij HSV speelde Kompany onder andere met Nigel de Jong en Rafael van der Vaart. Gelijk was hij daar een dragende verdediger. Jammer genoeg kreeg hij met trainer Huub Stevens een conflict. Kompany wilde naar de Olympische Spelen, maar dat wilde Stevens niet. Hun relatie was daarna zo naar de klote dat hij al snel naar Manchester City vertrok.

Zoals bekend is Kompany – als ExProf – weer terug bij Anderlecht, ook al is dat in een andere functie. Anderlecht slaat meestal voorafgaande het seizoen zijn trainingskamp in Nederland op. Vorig jaar wist ik dat ze in Venlo zaten, alleen wist niemand waar. Anderlecht wilde dat niet laten weten. Ik herkende hun hotel op een foto, en via StreetView kwam ik erachter wat het adres was. Ben ik naar dat hotel gegaan. Iedereen zei van niets te weten, maar ik wist wel beter. Uiteindelijk heb ik via de materiaalman geregeld dat ik Kompany na al die jaren eindelijk eens persoonlijk ontmoette. Ze trainden in het stadion De Koel van VVV. Ook nu kwam Kompany weer als laatste van het veld. Gelukkig deed hij helemaal niet moeilijk over een fotootje. Marco Bogers, algemeen directeur in Venlo, maakte van de gelegenheid gelijk gebruik. Nu ik het ijs had gebroken, wilde hij ook met Kompany op de foto.’