Gaston Taument, Harry van der Laan, John Metgod, Ed de Goeij, Ruud Heus… Zomaar wat namen uit de selectie van Feyenoord in de begin jaren negentig. Maar ook John de Wolf zit erbij. En die heeft die dagen nog wat goed te maken bij zijn teamgenoot Regi Blinker…

‘Het was die dag dat ik opeens een heleboel knallen van vuurwerk in mijn tuin hoorde. Gelijk liep ik met een knuppel naar buiten. Ik zag een Opel GSI wegscheuren en kon nog net zijn kenteken onthouden. Een paar dagen later zag ik na een training van ons dat het de auto van Regi Blinker was geweest. Ik vond het allemaal leuk en aardig, maar eens zou de dag komen dat ik wraak zou nemen.

Zo ging er een tijd overheen voordat ik een plan bedacht. Samen met Henk Fräser en een vriend van hem zouden we Blinker in zijn huis gaan overvallen. We namen een neppistool, een honkbalknuppel en wat vuilniszakken mee. Dat Regi zijn vrouw nog thuis was, viel even tegen. Maar Paul Nortan, die bij hun aan de overkant woonde, deed graag mee. Die zou zijn vrouw naar zijn huis lokken. Zo gebeurde.
Fräser, die vriend van hem en ik slopen om Regi’s huis naar de achterkant, en stelden elkaar de vraag wie hem de eerste klap zou uitdelen. Onze bivakmutsen op slopen wij zijn tuin in. Wat bleek? Terwijl wij dachten dat hij beneden was, stak hij vanuit het raam boven opeens zijn kop naar buiten. Toen hij ons zag, wist hij niet hoe gauw hij zijn raam en luxaflex dicht moest doen.
Wij naar binnen en bonken op die slaapkamerdeur. ‘Doe open,’ schreeuwde die vriend van Henk, die speciaal was meegekomen omdat hij de stemmen van mij en Fräser toch wel zou herkennen. Half huilend riep Blinker van: ‘Waarom ik dan? Waarom?’

Paul Nortan, die dus ook in het complot zat, kwam ook schreeuwend zijn huis in. Drie keer smeekte Blinker of we echt weg waren? Niet dus. Zodra hij zijn slaapkamerdeur opende, besprongen we hem op zijn bed, de bivakmutsen nog op. Hij scheet letterlijk in zin broek. Ik heb nog nooit eerder een donkere jongen zo wit zien worden. En, nadat we onze bivakmutsen afzetten, nog nooit iemand zo blij…’