Door Maarten Bax

Het is alweer dertig jaar geleden dat Erik Willaarts de Utrechters zowat in zijn eentje Europa in schoot. De spits scoorde in de allesbeslissende nacompetitiewedstrijd tegen Roda JC (4-2) drie van de vier goals. “Eugène Hanssen wordt ’s nachts nog steeds gillend wakker,” lacht Willaarts, inmiddels 55 jaar en mede-eigenaar van de Keukengalerie in Woudenberg.

Erik Willaarts, actief in zijn eigen keukenspeciaalzaak.

Het is vandaag een soort van rustdag in Woudenberg, een plaatsje iets ten oosten van Utrecht. Iedereen geniet van de zon, veel mensen hebben vakantie. Willaarts heeft dan ook tijd genoeg om zijn verhaal te doen. “Morgen hang ik het bordje  ‘Gesloten in verband met bedrijfsuitje’ op de voordeur. Dat ga ik stiekem lekker met mijn familie even een weekendje uitwaaien in Zeeland. Ik vind het wel mooi zo. Het bedrijf loopt prima. Bovendien werken we eigenlijk alleen op afspraak.”

Tussen de  uitgestalde keukens in vertelt Willaarts dat hij dit bedrijf nu alweer vijftien jaar runt, samen met zijn zwager, Arno van Wolfswinkel. “Het bedrijf is al ouder, hoor. Mijn vader begon hier veertig jaar geleden mee.” Willaarts doet inmiddels de verkoop. “Ik geef een paar kasten mee en Arno maakt er een keuken van. Zo moet je het zien,” lacht hij. “Ik kan zelf helemaal niks, met mijn twee linkerhanden, dus ik ben heel blij met mijn zwager.” Diezelfde zwager is de vader van Ricky van Wolfswinkel, de spits van Vitesse die het seizoen ’16-’17 op de tweede plaats op de topscorerslijst van de eredivisie eindigde.

Zelf stond Willaarts ooit ook tweede op de topscorerslijst, in 1986-1987. “Na Marco van Basten. Ik schoot er in de competitie 25 in, hij een paar meer (zes, red.). Maar ik begon pas halverwege september te spelen. Ik was overgekomen van de amateurclub Woudenberg. Eerst wilde FC Wageningen me hebben. Daar kon ik 200 gulden per maand gaan verdienen. Heb ik toch maar niet gedaan, haha. En toen kwam Nol de Ruiter. Die had me al een tijd gevolgd en zag het wel in mij. Grappig, van de honderd scouts zouden er tachtig niet naar mij omkijken, tien zouden twijfelen en er zouden er misschien tien interesse tonen. Hoe dan ook: toen ben ik dus naar Utrecht gegaan, al moest ik nog wel even tien kilo afvallen.”

Willaarts was al snel het mannetje in Utrecht. “John van Loen maakte een beetje oorlog in het strafschopgebied en ik schoot ze er in,” klinkt het bescheiden. “Echt, alles vloog er in. Dan kwam er weer een bal van iemands kont die ik er vervolgens intikte, de volgende keer rolde de bal via de lat en de paal over de achterlijn. Ik werd eigenlijk pas wakker toen ik in Duitsland aankwam.” Borussia Mönchengladbach klopte aan de deur. Het salaris was een stuk beter, al hield Willaarts er niet genoeg aan over om te kunnen rentenieren. “Nee, je verdiende lang niet zoveel als nu. Jammer, niet meer dan dat. Ik vind het heerlijk om een eigen zaak te runnen.”

Van Wolfswinkel en Willaarts, behalve familie ook collega-topschutters.

Hij zegt  als profvoetballer een fantastische tijd te hebben meegemaakt, als was het maar zeven jaar: een jaar in Duitsland, twee bij FC Utrecht en bij FC Dordrecht, en daarna nog drie jaar bij Go Ahead Eagles voetbalde. “Ik was laat begonnen, op mijn 25e. Voor die tijd werkte ik als manusje-van-alles op een architectenbureau. Ik heb dus lekker kunnen stappen, ik heb profvoetbal gespeeld en ik heb een eigen bedrijf. Wat wil je nog meer in je leven? Nee, voetballen doe ik nauwelijks meer. Alleen eens in vijf, zes weken bij de veteranen van Woudenberg. Een functie als spitsentrainer heb ik er niet, hoor. Man, ik deed alles op intuïtie. Die jongens van het eerste hebben nu meer techniek dan ik vroeger had. Met onze zaak sponsoren we de club een beetje; dat is alles.”