Door Erik Riemens

Berthil ter Avest dartelde en drentelde in de jaren negentig langs menig zijlijn. De linkspoot was actief bij FC Twente, Roda JC, FC Groningen en De Graafschap. Ook keek hij over de grens bij Borussia Münchengladbach. Nu is Ter Avest hoofdtrainer van Bon Boys uit Haaksbergen, een zondag tweedeklasser die onder zijn leiding een titel behaalde en nu de status van een subtopper geniet.

Berthil ter Avest is tegenwoordig trainer.

Ter Avest (47, Enschede) begon zijn sportieve loopbaan ooit bij SVZW in zijn toenmalige woonplaats Wierden. Hij viel al snel op. Toen hij vijftien jaar was lijfde FC Twente hem in. Ter Avest speelde daar vier jaar in de jeugd en, verdeeld over twee periodes, in totaal acht jaar in het eerste. Zijn debuut maakte hij op 24 december 1989 uit bij Willem II.

De recente Twentse teloorgang doet hem veel. “Het raakt mij best wel, want Twente is toch mijn club. Vorig seizoen konden ‘we’ het nog redden met huurlingen, die het best goed deden. Dat was dit seizoen niet zo. De ellende is al jaren geleden begonnen. Je zou kunnen zeggen dat ze het er zelf naar gemaakt hebben. Misschien is het wel goed zo.”

Ook bij andere clubs heeft Ter Avest nog wel een verhaal. Bij De Graafschap bijvoorbeeld, waar hij in 2003/2004 een half seizoen actief was. “We degradeerden dat jaar, ik kwam er later bij en dat was eigenlijk te kort, maar het is een mooie club. Dat gold ook voor FC Groningen. Daar heb ik een goed tijd gehad. Roda volg ik nog wel met extra belangstelling nu ze nacompetitie spelen. En Gladbach… Ja, dat was ook heel bijzonder. Echt, een hele grote club. Het Feyenoord van Duitsland, maar dan keer twee. Wat een aanhang! Ook privé hebben we het daar heel goed gehad.”

Ter Avest beëindigde zijn sportieve loopbaan in het shirt van De Graafschap.

Onder meer door blessureleed, hield Ter Avest het na De Graafschap voor gezien. “Ik stopte toen ik 32 jaar was, omdat ik wel klaar was met al die verplichtingen om het voetbal heen. Vervolgens heb ik tien jaar lang niets met voetbal te maken gehad. Twente informeerde wel eens of ik wat voor de jeugd wilde doen, maar ik had net met mijn vrouw een bedrijf in bloemenkaartjes opgestart.”

Net toen hij thuis het gesprek begon om weer wat te gaan doen in de voetballerij, belde Paul Krabbe. De trainer – die ooit FC Zwolle naar de titel leidde in de eerste divisie – was actief bij SVZW en zocht een assistent die de vereniging kende. Dat werd Ter Avest. Hij deed het vier jaar, haalde zijn trainersdiploma’s TC 2 en TC 3 (“Dat mag je als ex-prof in één jaar doen.”) en was nog even eindverantwoordelijke toen Krabbe ontslagen werd. Ter Avest: “Die periode was wel een eyeopener. Eindverantwoordelijke en op eigen benen staan. Naast die verantwoordelijkheid en dat de groep ook echt van jou is, maak ik mij als hoofdtrainer ook drukker over allerlei dingen. Als ik echt nog wat wil als trainer, moet ik TC 1 ga doen. Alleen, ik kijk er niet naar uit. Het kost veel tijd en niet alles wat voorbijkomt in de cursus spreekt mij aan. Ik ben daar nu nog niet uit. Eerst maar eens ervaring doen, want ik ben als trainer nu nog maar ruim vijf jaar actief. Noem mij een laatbloeier. Ik vind mezelf wat dat betreft nog een broekie.”