Door Marius Brugman

Stanley Brouwer

Wie op het internet op de naam Stanley Brouwer zoekt, vindt als eerste zoekresultaat een artikel met de kop ‘Stanley Brouwer, niet geslaagd als profvoetballer’. Dat is echter niet helemaal waar. Brouwer speelde voor Telstar, Haarlem en Cambuur, maar stopte op zijn 24e als profvoetballer. Hij voelde zich niet thuis in de voetbalwereld.

Brouwer heeft zojuist een middag meegevoetbald met de ExProfs van Telstar voor het Jeffrey Hubregtse FUN-toernooi. Met natte haren van het douchen en een biertje in zijn hand analyseert Brouwer zijn carrière. “Op mijn zeventiende debuteerde ik in het betaald voetbal. Ik had een grote mond en was niet bang om te zeggen wat ik dacht. De voetbalwereld is geen leuke wereld. Veel mensen die werkzaam zijn in het voetbal zijn niet oprecht, daar heb ik mij destijds aan gestoord.” Dat was voor Brouwer de reden om te stoppen als profvoetballer.

De Amsterdamse tongval verraad Brouwers achtergrond. Vlakbij de Albert Cuypmarkt groeide hij op, en tegenwoordig woont hij nog steeds in de buurt van Amsterdam. De jonge Brouwer wilde maar één ding: voetballen. School en studie waren niet aan hem besteed. Lachend omschrijft hij zichzelf als ‘iemand die in de praktijk beter kan leren dan uit boeken’. Vanaf zijn laatste tienerjaren heeft hij altijd gewerkt. Nadat zijn carrière vroegtijdig tot een eind was gekomen, kon hij aan de slag op de marktkraam van zijn vader. Enkele jaren verkocht hij samen met zijn vader groente en fruit. Vervolgens heeft hij nog een tijd bij een spiegelbedrijf gewerkt, en tegenwoordig heeft hij zijn eigen schoonmaakbusiness. Maar als het aan Brouwer zelf ligt, keert hij nog wel terug in het voetbal, ditmaal als amateurtrainer. “Ik heb mijn TC2 en TC3 gehaald, dus ik mag hoofdtrainer zijn tot en met de tweede klasse van de amateurs.” Over of hij nog wil doorgroeien in het trainersvak is hij reëel. “De benodigde diploma’s zijn erg duur, dat is voor mij niet te betalen. En om de diploma’s te halen moet je veel studeren, dat is ook niet mijn sterkte punt.” Maar zodra de oud-verdediger een goede kans krijgt om zijn werk te combineren met het trainersvak, wil hij die pakken.

Brouwer (staand, een na links) trapt nog regelmatig een rondootje met o.a. Sjaak Swart, Olaf Lindenbergh, Henk Wisman, Danny Muller, Leo van Veen en anderen.

Zelf voetbalt Brouwer tegenwoordig alleen nog met een select clubje, onder wie Sjaak Swart. “Twee maal per week spelen we een rondootje, maar ik voetbal niet meer voor een amateurclub.” Over zijn kwaliteiten als voetballer is de voormalig voorstopper duidelijk: “Ik wist redelijk snel wat ik wel, en wat ik niet kon. Het was mijn taak om de ballen af te pakken, en die vervolgens zo snel mogelijk bij teamgenoten weer in te leveren.” Lachend voegt hij daar aan toe: “Ik kon ook wel tackelen. Eigenlijk raakte ik gewoon alles wat bewoog.” Maar een middag voetballen met ExProfs vindt hij eigenlijk leuker dan zijn bestaan als profvoetballer. “Dit gaat gewoon om de gezelligheid, en daar kan ik van genieten. En de kleedkamerhumor hoort daar natuurlijk ook bij. Ik was zojuist nog het slachtoffer.” De klassieke grap: “ik wilde mij afdrogen, maar iemand had vlak voordat ik de douche uit stapte nog shampoo op mijn hoofd gedaan. Kon ik weer terug de douche in.” Als amateurvoetballer kreeg de toen bijna dertigjarige Brouwer nog enkele kansen om naar Engeland te verkassen. Maar het grote geld dat nu in Engeland vloeit, was toen nog niet aanwezig. De aanbieding was niet voldoende om goed van te kunnen leven. “Dat mijn voetbalcarrière niet langer heeft geduurd, is jammer, maar daar heb ik vrede mee. Mijn vrouw maakt mij nu gelukkig. Het voetbalwereldje is vooral leuk om, zoals nu, af en toe mee in aanraking te komen. Dit leven bevalt me prima.”