Mario van de Ende, hier met het in 2016 uitgegeven boek ‘Sex, drugs en voetbal’, hield (en houdt) wel van een beetje ‘rock ‘n roll’.

Hij kende ze wel, zijn ‘pappenheimers’, de heren die op het veld de echte boefjes waren. De ‘Scheidsrechter van de Eeuw’ wist echter heel goed met deze bad boys om te gaan. Mario van der Ende (62), die meer dan 600 wedstrijden in het betaald voetbal floot, hield wel van een beetje ‘rock ’n roll’. Speciaal voor EXPROFS.nl stelde de Hagenees een elftal samen van de grootste boeven die hij al die jaren meemaakte.

“Op de goal Hans van Breukelen. Ik herinner me de halve finale van de KNVB-beker, tussen PSV en Ajax. Moesten er uiteindelijk strafschoppen komen. Via loting werd er een goal aangewezen. Ging hij demonstratief op de goal staan waar de PSV-supporters achter zaten, om zo de Ajaxfans aan de andere zijde te ontlopen. Duurde wel vijf minuten. In het voorbij gaan gaf ik hem nog even geel. Ja, keepers en linksbuitens, dat waren de grootste boefjes.

In de achterhoede kies ik allereerst voor Hans Kraay junior. In die tijd had je nog van die bordjes voor elektriciteitsgevaar. Nou, hij was een wandelend elektriciteitsgevaar! Telstar-Ajax. Hoorde ik zijn trainer, Simon Kistemaker, in de kleedkamer roepen dat ze die Finidi en, ik meen, John van den Brom aan moesten pakken. In de hekken moesten ze liggen. En inderdaad, na twee minuten lag Finidi in de hekken. Ik geloof dat het mijn enige gele kaart is geweest die ik ooit in een vriendschappelijke wedstrijd heb getrokken.

Henk Fräser was een typisch voorbeeld van ‘buiten het veld een aardige jongen, maar op het veld een absolute winnaar’. Hij zou nog in de jungle overleven. Ton Pattinama was in staat om niet alleen zijn tegenstander, maar ook zijn eigen speler mee te nemen in een tackle. Hij voldeed aan alle eisen van een verdediger in die tijd. Fred van der Hoorn was ook zo’n type. Hij stond al in de spelerstunnel klaar met een mes tussen zijn tanden.

Paul Gascoigne kreeg ooit een zodanig  vette elleboog van Jan Wouters, dat hij wekenlang met een masker op moest lopen. FOTO: Pro Shots.

Op het middenveld kies in voor Jan Wouters. Vraag maar aan Paul Gascoigne wie dat is, haha. Buiten het veld heel normaal, maar dan..! Het begon al voor de wedstrijd, bij het keuren van het veld. Zei hij tegen mij: ‘Zijn er zoveel zieken vandaag dat jij mag fluiten?’ Jan van Dijk was me er ook eentje. Niet groot van stuk, maar als je nou iemand zocht die je elftal op sleeptouw kon nemen, dan was hij het wel. Hij schroomde ook niet om een bewuste overtreding te maken. Joop Gall liep toen ook in het Groningse Oosterpark rond. Als het niet helemaal naar zijn zin liep, nou..! Wél waren ze allebei publiekslievelingen. Tenslotte op het middenveld een plekkie voor Raymond Atteveld. Niets en niemand ontziend, altijd op het resultaat gericht. Ooit gaf ik een profcursus om scheidsrechters te werven. Deed Atteveld ook mee. In aanleg was hij de beste scheids omdat hij het spel onwijs goed door had.

In de voorhoede zet ik John van Loen en Barry van Galen. Van Loen, met dat lange lichaam, kletste er altijd in met gevaar voor eigen leven. ‘Head first’ heet dat geloof ik. Ten koste van alles wilde hij goals maken. Van Galen was vaak geniaal, maar ook vaak een hele rare. Maakte hij de meest vreemde overtredingen. Hij was moeilijk benaderbaar, dan praatte ik tegen een muur. Zelfs als dat in het algemeen beschaafd Haags was, haha.”