Door Jan-Jaap van den Berg

Hij reed in een Alfa Romeo 1600, zijn lievelingseten was patat, appelmoes en “een fijn stukje vlees.” Hij keek graag naar Koot & Bie en het hoogtepunt in zijn voetballoopbaan moest nog komen. Aldus liet Piet Huijg begin 1976 optekenen in het supportersblaadje van HFC Haarlem.

Karakteristieke houding van Piet Huijg, hoog boven iedereen uittorend. Links teamgenoot Frank van Leen.

Zijn sportzaak was net geopend, Haarlem werd dat jaar met overmacht kampioen van de Eerste Divisie en Huijg ontving de Topscorerstrofee. Maar inderdaad, zijn echte voetbalhoogtepunt zou nog komen. Daar ging nog wel wat aan vooraf. In 1978 kreeg de oerdegelijke voorstopper een onterechte rode kaart (op zijn verjaardag, nota bene) en in 1980 volgde een degradatie. Twee jaar later zou trainer Hans van Doorneveld het zelfs in zijn hoofd halen om Huijg te passeren voor de allereerste Europacupwedstrijd in een eeuw Haarlemse clubgeschiedenis. Woedend vertrok Huijg naar huis.

Maar toen werd het 3 november 1982. Nooit zat het stadion aan de Jan Gijzenkade zó vol. De roodblauwe leeuwen moesten winnen van Spartak Moskou, met op doel Rinat Dassajev, de beste keeper ter wereld. En wie was de man  die in de 25e minuut HFC Haarlem op voorsprong bracht, na een corner van links, en het stadion liet ontploffen?

HFC Haarlem is failliet, het stadion is onttakeld, Piet Huijg is chronisch ziek. Maar elke Haarlemmer die er die woensdagavond in 1982 bij was, hoort nog de echo van het juichende eerbetoon dat toen oorverdovend weerklonk: ‘Pietje! Pietje!’

*** Jan-Jaap van den Berg is historicus en auteur van het boek Opkomst en ondergang van de roodblauwe leeuwen (2014) en redacteur van het Haarlemse voetbalblad De Roodbroek, waarvan zes edities zijn verschenen (verkrijgbaar via janjaapvdb@gmail.com).