Column: Gerard Helsma

De eerste herinneringen gaan terug naar de beginjaren ’50. Mijn vader en broer gingen toen al naar de thuiswedstrijden van GVAV en Oosterparkers. Steevast wachten mijn moeder en ik om kwart over vier bij de Sint Franciscuskerk om de hoek van de Vinkenstraat. Dan wandelden we samen naar huis. Wij stonden daar dan vaak al om vier uur en hoorden dan de klok van de kerk luiden en dan begon het beruchte GVAV-kwartiertje. Het geluid van het publiek golfde dan over de hele wijk.

Op een keer was mijn broertje zoek in het stadion. Mijn vader ging op zoek en kwam tijdens zijn zoektocht bij de hoofdtribune terecht. Daar zat mijn broertje prinsheerlijk; hij mocht er samen met mijn vader blijven zitten. Heel gemoedelijk ging dat toen. Eind jaren ’50 ging ik zelf naar het stadion, een prachtige tijd. Ik stak in de rust altijd gewoon het veld over om achter het doel te staan waar GVAV of Oosterparkers naar toe speelden. Dat kon in die tijd nog gewoon. Je keek vol ontzag naar die houten tribune.

Ook de klank van een bal tegen de houten paal of lat zit voor altijd in mijn hoofd. De reporters van de NTS zaten boven op het dak van de tribune in een hokje en deden vandaar uit verslag van de wedstrijd. Personeelsleden van het Treslinghuis aan de zuidzijde van het stadion stonden op het dak naar de wedstrijd te kijken. Ome Keessie liep altijd rond het veld met een bak vol snoep waar je dan wat van kon kopen voor een paar centen. Na afloop kon je dan zo het veld nog op om handtekeningen te vragen van de spelers. Als de wedstrijd afgelopen was en je liep het stadion uit, schalde het ‘We’ll meet again’ van Vera Lynn uit de luidsprekers. Als ik daar nu aan terugdenk, krijg ik nog kippenvel.

‘s Avonds luisterde je naar Henk Oostinga voor de RONO, hij deed verslag van de wedstrijd. Ook ging ik vaak naar het Zuiderdiep of de Stoeldraaierstraat om bij het Nieuwsblad van het Noorden en het Vrije Volk de voetbaluitslagen te weten te komen. Die stonden daar op borden genoteerd. Het was de periode dat je voetbalplaatjes verzamelde van Smith’s Koffie en Thee, sigarenbandjes van Hudson, Colaclub poppetjes en de Esso voetbalplaten. Dat ruilde je dan op school met je vriendjes. Voor mij waren de jaren ’50 en ’60 de mooiste op het Oosterpark. Wat te denken van de eerste interland in het Noorden van het voorlopige Nederlands elftal op 28 augustus tegen Niedersachsen. Nederland kwam onder meer uit met het gouden binnentrio Faas Wilkens-Kees Rijvers-Abe Lenstra en won met 4-1.

Dan had je de wedstrijd Feyenoord-FC Santos met wereldster Pelé (foto rechts) op 3 juni 1959 voor 18.000 mensen. Pelé wilde halverwege het veld verlaten omdat hij het welletjes vond, maar arbiter Klaas Schipper, voor wie de wedstrijd wegens zijn afscheid geregeld was (Leo Horn en Dries van Leeuwen waren de grensrechters), stond dat niet toe. Hij vond dat Pelé gewoon moest blijven om dat afscheid luister bij te zetten. Ook Stanley Matthews was in het Oosterpark, ik heb het gezien. Het was op een avond in 1962, het stroomde van de regen. Matthews was al 42 jaar en speelde voor Stoke City tegen GVAV een oefenwedstrijd. Met het ‘jongenskaartje’ van 50 cent in mijn knuisten ging ik op de fiets naar het stadion, want ik wilde de voetbalvirtuoos, die bij zijn leven al een legende was, zien. Ik herinner me dat ik pas toen ik thuis was merkte hoe nat ik was. De zuurtjes in de binnenzak van mijn jas, die ik door de spanning vergeten was op te eten, zaten helemaal aan elkaar geklonterd.

Ik herinner mij nu nog de duels tussen Stanley Matthews en mijn latere favoriet Piet Fransen. Ook speelde bij Stoke City Dennis Violet, hij was een van de weinige overlevenden van de vliegramp van Manchester United in 1958 in Munchen. Dan was er de wedstrijd van GVAV tegen het stedelijk elftal van Moskou op 22 maart 1960. Het waren bijna allemaal Russische internationals van de clubs Torpedo, Locomotief, Spartak en Dynamo. De Russen kwamen met de legendarische doelman Lev Yashin naar Groningen. GVAV speelde een schitterende wedstrijd en verloor nipt met 4-3. Bij al deze lichtwedstrijden zorgde een muziekkorps voor een geweldige sfeer. Je zag dan terreinfunctionaris Leggelo met zorg naar de door hem zo fraai verzorgde grasmat kijken. Hij was bang dat het muziekkorps de grasmat zou vernielen.

Ook de wedstrijd op 15 november 1964 vergeet ik niet snel. Het was het debuut van Johan Cruyff met Ajax tegen GVAV in het stadion. Een mager en slungelig ventje, je vermoede toen niet dat hij een grote wereldster zou worden. En ik heb Dick Nanninga in het Oosterpark zien scoren bij de interland Nederland-Cyprus in 1981. Ook heb ik Marco van Basten in Oranje zien debuteren op het Oosterpark bij de wedstrijd Nederland – IJsland. Als scheidsrechter heb ik later diverse wedstrijden in het Oosterpark mogen fluiten en vlaggen en ik was erbij toen FC Groningen die fraaie wedstrijden in de Europa Cup speelde. Herinneringen die niemand meer van me af kan pakken. Ik vond het daarom ook spijtig dat het Oosterpark ging verdwijnen. Het was een begrip in heel Nederland. De Kuip, de Meer, het Oosterpark, dat noemde je in één adem.

Tussen Zaagmuldersweg en de Nachtegaalstraat
kreeg de ware voetballer het soms te kwaad.

Daar tussen arbeiders huizen geklemd
ligt voor velen een brok jeugdsentiment

BRC, Oosterparkers en GVAV schreven er historie
en later beleefde FC Groningen er victorie.

Onder de arbiters hun muzikale akkoorden
speelde hier jaren de trots van het Noorden.

Bloemen verwelken, schepen vergaan
maar mijn hoop was: dat het Oosterpark mocht blijven staan…