Van Wolfswinkel en Willaarts, behalve familie topschutters.

Gespeeld voor: VV Woudenberg – VV Scherpenzeel (zondag) – FC Utrecht – Borussia Mönchengladbach – FC Utrecht – Dordrecht’90 – Go Ahead Eagles

Huidige club: Ik speel nog bij de veteranen van Woudenberg. 35+ heet dat tegenwoordig. Ik speel misschien twee of drie keer per jaar mee.

Bijnaam: ‘Bolle’ is mijn bijnaam bij de familie. Bij FC Utrecht had ik verschillende bijnamen. Pinokkio, omdat ik een stijve hark was. Ze noemde me ook weleens ‘tramhalte’. Ik stond altijd stil. Dat ze me zo noemde, is echte Utrechtse humor. Mijn bijnaam Pinokkio kon ik wel begrijpen.

Woonplaats: Woudenberg

Burgerlijke staat: Ik ben gehuwd en ik heb twee dochters, één van 13 jaar en één van 17 jaar.

Mooiste moment in jouw eigen voetbalcarrière: De overgang naar FC Utrecht natuurlijk. In het bijzonder de laatste wedstrijd in de nacompetitie tegen Roda JC. Dit was wel de leukste wedstrijd, denk ik. Ik heb ook tegen Ajax gescoord. Het is wel grappig, omdat mijn broer stijf voor Ajax is en toen ik de 1-0 maakte, moest hij wel juichen.

Dieptepunt in de eigen voetballoopbaan: Dat je moet stoppen door een kruisbandblessure. Vooral de periode na die blessure en de nasleep daarvan.

18 juni 1988: EK voetbal in West-Duitsland. Voorafgaande Nederland tegen Ierland staan bondscoach Rinus Michels (r) en assistent Nol de Ruiter stil bij het Wilhelmus.

Favoriete trainer: Dat kan er eigenlijk maar één zijn: Nol de Ruiter. Henk Vonk, de trainer van het tweede elftal, heeft ook een belangrijke rol gespeeld in mijn voetbalcarrière. Door Nol de Ruiter, de trainer en Willem van Hanegem, die meer zijn assistent was, ben ik die topscorer geworden. Van Hanegem gaf mij kleine aanwijzingen. Geweldig was dat eigenlijk. Als Van Hanegem niet met jou sprak, dan wist je dat hij jou niet zag zitten. Dus, daarom was ik al blij dat hij wat tegen mij zei. Ik heb echt veel aan hem gehad in die beginperiode. Ik denk dat hij de eerste keer dat hij mij zag zich rot geschrokken was. Hij heeft weleens gezegd dat ik een soort Deense voetballer was, een soort Laudrup, maar dan zeven versnellingen langzamer.

Scheidsrechters: Tegenwoordig is het veel moeilijker om scheidsrechter in het betaalde voetbal te zijn met die televisie erbij. Vroeger kon je nog eens een tik uitdelen. Toentertijd hadden we één radiostation die naar de wedstrijd kwam. Als we niet uitgezonden werden, dan zag je ons niet eens! Als verdediger kon je dan gemakkelijker een tik uitdelen. Tegenwoordig ben je al geslacht, voordat je van het veld afkomt. Niet alleen door de kijkers, maar tegenwoordig ook door de toeschouwers. Die hebben een eigen televisietje bij zich. Het lijkt me zo moeilijk om dat nu te doen. Vroeger had je nog heel veel contact met de scheidsrechter. Ik vond dat altijd wel leuk.

Beste Nederlandse profvoetballer: Dat moet dan toch mijn neefje zijn: Ricky van Wolfswinkel. Die heb ik eigenlijk altijd gevolgd. Je maakt van dichtbij mee wat hij er allemaal voor doet en laat. Ook dat hij altijd zichzelf blijft en dat hij gewoon normaal is gebleven na al die jaren. Dat vind ik knap!

Vroeger ging ik voor Cruijff naar het stadion. Ik heb hem ook nog zien voetballen. Vooral die legendarische wedstrijd tegen Haarlem, dat was voor mij één van de eerste wedstrijden dat ik hem zag spelen. Ik ging eerst voor Cruijff naar het stadion en later voor Van Basten. Van Basten werd in ’86-’87 eerste op de topscorerslijst in de Eredivisie en ik tweede. Van Basten heeft later ook nog bij AC Milan gespeeld. Ik vond het zo fantastisch hoe die gozer dat allemaal deed. Daar kan ik echt van genieten.

Favoriete buitenlandse speler: Messi. Het is ongelofelijk wat die man doet.

Beste club van Nederland: FC Utrecht. Ik ga ook nog steeds kijken, niet elke week, maar ik heb wel een seizoenskaart.

Beste buitenlandse club: Moet ik dan FC Basel zeggen, omdat mijn neefje daar speelt? Nee, FC Basel is niet de beste club. Dan ga ik voor Barcelona, omdat Barcelona het mooiste voetbal speelt.

Favoriete clubkleuren: Natuurlijk die van FC Utrecht, het rood-wit. Vanuit mijn verleden ben ik voor het geel-zwart van Woudenberg.

Mooiste voetbalmoment: Dat is toen Van Basten scoorde in de finale van het EK in 1988. Ik was er toen bij. Ik zat toen op de tribune.

Mooiste stadion: Ik vind eigenlijk de Kuip het mooiste, maar natuurlijk ook de Galgenwaard.

Beste commentator: Sierd de Vos. De Vos kwam toen ik in Duitsland voetbalde en geblesseerd was met een cd’tje naar me toe in Duitsland. Dat vind ik nog steeds leuk. Hij geeft nog steeds commentaar bij Sport1. De Vos kwam ook altijd op feestjes. Als ik een feestje had, dan was hij er altijd. Evert ten Napel vind ik ook heel erg goed. Die zie ik hier nog weleens in de buurt. Ik vind dat een leuke kerel. Hij is gewoon heel normaal gebleven.

Beste televisieprogramma ooit: Sportprogramma’s. Studio Sport.

Wat vind je het mooiste land om op vakantie te gaan? Griekenland. Ik ben er misschien wel tien keer geweest. Ik vind het gewoon een lekker relaxed land, aardige mensen en mooie eilanden. In Nederland is het Zeeland en dan in het bijzonder Zoutelande.

Wie zou je nog eens graag willen ontmoeten? Dat moet dan haast Marco van Basten zijn.

Hobby’s: voetballen

De mooiste vrouw: Mijn eigen vrouw, natuurlijk!

Beste boek: Ik heb die ontvoering van Heineken gelezen. Ik hou van waargebeurde verhalen.

Beste muziek: Jaren ‘80

Als ik bondscoach van Oranje zou zijn, dan zou ik… Gewoon opnieuw beginnen, zoals het nu ook gebeurt, met een nieuwe garde. Jonge talenten en dan maar een paar jaar investeren. We zijn natuurlijk wel verwend geweest de laatste jaren. De laatste jaren niet, maar die jaren daarvoor bedoel ik. We hadden altijd wel één of twee jongens die er bovenuit sprongen. Die heb je nu gewoon niet. Als ik nu kijk hoe Duitsland tien jaar geleden speelde en als ik ze nu zie spelen. Het kan dus wel. Het zal alleen even een tijd duren, denk ik.

Mijn droom: Gezond blijven met de familie.

*** Bijdrage: Vrougje Fikke.