Pascal Bosschaart (mét baard) na afloop van IJsselmeervogels-AFC. FOTO: Eye4Sports.

Door: Maarten Bax

Hij speelde voor de volksclubs FC Utrecht, Feyenoord en ADO, maar ook in het verre Sydney. Inmiddels heeft hij zijn draai gevonden aan de dijk van Spakenburg bij voetbalvereniging IJsselmeervogels. ExProfs sprak Pascal Bosschaart even na afloop van de thuiswedstrijd tegen AFC.

“Hoe het gaat?,” beantwoordt Bosschaart de vraag. “We mogen niet klagen. We leven, zijn gezond en ik heb een leuke baan. Ik woon nog in Rotterdam. Dat is wel een eindje weg van Spakenburg, ja. Om precies te zijn 88 kilometer. Maar als je iets doet wat leuk is, kost je het ook geen energie.”

Bosschaart vervolgt: “Ik heb het zwarte gat nooit gekend. Nadat ik uit Australië terugkwam, ben ik nog even naar de Go Ahead Eagles geweest, maar dat werd het uiteindelijk niet (Hij trainde mee, maar kreeg geen contractaanbod, red.). Toen heb ik er een punt achter gezet. Een vriend van mij zit in de kleding en die ben ik een beetje gaan helpen. Thuis zitten vond ik niks. Ik ben daar blijven plakken. Zo werk ik nu bij Erreà en Robey. Dat is een fulltime baan”.

“Na mijn voetbalperiode in Sydney kwam ik in de winter via Bas van den Brink (ook een ExProf, red.) bij IJsselmeervogels terecht. Hij had mijn naam bij de club laten vallen. Financieel kwamen we er snel uit – dat vond ik niet echt belangrijk – en twee dagen later was ik hier aan het voetballen. Uiteindelijk heb ik anderhalf seizoen voor IJsselmeervogels gevoetbald. Ook heb ik nog even een jaartje bij sv Heinenoord in de Hoofdklasse gespeeld voordat IJsselmeervogels mij vorig jaar benaderde. Ze zochten een assistent-trainer die de club een beetje kende en wel wat van voetbal af wist. Dus het was wel een gok van ze, want het was mijn eerste klus als trainer. Die gok pakte goed uit, want vorig jaar werden we kampioen (van de Derde Divisie, red.).”

Bosschaart (toen nog zonder baard) toast met zijn zaakwaarnemer Rob Jansen (links) en Mark Wotte, technisch directeur van Feyenoord, op het ondertekenen van zijn contract in 2004.

Bosschaart, die zijn diploma’s Oefenmeester III en II heeft, wil I volgend jaar gaan halen. “Ambities? Toen Sander van der Heide hier vorig jaar weg ging, wilde het bestuur mij wel als zijn opvolger. Ze zouden dispensatie voor mij aanvragen. Maar ik heb toen gewoon eerlijk gezegd dat ik na een jaartje als assistent me nog niet goed genoeg voelde om hoofdtrainer te worden. Maar ik heb wel ambities, hoor. Ik volg het voetbal nog op de voet, zit ook regelmatig bij Feyenoord in het stadion. Je wordt nog wel eens uitgenodigd. Europees in Nederland gewoon niet goed genoeg, en in de competitie is het bij Feyenoord de laatste weken natuurlijk allemaal iets minder,” zegt Bosschaart, die blij is met zijn leven en IJsselmeervogels. “Dit ligt dicht tegen een topclub aan, hoor. Alles is hier gewoon top geregeld, ook al is het ‘maar’ Tweede Divisie. We hebben drie fysio’s, een materiaalman, een keeperstrainer, een gym, de kleding wordt gewassen, we hebben eten voor de wedstrijd.”

Tot slot, over zijn ietwat excentrieke uiterlijk; de lange baard en puntschoenen. “Ach, zo ben ik altijd geweest. Dit ben ik, altijd met mijn uiterlijk bezig. Op mijn baard heb ik natuurlijk alleen maar commentaar gehad, haha Mensen associëren dat met moslims, terroristen. Ik moet er wel om lachen, moet er mee leven. Maar als ik er morgen zat van ben, gaat hij er ook gelijk af, hoor!”