“Ik hoorde het voor het eerst toen ik onder de douche stond na een training. Die ouwe kan echt niet meer. Zag je hoe hij me nog probeerde te schoppen nadat ik hem passeerde? Wat een lul. Dat die ooit bij Sparta speelde; zeker in de middeleeuwen? Ze kwamen niet meer bij van het lachen.

Ik hoestte wat en liep de kleedkamer in. Twee van die jonge puisterige gassies uit de jeugdselectie keken me verschrikt aan. Ik zuchtte en wreef over mijn pijnlijke knieën waar aan beide kanten vrijwel geen meniscus meer te vinden was.

Hé Adri! Zin in zaterdag? Was een goeie training, ? Ik mompelde wat en verliet snel het sportpark. Geen zin meer in een biertje in de kantine, gewoon stilte.

Dat was de avond dat ik besloot te stoppen. Te stoppen met dat wat ik het liefste deed. Gewoon als een eenvoudige boerenjongen een balletje trappen zonder verplichtingen, zonder de druk van het moeten.

De volgende dag belde ik de voorzitter om hem te vertellen dat ik ging stoppen. Het viel even stil aan de andere kant van de lijn. Adri, daar kijk ik toch wel even van op.
Ja, begrijp ik. Maar als ze je ouwe gaan noemen, dan is het tijd voor doorselecteren, dat zijn de wetten van de kleedkamer. Zeker als je niet meer voorop loopt.
Het bleef stil, het maakte me ineens scherp. Wat is jouw idee hierover als voorzitter?
Tja, ik had al begrepen van de wedstrijdcommissie en de staf dat er volgend jaar misschien wel geen plaats meer voor jou is in de selectie. Je bent tenslotte niet meer de jongste. Maar goed, dat is vooruitlopen op de situatie, eerst zaterdag maar weer eens winnen. Zeker zei ik, ik kom graag kijken.
Wat zei je..?

Ik kom graag kijken. Deze ouwe stopt per direct.”