Door: Vrougje Fikke

Eldridge Rojer (33) woonde tot zijn zesde jaar op Curaçao. Zijn leven speelde zich vooral buiten af. “Tegen alles wat rond was, daar schopten we tegenaan.” Het echte voetbal leerde hij in Nederland. Een jongen uit de buurt nam hem en zijn broer mee naar de lokale voetbalclub, vv Bargeres. De basis voor zijn profcarrière werd daar gelegd.

De jonge Rojer was een uitblinker door zijn snelheid en scorend vermogen. “Ik mocht altijd voorin blijven staan, dan schoten ze de bal naar voren en dan ging ik er met mijn snelheid als een gek achteraan!” Op zijn twaalfde werd Rojer gescout door FC Emmen. In eerste instantie had Rojer geen zin om naar FC Emmen te gaan. Hij had het goed naar zijn zin bij zijn clubje en hij speelde daar met zijn vrienden. Zijn vader gaf hem het duwtje in de rug: “Hij is toch prof!”

Bij FC Emmen trainde hij elke dag, ging naar een andere school om bij de club te kunnen trainen. Heel zwaar voor een twaalfjarig jongetje. “Maar ik vond het leuk om te trainen, wedstrijden te spelen. Alles draaide om voetbal. Het is nooit een heilig moeten geweest. Voetbal is gewoon leuk!,” zo laat Rojer weten. Als vijftienjarig jongetje mocht ik bij Vitesse komen spelen en uitkomen voor Nederland tot 15 jaar en Jong Oranje. “Bij Vitesse heb ik mijn hoogtepunt meegemaakt. Vitesse speelde goed, vooral in Europees verband. Ik mocht met de selectie mee om tegen FC Liverpool te spelen en vanaf de 60ste minuut mocht ik zelfs invallen. Wat een ervaring! Ik krijg er nog kippenvel van als ik eraan terugdenk. Vanaf dat moment maakte ik deel uit van de selectie!”

De carrière van Rojer is niet over rozen gegaan. “Elke keer als ik een blessure kreeg, voelde ik me topfit, maar op de een of andere manier scheurde ik toch elke keer mijn kruisband af.” De oorzaak zoekt Rojer in het vele spelen. “Mijn weekend bestond alleen uit wedstrijden. Ik ging van toernooi naar toernooi. Alles draaide om voetbal.”

Eldridge Rojer, thuis op de bank, met zijn ‘speciale’ knie…

In 2007, in de thuiswedstrijd Excelsior tegen Heerenveen, scheurde Rojer zijn tussenkruisband van de linkerknie af. Rojer ging naar de orthopeed, Rien Heijboer, en die adviseerde om extra te trainen. “Je hebt sterke bovenbenen. Na zes/zeven maanden kijken we hoe het met je knie is.” Rojer trainde een half jaar, alles ging goed. In een training, tijdens een kopduel met Michell Piqué, ging het mis. Rojer klapte door zijn knie. “Ja, en toen was er die badkamerscene … Ik deed vieze dingetjes in de badkamer met de moeder van mijn kinderen en toen raakte mijn knie op slot. Ik kon niets meer!” Rojer belde Mario, de fysio van Excelsior en legde uit wat er gebeurd was. Niet lang daarna werd de fysio gebeld door een journalist van het AD met vragen over de spelers voor de komende wedstrijd. Al snel werd er over de geblesseerden gesproken, waarop de journalist vroeg: “Wat is er gebeurd met Eldridge dat hij niet kan spelen?” De fysio antwoordde: “Eldridge is in de badkamer door zijn knie gegaan.” De journalist haakte daarop in en vroeg: “Was hij aan het seksen?”

Vervolgens moest de journalist de ware toedracht van Rojer horen. Het verhaal werd opgepakt en de story was geboren. Volgens Eldridge is het verhaal alleen nog maar mooier geworden. “Voordeel is wel: Ik heb de Panorama gehaald. Ik kom voor in de voetbalquizzen en ik sta op nummer 1 in de lijst met meest bizarre blessures. Het mooie was, het verhaal kwam zelfs in Curaçao in de kranten. Mijn oma belde mijn vader op: “Ze zeggen allemaal rare dingen over mijn kleinzoon.” Waarop mijn vader antwoordde: “Maar het is wel waar.” Mijn oma had liever gehad dat ik iets anders verteld had!”

“Er is veel veranderd in het voetbal. Wij moesten ons in alles bewijzen. Nu wordt alles tot in de details geperfectioneerd tijdens de trainingen. De jongens van nu zijn veel meer met zichzelf bezig. Ik zat in de lichting van Nigel de Jong en Wesley Sneijder. We waren toen een echt team, we kenden elkaars kwaliteiten. We waren vrienden. Misschien komt dat teamgevoel ook wel door de trainer. Theo Bos, onze trainer, gaf iedereen vertrouwen. Hij ging echt met je aan de slag. Als er wat was, dan kon je bij hem aankloppen. Ik mis de durf en het lef bij de jonge professionals. Iedereen wil spelen zoals ze bij Barcelona spelen: mooi voetbal. Achterin heb je geen verdedigers meer. Iedereen moet kunnen voetballen. De belangrijkste taak van een verdediger is je man uitschakelen en de bal inleveren. Niets anders. Het echte voetbal mis ik. De enige waar ik nog echt van kan genieten, is Robben. Als hij de bal krijgt, dan weet je, nu gaat er iets gebeuren!”

Eldridge heeft het voetbal achter zich gelaten. Het trainerschap bij Vitesse gaf hij op om naar het voetbal van zijn kinderen te kunnen kijken. ”Natuurlijk mis ik het voetbal. Ik mis die volle stadions, de wedstrijden, de spanning, maar de trainingen en de rest eromheen, nee, dat mis ik niet!”