Column: Maarten Bax

We schrijven begin maart 1997. Het is de laatste training voor de Champions League-wedstrijd van Ajax tegen Atletico Madrid. Met mijn cameraman sta ik langs het trainingsveld naast De Arena. Louis van Gaal heeft de training net beëindigd als Winston Bogarde komt aanlopen. En hem wil ik spreken. Speelt hij de volgende avond nu wel of niet, ondanks zijn lichte blessure?

Op een metertje of tien afstand overleggen Van Gaal en Bogarde met elkaar. Wat ze zeggen is voor mij niet te horen. Het enige wat ik opvang is een vloek, als Bogarde bij Van Gaal wegloopt. Hij is het duidelijk niet met hem eens. Honderd tegen één dat het over zijn inzetbaarheid gaat. Aangezien ik dit shot op camera wil hebben – en ik het blijkbaar als enige van mijn collega’s zie aankomen – spoed ik mij als laatste richting persconferentie.

Daar staan de camera’s al in een dikke rij opgesteld, met tientallen journalisten die wachten op wat Van Gaal te zeggen heeft. Na wat ditjes en datjes vraagt een collega hoe het met de inzetbaarheid van Bogarde zit. “Die heb ik net naar huis gestuurd,” aldus Van Gaal. “Hij wilde zich niet conformeren aan het groepsproces.” Vrij vertaald: Bogarde is boos dat hij niet zal spelen.

Ik tik mijn cameraman heel voorzichtig op de schouders. “Inpakken, die camera,” beveel ik hem kort. Hij kijkt me aan of ik van Mars kom. Mijn strenge blik is voldoende om zijn twijfels weg te nemen. We glippen heel stil weg, terwijl de persconferentie voortgaat. Zodra we deur achter ons gesloten hebben, sis ik: “En nu naar de parkeerplaats! Rennen!”

Bogarde: ‘Not so amused’

We trekken een sprintje, en de cameraman heeft zijn apparatuur nog maar net geïnstalleerd als daar – ja hoor – ene Winston Bogarde komt aangelopen. “Draaien!” zeg ik tegen mijn camerman. “Alles filmen!” Bogarde loopt samen collega John Veldman richting zijn auto. Ik sta er alleen met mijn cameraman en een oplettende ANP-fotograaf. Zodra Bogarde de camera’s ontwaart, draait hij zich om. “Oprotten!” Hij wil de fotograaf aanvliegen, maar Veldman houdt hem tegen. De scène duurt nog geen halve minuut, maar dat is genoeg voor een opzienbarend item. Als Bogarde even later in zijn bolide voorbij flitst, heb ik de redactie al gebeld. “Mooie beelden!”

De volgende morgen zijn de beelden al tientallen keren verkocht. De NOS hangt als eerste aan de lijn, en tv-stations tot in Italië aan toe – Bogarde zal het volgende seizoen voor AC Milan uitkomen – kopen ons materiaal. Ik glim, mijn hoofdredacteur ook. Alleen bij Ajax en Bogarde thuis zijn ze ‘not so amused’.