Meneer Keizer

Michiel Zeegers

Column: Michiel Zeegers

Vier jaar geleden, ergens op een regenachtige maandagmiddag in een grote bouwwinkel in Zaandam. In de rij naast mij staat een rijzige gestalte, brilletje op zijn neusvleugels balancerend. Blik op oneindig. Ik kijk nog eens goed. Verdomd, het is Piet Keizer…

Nu heb ik in mijn journalistieke carrière al heel wat (semi-)bekende personen geïnterviewd, maar ik heb nog nooit gevraagd om een handtekening of een foto met… Ik was gewoon aan het werk. Wat er daar in die rij met me gebeurde, is me nog steeds onduidelijk. In een impuls schiet ik voorwaarts terwijl ik denk aan Roy, Sikora, Tahamata, Wiggemansen, Jesper Olsen, die onfortuinlijke Robbie de Wit en al die andere linksbuitens – maar Keizer, dat was dé Keizer. Verlegen mompel ik: “Meneer Keizer, u bent de laatste echte, grote linksbuiten van Ajax die er was. Dank u wel daarvoor.” Hij draait zich om en zegt: “Ach, totaal niet interessant. Laat me met rust, schei uit.” Als een klein verlegen mannetje druip ik af.

De begin dit jaar overleden Piet Keizer was wars van sterallures.

Een paar jaar later ben ik met vriendje Fred de Haan in de Arena. Hij heeft twee kaarten op vak 104, inclusief alle privileges die daaraan vastzitten: zijn vader was ooit masseur bij Ajax. Fred zag als jongetje sterren als Keizer, Cruijff, Neeskens en Vasovic op de keukentafel in Landsmeer,  waar zijn vader de Godenzonen masseerde. Dat gebeurde toen allemaal stiekem, achter de rug van masseur Salo Muller; eigenlijk mocht het niet. Enfin, in de rust loop ik met Fred als bevoorrecht persoon richting spelershome. Komt Piet Keizer de hoek om gelopen. Ik zie Fred verstijven, zijn adem stokt en hij roept: “Meneer Keizer, u bent nog steeds mijn held, de beste…” Voordat Fred is uitgesproken, reageert Keizer: “Ach, totaal niet interessant, laat me met rust, schei uit.” Ook Fred werd als een klein mannetje neergezet, precies zoals mij toen overkwam, op die regenachtige maandagmiddag in Zaandam. Gelukkig won Ajax dik die middag, en Fred en ik hadden weer een mooie anekdote over Meneer Keizer.