Door Jan-Jaap van den Berg

Myron Boadu maakt de laatste weken furore bij AZ. De 18-jarige spits van Ghanese afkomst zit al bij Jong Oranje. Sommigen beweren dat hij beter is dan Donyell Malen, de huidige nummer 9 van het ‘grote’ Oranje. Trainer Martin Haar stond aan de basis van dit toptalent.

Trainer Martin Haar achter de perstafel bij AZ.
FOTO: Amsterdamman.com

De 67-jarige ExProf Haar draait al sinds eind jaren zestig mee. Lange tijd gold hij als een wat anonieme verdedigende middenvelder van bescheiden clubs als PEC Zwolle, Go Ahead Eagles en De Graafschap. In de zomer van 1977 kwam Haar naar Haarlem, ook geen topclub natuurlijk. Hij speelde zich meteen in de basis en werd snel populair bij de supporters. Furore maakte Haar nog niet. Dat was ook lastig in een elftal dat vaker verloor dan won en in het voorjaar van 1980 zelfs degradeerde naar de eerste divisie. Haar liep toen al tegen de dertig, en hij vulde zijn salaris als semiprof aan met een baan als postbode.

18 oktober 1982: het vertrek van Haarlem van Schiphol naar Moskou voor het UEFA Cupduel tegen Spartak Moskou. V.l.n.r. Martin Haar, trainer Hans van Doorneveld en Gerrie Kleton.

Maar in de herfst van zijn carrière kwam dan toch het succes. Trainer Hans van Doorneveld komt de eer toe Haars ware kwaliteiten te hebben ontdekt. Hij maakte hem libero met de taak om niet alleen de defensie te organiseren, maar ook de opmars naar voren te leiden. Dat bleek een gouden vondst. Met jongelingen als Ruud Gullit, Wim Balm en Edward Metgod barstte Haarlem van het voetbaltalent. Haar dirigeerde het team soeverein en met flair, breedtepassen versturend en opstomend naar het middenveld om van daaruit het vijandelijke doel met afstandsschoten te bestoken. Met aantrekkelijk aanvallend voetbal veroverden ‘de Roodbroeken van generaal Haar’ Europees voetbal, waarna ze seizoenen lang bleven meedraaien in de subtop. Zelf ontving Martin Haar in 1982 een gouden schoen met zijn verkiezing tot beste voetballer van de eredivisie.

Een jaar later verkaste hij naar AZ’67, in de verwachting eindelijk bij een topclub terecht te komen. Dat viel tegen. In de Alkmaarderhout was de sportieve neergang reeds gaande. Het ragfijne positiespel van weleer had plaatsgemaakt voor houthakkersvoetbal. In 1986 keerde Martin terug naar zijn geliefde Jan Gijzenkade, om tenslotte als 37-jarige routinier af te bouwen bij Sparta en FC Wageningen. Uiteindelijk bleek zijn periode bij AZ toch een goede keuze. Vanaf de eeuwwisseling is Haar weer aan die club verbonden, hoewel steeds als assistent en nooit als eindverantwoordelijke. Zijn kampioenschap met Jong AZ is een nieuw hoogtepunt in de rijke voetballoopbaan van Haar, die uitgroeide tot een clubicoon in Alkmaar maar voor altijd een voetbalheld zal zijn in Haarlem.     

* Jan-Jaap van den Berg is historicus en auteur van het boek Opkomst en ondergang van de roodblauwe leeuwen (2014) en redacteur van het Haarlemse voetbalblad De Roodbroek, waarvan zes edities zijn verschenen. De tijdschriften zijn verkrijgbaar via janjaapvdb@gmail.com.