Door: Tieme Woldman

Wat hebben oud-FC Groningenspits Martin Drent en jongens als René van der Gijp en Mario Been met elkaar gemeen? Dat het niet uitmaakt wat zij binnen en buiten het veld uitvreten. Niemand wordt ooit echt kwaad op ze.

Martin Drent

Zij hebben dat Pietje Bell-achtige over zich wat maakt dat ze overal mee wegkomen. De anekdotes over Van der Gijp en Been zijn beroemd in de voetbalwereld en deels zelfs opgetekend in een paar regelrechte bestsellers. Maar de fratsen en geintjes van Martin Drent mogen er ook zijn. Tijdens een trainingskamp van FC Groningen op Cyprus zakte Drent in zijn eentje door terwijl zijn medespelers al lang op een oor lagen. Trainer Jan van Dijk struinde middenin de nacht alle bars en nachtclubs af op zoek naar Drent. ‘Hé, kleine jachtkabouter!,’ riep de ladderzatte Drent toen hij Van Dijk zag wat Drent een schorsing opleverde. Na excuses aan de trainer werd Drent een week later alweer in gratie aangenomen. Niemand kan boos op Drent blijven.

Naast zulke fratsen was Drent ook een zeer verdienstelijk spits en dat maakte hem tot cultheld bij FC Groningen. In het veld zette Drent de knop om en speelde hij met volle inzet en bezieling. Hij scoorde dat het een lust was. Iedere fan weet nog precies waar hij was en wat hij deed toen Drent op zondag 2 mei 2004 twee keer in De Kuip scoorde en Groningen voor de eerste keer in haar bestaan bij Feyenoord won (1-2).

Geintjes uithalen en gevat reageren zitten Drent in het bloed en dat is niet anders nu hij na zijn profcarrière als trainer aan de weg timmert. Toen hij trainer van de Groningse studentenploeg GSAVV was, werd hij door een speler gebeld:

– “Trainer, ik lig met een onwijs lekker wijf in bed en ik weet niet wat ik moet doen: seks met haar hebben of naar de wedstrijd komen?”

– “Nou jongen, met jouw uiterlijk zou ik pakken wat ik pakken kan.”

Martin Drent als trainer van Rohda Raalte

Voetbal wordt steeds zakelijker en professioneler en daardoor sterven spelers en trainers als Drent uit. Lastige jongens vallen bij de grote clubs buiten de boot of moeten zich met mediatrainingen en personal coaches laten bijschaven tot ideale schoonzonen. Bad guys als Andy van der Meijde en Fernando Ricksen zouden nu aan de leiband gelegd worden. Memphis Depay is bijvoorbeeld naar het niemandsland Frankrijk verbannen. Dat is zonde want zulke jongens geven kleur aan voetbal: wij smullen van hun verhalen en biografieën. Voor culttrainers geldt hetzelfde: spraakmakende rouwdouwers als Fritz Korbach en Simon Kistemaker zijn vervangen door brave huisvaders als Ron Jans en René Hake. Prima kerels, maar degelijkheid en saaiheid druipen van hen af en niemand heeft interesse in hun levensverhalen.

Maar er is hoop. Want we hebben Martin Drent nog. Drent droomt ervan om trainer van FC Groningen te worden en ik zeg: meteen doen! Iedere persconferentie met Drent wordt dan een feest en bij elke training voorspel ik minstens 1000 fans langs de kant. Niemand wil de keer missen dat Drent in z’n onderbroek een training leidt omdat hij een weddenschap met een speler verloren heeft. De sfeer in de ploeg is onverwoestbaar – iedereen gaat voor de trainer door het vuur – en Groningen doet serieus mee voor de titel. Heel voetbalminnend Nederland schreeuwt dan om het levensverhaal van Martin Drent. Hierbij bied ik mij alvast als zijn biograaf aan.