Martijn Reuser is tegenwoordig hoofdcoach bij ADO Den Haag jeugd onder de 16 jaar en assistent-bondscoach bij het Nederlands elftal in dezelfde leeftijdscategorie. “Een serieuze move, ja. Maar het uiteindelijk is het al weer zeven, acht jaar geleden dat ik gestopt ben actief te voetballen, dus…”

Martijn Reuser tijdens een fotoshoot voor het kledingmerk Fellows United.

Reuser kwam achtereenvolgens voor Ajax, Vitesse, Ipswich Town, Willem II, RKC en NAC uit. In totaal speelde hij 317 wedstrijden en ook één maal voor het Nederlands elftal (tegen Ghana). In 2010 hing hij zijn kicksen definitief aan de wilgen. “De eerste jaren heb ik vooral veel genoten, ben ik veel op reis geweest zoals met de oud-internationals naar Moskou en Spanje, en met oud-Ajax naar Hong Kong. Maar ook heb ik veel tijd ingehaald met mijn gezin. Dan ga je op vakantie of een weekendje weg met je vrouw. Allemaal leuk, maar het gaf me niet de ultieme voldoening. Ik wilde weer wat gaan doen, het prikkelde. Zo werd ik op een gegeven moment gevraagd door NAC, door Geert Brusselers die onder negentien, dus de A1, deed. Dit om mij te enthousiasmeren. En dan komt je zoon op een bepaalde leeftijd waardoor je een beetje spelenderwijs het trainerschap inrolt. Het ging me steeds meer bevallen. Zo ben ik inmiddels fulltime met het trainerschap bezig.”

Voor welke problemen kwam jij te staan, toen je als trainer startte?

“Ik heb gelukkig met de grootste trainers te maken gehad, zoals Co Adriaanse en Louis van Gaal, die mijn mentor is geweest. Van hem leerde je alles om de top te halen. Natuurlijk bekijk je het nu vanuit een ander perspectief. Mijn persoonlijke eigenschappen gaan nu meetellen. Zo kan ik, als iets niet gaat, wel eens narrig worden. En dat is niet handig tegenover kleine jongetjes want die willen wat leren. Je komt jezelf dus tegen, ook je goede eigenschappen, zoals het gedreven zijn, de jongens iets bij willen leren. Je wil winnen en het is leuk eraan te kunnen bijdragen om die jongens prof te kunnen laten worden. Dat is mooiste wat je kan bereiken.

Toen met dat KNVB begon met het plan van 2.0 waren ze op zoek naar oud-internationals met ervaring, en toen kwamen ze ook bij mij uit. Vandaar dat ik nu assistent-bondscoach ben. Ik wil gewoon het hoogst mogelijk halen wat ik voor ogen heb. Ik ben pas 42 en als trainer ben je natuurlijk nooit klaar, maar voorlopig ga ik voor die jeugd. Ik heb de diploma’s UEFA C, B en A. Over het hoogste diploma, dat van Coach betaald Voetbal, moet ik nog even nadenken of ik dat ga volgen. Alhoewel, uiteindelijk wil ik natuurlijk wel bij een eerste elftal terecht komen. We zullen zien. Het trainerschap is gewoon een lang proces, waarbij je elke dag een tikkie naar voren, naar achteren, opzij et cetera maakt. Daar moet je ook nog eens dag en nacht mee bezig zijn.”