Door Tieme Woldman

Titels als Mister Ajax of Mister Sparta zijn natuurlijk maar één keer toe te kennen. Als zo’n titel eenmaal vergeven is, sluit je alle toekomstige spelers uit. Hoe cult ze ook worden, wat ze ook voor de club gaan betekenen, hoe verschrikkelijk ze het ook verdienen. Organiseer vandaag een Mister Ajax-verkiezing en Jari Litmanen wint met afstand, maar zolang Sjaak Swart leeft, kan Litmanen het vergeten, al lijkt hij niet het type dat daar wakker van ligt. Bij SC Heerenveen hebben ze dat probleem niet: ook over twintig jaar wint oud-speler Maarten de Jong op z’n spreekwoordelijke sloffen nog altijd de titel Mister Heerenveen.

Pakweg driekwart van de jongetjes die na het eerste seizoen van De Jong bij Heerenveen in de regio geboren werd, heet Maarten en het andere kwart heeft Maarten als tweede naam. Hoe overtuigend wil je het hebben? En om het nog even bij namen te houde: De Jongs bijnaam in het Fries is Kûtebiter. Dat klinkt en leest voor niet-Friezen alsof de man het perverse broertje van Hannibal Lecter  is, maar het betekent kuitenbijter en De Jong is de personificatie van dat begrip. Hij was een bal-afpakker en afjager pur sang. Als je hem bezig zag, begon je spontaan One Step Beyond van Madness te zingen en Pep Guardiola moet Xavi, Iniesta en Busquets urenlang naar video’s van De Jong hebben laten kijken om het snel-de-bal-terugveroveren er bij hen in te slijpen.

Bij de voetballer De Jong draaide het om de drie i’s van inzet, inzet en inzet. Dat werd en wordt bij Heerenveen oneindig gewaardeerd. Neem het prototype van de kuitenbijter, het liefst met afgezakte kousen en de gekromde rug van een jager, vermenigvuldig dat met tien en je hebt Maarten de Jong. De term ‘niet lullen maar poetsen’ is voor hem bedacht. De manier waarop hij de bal kon afpakken  was een tikkie minder verfijnd dan hoe de Barça-middenvelders dat deden, en dat plaatst hem ook nu nog, ruim tien jaar na zijn laatst wedstrijd, hoog in de gele-kaarten-top 10. Toenmalige tegenstanders worden nog badend in het zweet wakker bij de herinnering aan hoe hij ze op de hielen zat, en in hun dromen blijven ze hem onderweg naar het Heerenveen-doel maar tegenkomen, alsof het een truc van Victor Mids zelf. ‘Dit kán helemaal niet,’ roepen ze, midden in de nacht – maar je bent opperkuitenbijter of je bent ‘t niet.

Maarten de Jong, toen en nu…

Na elf seizoenen Heerenveen stapte De Jong over naar aartsrivaal FC Groningen. Deze transfer, toch bijna net zo kwalijk als een wissel van Ajax naar Feijenoord, werd hem niet aangerekend: De Jong is en blijft Mister Heerenveen. Aan het eind van zijn carrière plaatste hij zichzelf voor de klassieke keuze van de gewezen prof: een sigarenzaak, trainer worden of een sportzaak openen. De Jong koos voor de laatste twee. Hij trainde de amateurs van Jubbega en de dames van Heerenveen terwijl hij in Gorredijk zijn winkel runde. Op wedstrijddagen van Heerenveen mocht De Jong zijn bedrijfsauto strategisch bij het Abe Lenstra-stadion parkeren, zodat alle supporters er langsliepen bij het naar binnengaan. Het voorrecht van een Mister, inderdaad. Een mister die zelfs eigenaar is van misterheerenveen.nl, een site waarop hij zich aanbiedt voor voetbalclinics. De sportzaak ligt achter hem, maar zijn liefde voor soccergear bleef. Hij is nog altijd materiaalman van Heerenveen, een functie die hij van 2004 tot 2008 ook voor Jong Oranje bekleedde. Als Robin van Persie en Klaas-Jan Huntelaar in die tijd twijfelden over hun noppen, dan gaf het advies van De Jong de doorslag. Naar een Mister luister je altijd.