Eind jaren 70 vormde Pierre Vermeulen samen met Dick Nanninga bij Roda JC een super gevaarlijk aanvalsduo. In de zomer van 1980 leverde dat voor Vermeulen een transfer naar ‘het grote’ Feyenoord op. Maar o, wat waren ze blij in Kerkrade dat ze van hem af waren. En ook in Rotterdam stond niet iedereen van blijdschap te springen.

Verhaal gaat door onder de foto.

Feyenoord wint het Amsterdam 708-toernooi. Johan Cruijff en Vermeulen (rechts) tillen de beker. Links Bennie Wijnstekers.

In Rotterdam zag men in Vermeulen de opvolger van Petur Petursson en Jan Peters, twee aanvallers die hun faam niet langer waarmaakten. De poeplap werd getrokken; 600.000 gulden kostte de Limburger. Maar was het niet dat talent Carlo de Leeuw zich juist de laatste maanden enorm had ontwikkeld?

De Leeuw, niet bepaald een trainingsbeest, vond het maar wat voorbarig dat Vermeulen werd aangetrokken. Hij kon toch ook op linksbuiten prima uit de voeten? Bovendien, had hij niet in de recente bekerfinale prima gespeeld? En dan waren er in Rotterdam nog Marcel van der Blom en Rinie Plasmans, ook geen slechte aanvallende linkspoten.

Zestien jaar speelde Vermeulen voor Roda JC. Hij had het er wel gezien, wilde zijn horizon verbreden en eens voor een echte topclub spelen. Daarnaast werd hij als lastig omschreven. Vermeulen vroeg, tegen alle gebruiken in,  geld voor interviews, en zijn trainer Bert Jacobs en manager Hans Coerver vonden hem een slechte mentaliteit hebben. Laatstgenoemde wenste bij het vertrek van zijn sterspeler geen woord aan hem vuil te maken. “Hij is weg bij ons. Het hoofdstuk Vermeulen beschouwen we als afgesloten. Dat is het enige commentaar dat ik geef.”

Bij Feyenoord werd Vermeulen in het seizoen 1983-1984 landskampioen en bekerwinnaar. In datzelfde seizoen verloor hij wel zijn basisplaats. Via MVV belandde hij bij Paris Saint Germain, waar hij in zijn eerste seizoen voor het eerst in de historie van de club de Franse titel veroverde. In totaal zou Vermeulen – nu 63 jaar – negen keer voor het Nederlands elftal spelen.