Tekst: Danny van der Linden

Leen van de Merkt toen…

De jonge Leen van de Merkt groeit op in het Utrechtse betonbuurt. Oudere Utrechters zullen zich het Noorderbad nog wel herinneren. Daar groeit Van de Merkt op met jongens als Harry van den Ham en Ries Coté. Het zal geen verbazing wekken dat Van de Merkt en zijn vriendjes in hun vrije tijd maar één ding doen: voetballen. Inmiddels is hij op leeftijd (69) maar als technisch manager van Elinkwijk draait zijn leven nog steeds vooral om de bal.

“We deden niets anders,” vertelt Van de Merkt. “We voetbalden op het pleintje in de buurt, maar ook op het veld bij het Noorderbad. En verder speelde ik bij Sportivia straatvoetbal.”

Straatvoetbal was vroeger nogal wat hè?

“Dat was zeker wat. Je had in heel Utrecht teams. Je had Merwede met jongens als Joop van Maurik en Willem van Hanegem. Bij Sportivia hadden we Hans Kraaij als trainer. Thuiswedstrijden speelden wij in de speeltuin bij het Noorderbad. Daar stonden soms tussen de twee- en drieduizend mensen te kijken.”

Dat was best serieus. Er zijn ook veel mensen uit het straatvoetbal die het ver hebben geschopt.

“Er zijn inderdaad veel jongens doorgebroken in het betaalde voetbal. Ries Coté, Leo van Veen, Kobus Lissenberg, Jan van Renswouw, Cor Lammers… Dat waren goede voetballers.”

Dus voetballen leer je op straat?

“Daar ben ik van overtuigd. Maar vroeger was er minder dan nu. Tegenwoordig loopt iedereen met een Ipad. Dat was toen wel anders, zeker in de buurtjes waar wij woonden.”

Op een gegeven moment ging u voor een vereniging voetballen.

“Ik ben bij Ultrajectum begonnen. Je moest vroeger zeven jaar zijn voor je op voetballen kon. Bij Ultra kon je al op je vierde terecht. De club is ontstaan vanuit de personeelsvereniging van de bekende fabriek Werkspoor in Zuilen. Daar werkte mijn vader ook. Dus ik kon daar terecht.?

Heeft u daar lang gespeeld?

“Niet zo lang, want daarna ben ik naar Holland gegaan. Mijn vader en zijn broers hadden daar een verleden, dus ik ben naar Holland gegaan. Op de Thorbeckelaan speelde Holland op het voorste veld. Het achterse veld was voor de katholieke vereniging HMS. Ook DOS speelde op de Thorbeckelaan. De oude terreinknecht van DOS was Kleef. Die zag mij voetballen en heeft me toen naar DOS gehaald.”

Ik dacht met een echte Elinkwijker van doen te hebben.

“Dat ben ik ook wel, maar ik heb dus in mijn jeugd ook voor DOS gespeeld. Tot mijn twaalfde ongeveer.”

Waarom bent u overgestapt van DOS naar Elinkwijk?

“Ries Coté speelde al bij Elinkwijk en mijn vriend Fred van de Meer ging er ook heen. Toen ben ik meegegaan omdat mijn vrienden er gingen voetballen. Ik ben niet gevraagd, maar ging op eigen initiatief. Ik heb bij DOS nog wel gespeeld met mensen als Jan van Renswouw, Eddy Achterberg en Hans Verdaasdonk. De vader van Hans Verdaasdonk heeft de speeltuin nog opgericht. Ik heb bij DOS een hele leuke tijd gehad. Maar eigenlijk heb ik bij Elinkwijk mijn grootste ontwikkeling meegemaakt.”

U kwam op vrij jonge leeftijd in het eerste elftal terecht.

“Ik was zeventien en speelde in de betaalde jeugd. Daar waren mijn trainers Jan Rab (later nog trainer van FC Utrecht, DvdL) en Fritz Korbach. Rab was trainer van de A1.”

Hoe was uw debuut?

“Ik mocht de laatste vier wedstrijden van de competitie meedoen omdat Bertus van Stralen op herhaling moest. Vroeger moest je rond je achtentwintigste nog een paar weken terug in dienst. Van de toenmalige trainers van Elinkwijk, Joop de Busser en Jan Vonk, kreeg ik de kans om hem een paar weken te vervangen. Dat ging best goed. Ik ben er nooit meer uitgegaan.”

Dat was in 1965.

“Klopt. We stonden er niet goed voor, maar bleven er toch in. Henny van Egdom was topscorer en ik speelde daarachter op tien. We speelden thuis tegen FC Twente en uit tegen Feyenoord. Ik heb ook meegedaan in de beruchte wedstrijd tegen Ajax die in 3-3 eindigde.”

Hoe zat dat ook alweer precies?

“Feyenoord uit wonnen we met 0-1 door een eigen goal van Guus Haak. Eddy Pieters Graafland stond in de goal. Doordat wij wonnen werd Ajax kampioen. Een week later speelden wij thuis tegen Ajax. Daar speelden mensen als Johan Cruijff, Klaas Nunninga en Piet Keizer. Ik wil niet zeggen dat ze het ons heel makkelijk hebben gemaakt, maar er zijn nog mensen die er alles van af weten.”

Er werd niet op het scherpst van de snede gespeeld?

“Ik kreeg nog op mijn sodemieter van een ploeggenoot omdat ik zo mijn best deed. Ik wist van niks.”

Speelden destijds die Surinaamse jongens nog bij Elinkwijk?

“Ik heb wel met Edwin Sparendam gespeeld. Maar niet met Kruin, Marbach en de gebroeders Mijnals. Ik heb nog wel een keer een wedstrijd met Kruin gespeeld in het Utrechts elftal in een wedstrijd in het jaarbeursstedentoernooi.”

Dat waren toch goede voetballers die veel bekijks trokken.

“Humphrey Mijnals was een hele sierlijke voetballer, maar ik keek toch ook graag naar de dribbels van Charlie Marbach. En Michel Kruin was ongelooflijk snel.”

Daarna werd Evert Mur trainer.

“Ja, en die was ook kandidaat om de eerste trainer van FC Utrecht te worden. Ik heb nooit begrepen waarom hij uiteindelijk is afgehaakt. Ook Laszlo Zalai van DOS werd het niet. Men koos voor Bert Jacobs van Velox. Hoe dat precies is gegaan, daar heb ik me nooit zo in verdiept.”

Wanneer hoorden jullie, als spelers, van de fusieplannen?

“Vrij laat. Misschien maar een half jaar van tevoren. Maar daar waren we ook niet zo mee bezig. Er stonden trouwens in het eerste jaar veel Elinkwijkers in de basis bij FC Utrecht: Jan Groenendijk, Jan Blaauw, Joop Leliveld, Ton Nieuwenhuis en zo waren er nog een paar.”

Er werd één speler gekocht.

“Co Adriaanse. Met hem heb ik nog wel gespeeld. Hij stond achterin.”

Dan heb je geen blauw shirt meer aan, maar een rood shirt.

“Het was even wennen, maar ik vond het een heel leuk jaar. De concurrentie was wel groot. Iemand als Leo van Veen speelde het eerste jaar niet eens. Zo waren er meer goede voetballers die in die periode niet aan de bak kwamen. John Steen Olsen was een topper.”

U was onomstreden?

“Eigenlijk had Marco Cabo op mijn positie de voorkeur gekregen, maar hij raakte geblesseerd. Ik heb in dat eerste seizoen bij FC Utrecht nog 26 wedstrijden gespeeld. We hebben een fantastisch jaar gehad. Het was een hele leuke tijd met veel Utrechters. Het klikte goed. We hadden de juiste instelling en deden het goed in die periode.”

Wat voor rol speelden trainers daarin?

“Jacobs en Korbach spoorden alle twee niet, en dat bedoel ik in de goede zin van het woord. Ze stonden tussen de groep en waren niet zo oud. Ze gingen mee stappen, dronken een biertje mee en deden wel eens mee met partijtje. Dat werden soms flinke schoppartijen. Fritz kon minder goed voetballen, maar kleunde er in. Bert en Fritz waren populair en spraken de taal van de spelers. Probeer maar eens van drie elftallen één elftal te maken. Je krijgt toch te maken met teleurgestelde spelers. Ik vind dat ze het heel knap gedaan hebben.”

Was er sprake van groepjesvorming?

“Nee. Ik heb nooit het gevoel gehad dat het onderling niet goed zat. Ik geloof dat het onder veel supporters van Elinkwijk wat gevoeliger lag.”

Waarom?

“Voor zover ik weet was Elinkwijk nog vrij gezond. DOS en Velox hadden financiële problemen. Veel Zuilenaren waren ook geen voorstander van de fusie. Elinkwijk moest ook weer starten in de tweede klasse van de amateurs. En DOS als DOS ’01 in de vierde. Maar ik was blij dat ik bij FC Utrecht mocht spelen. Ik kon ook nog naar RWDM en Go Ahead, maar ik wilde liever in Utrecht blijven.”

Toch koos u na twee jaar voor FC Amsterdam.

“Ja. Ik werd in het eerste jaar gehuurd. Maar de voorzitter van FC Amsterdam was Dé Stoop. Die was eigenaar van een liftenfabriek. Stoop heeft het toen slim aangepakt. Ik werd bijna gratis eigendom van FC Amsterdam. Pim van de Meent was daar trainer. Die had ik in de jeugd al meegemaakt bij DOS.”

En zo werd u ‘een lieverdje’.

“Dat was mijn beste periode. Dat had ook met mijn leeftijd te maken. Ik heb op vier na de meeste wedstrijden gespeeld. Ik heb ook nog wat Europacup-wedstrijden gespeeld.”

En niet de minste.

“Inter.”

Die wedstrijd is legendarisch!

“In de eerste ronde speelden we tegen Hibernian. De thuiswedstrijd speelden we in Zandvoort. Konden mensen die daar op vakantie waren de wedstrijd bezoeken. Maar in de derde ronde troffen we dus Inter Milan. En dat was toen al een hele grote club waar Italiaanse internationals speelden. We wonnen daar met 1-2.”

Januari 1973, FC Amsterdam speelt tegen NAC: Leen van de Merkt zet een sliding in tegen Abe van de Ban.

FC Amsterdam is wel de geschiedenis in gegaan.

“Het was een team van vrijbuiters. Ik heb het er erg naar mijn zin gehad en ontzettend gelachen.”

Het avontuur van FC Amsterdam heeft slechts tien jaar mogen duren.

“Stoop wilde Ajax uitdagen in Amsterdam. Dat deed hij goed, maar uiteindelijk is het niet gelukt.”

En u ging naar SC Amersfoort dat destijds nog een betaald voetbalvereniging was.

“Die speelden op Birkhoven. Het ging niet goed bij Amsterdam. Er kwam geen publiek meer op af. De duurdere jongens mochten weg. Eén daarvan was ik. Joop Leliveld was mijn zaakwaarnemer. Die ging bouwen in Amersfoort en deed zaken met een projectontwikkelaar. Uiteindelijk kwam de deal rond: Leliveld mocht bouwen, Dé Stoop van FC Amsterdam mocht de liften leveren en de projectontwikkelaar kreeg mij erbij voor zijn club. Maar Amersfoort ging al snel failliet.”

En toen bent u gestopt.

“Ik heb nog tot mijn 37e op hoofdklasseniveau bij Elinkwijk gespeeld. We werden nog twee keer landskampioen.”

En toen?

“Toen ben ik gaan werken. Dat deed ik bij de Homij, een installatiebedrijf. Ik was daar projectleider en heb dat 27 jaar gedaan. Maar ik werd ook trainer in het amateurvoetbal. Onder anderen bij Elinkwijk, Bloemkwartier, Argon en ’t Gooi. Daar was John de Mol voorzitter. Ook dat was een leuke periode waar het ook sportief erg goed ging. We spreken nu over het begin van de jaren ’90.”

Rond het jaar 2000 bent u nog als scout actief geweest bij FC Utrecht.

“Dat klopt. Ik ben nog weleens met Tonny van der Linden op pad geweest. Nol de Ruiter was hoofdscout. Han Berger was technisch directeur. Ook Jan Verkaik was werkzaam als scout. Net als Henk Vonk. Ik ben een paar keer met Henk op pad geweest.”

Henk Vonk is ook zo’n clubicoon die jaren voor de club heeft gewerkt.

“Henk had er heel veel verstand van. Mijn zoon Jori (nu speler van FC Breukelen, DvdL) heeft nog onder hem getraind bij FC Utrecht in de jeugd. Henk was streng, maar mijn zoon vindt hem nog steeds de beste trainer die hij ooit heeft gehad.”

Naar welke spelers heeft u zoal gekeken?

“Ik zat vaak in België. Stijn Vreven en Stefaan Tanghe heb ik onder anderen bekeken.”

En hoe gaat zoiets dan?

“Er zijn meerdere scouts. Er gaan er ook meerdere kijken naar een speler. Meestal gebeurd dat ook meerdere keren. Als er overwegend positieve beoordelingen zijn wordt er werk van gemaakt. Een vriend van mij Cees Loffeld zit nog in de scouting.”

Die is ooit niet zo netjes behandeld door FC Utrecht.

“Klopt. Dat was pijnlijk. Maar ik zie hem nog vaak bij Elinkwijk.”

Want Elinkwijk is toch de rode draad.

“Ik ben er nu werkzaam als technisch directeur. We proberen de club terug te brengen op een hoger plan. Dat is best lastig.”

Maar wel leuk?

“Als het goed gaat is dat heel leuk. Als het niet goed gaat is het minder leuk. Maar ik voel me nog steeds thuis bij Elinkwijk.”

http://www.dannyvanderlinden.com/