Tieme Woldman

Column Tieme Woldman

“Niemand zag hem in de Arena zitten. Ik eerst ook niet. Ik was ook te druk met Veltman en Sinkgraven die een paar rijen vóór mij zaten en zich professioneel lieten selfieën door jongetjes en gasten die nog nooit van Klaas Nuninga gehoord hadden. Zij stuurden hun selfies de Facebook- en Instagram-wereld in en gingen weer zitten zonder enig benul dat er pure Ajax-historie op een paar meter van hen vandaan zat.

Een historie die begon bij het roemruchte WVV uit Winschoten en die later ook nog Jan Mulder en Arie Haan zou voortbrengen. Maar Klaas Nuninga was de eerste. Hij was de baanbreker, de wegvoorbereider en de pionier waar het Nederlandse totaalvoetbal op gebouwd ging worden. Klaas Nuninga zag er net zo Hollands uit als zijn naam klinkt, maar voetbalde met de flair van Puskas, Di Stefano en andere internationale grootheden. Die flair bracht Nuninga van het toen nog rustige en aardbevingsvrije Groningen naar het mondaine en wilde Amsterdam van de jaren zestig waar hij het pad effende voor Keizer, Swart, Cruijff en de grote Europese Ajax-successen. Zonder Nuninga was Rinus Michels na een paar seizoenen Ajax toch maar weer gymleraar geworden en zat Sjaak Swart nu achter de geraniums te mopperen in plaats van op Ajax-tv.

Verhaal gaat door onder de foto.

Klaas Nuninga poseert voor de beroemde foto van Paul Huf uit 1967 met Cruijff, Keizer en Swart, waar hij hij zelf ook op staat (linksboven). FOTO: Pro Shots.

Maar zoals zo vaak krijgt de baanbreker niet de credits die hij verdient: iedereen kent Einstein, maar slechts weinigen de Nederlander Lorentz op wie Einstein zijn ideeën bouwde. Iedereen heeft het nu over de omhaal van Ronaldo tegen Juve, maar niemand rept over de Engelsman Jack Baxter die de omhaal ooit bedacht en daar zijn nek bijna bij brak. Want de baanbreker doet het vuile werk en degenen die na hem komen gaan met het succes en de credits aan de haal. Zo verging het Klaas Nuninga ook: Cruijff stond op zijn schouders en behaalde de wereldtop, Nuninga ging het zakenleven in en zit tegenwoordig anoniem in de Arena die volgend jaar Johan Cruijff-Arena gaat heten. Het zij Cruijff gegund, maar eigenlijk zou de Arena de Klaas Nuninga-Arena moeten heten. Klaas Nuninga is er echter de man niet naar om daar mee te zitten. Toen hij naar de uitgang langs mij liep, keek ik hem lang genoeg aan om te laten merken dat ik hem herkende. Zijn knikje was mij meer waard dan duizend selfies.”