Door Danny van der Linden

Hij is misschien wel de hardste voetballer die ooit op de Nederlandse velden liep. Joop van Maurik werd gevreesd door zijn tegenstanders, zelfs mannen met een flinke reputatie stonden liever niet tegen de sterke Utrechter op het veld. Tegenwoordig is hij, alweer veertig jaar, eigenaar van Café Engelenburgh in de Utrechtse wijk Hoograven. En daar blikt hij graag nog eens terug op zijn voetbalcarrière.

Joop van Maurik in 1964, toen hij voor Velox uitkwam.

Joop van Maurik groeide op in de buurt van de Utrechtse Rode Brug. ,,Ik ben er nog geen dertig meter vandaan geboren.” Hij begon met voetballen bij DWSV. ,,Toen was ik een jaar of vier of vijf. Die speelden destijds waar nu Zwaluwen Vooruit speelt. Kanaleneiland bestond toen nog niet. Je kon helemaal doorlopen naar het kanaal. Mijn vader speelde toen in het tweede elftal. Op zaterdag speelde Zwaluwen Vooruit op de velden en op zondag DWSV. Later gingen we naar een veld achter de benenkluif. Dat zal jou niks zeggen, maar oudere Utrechters wel. Wij speelden daar op het veld van UVV. Die waren vertrokken naar waar nu Leidsche Rijn ligt.” Het talent van Van Maurik valt op. ,,Ik speelde op mijn veertiende al in het eerste elftal”, vertelt hij. ,,Ik was groot, dus dat viel niet zo op. Ik speelde op zaterdag in de A-junioren en op zondag in het eerste. Soms speelde ik zelfs drie wedstrijden in een weekend. Maar ja, als je van voetballen houdt is dat prachtig.”

In die tijd hangt Van Maurik vaak met vrienden rond in de binnenstad. ,,We zaten vaak op de Mariaplaats. Waar nu het conservatorium is voetbalden we ook. Willem van Hanegem kwam daar ook. Net als Ton en Wout Sabee. Wij voetbalden daar elke zondag. We hadden een heel goed straatelftal. Een paar jongens gingen naar Velox. Daar kwam de betaalde jeugd in opkomst. Maar er kregen maar een paar jongens betaald hoor. Ik geloof dat alleen Willem Pot en Sander Derks wat centen kregen. Dat waren zogenaamde ijskastspelers, maar het ging om een schijntje.” Van Maurik bleef een jaar langer bij DWSV, maar besloot ook de overstap naar Velox te maken. Op zeventienjarige leeftijd maakt hij zijn debuut in het eerste elftal dat dan in de eerste divisie uitkomt. ,,Het was mijn mazzel dat Frans Geurtsen naar DWS in Amsterdam ging. Toen kreeg ik de kans. Ik speelde ook wat wedstrijden voor het militaire elftal met Piet Keizer en Henk Houwaart. Dat ging hartstikke goed en de krant schreef positief over me. Mede daarom kwam ik bij het eerste elftal.” Dan al is Joop van Maurik niet bang uitgevallen. ,,Ik speelde eens tegen Barry Hughes, die speelde toen voor Zaanstreek, geloof ik. Barry begon meteen in dat gebroken Engels van hem: ‘He jochie, ik schop jou straks helemaal dood.’ Ik reageerde nog:’Goed dat ik het weet.’ Later ging hij eraf. Het mooiste is nog dat ik hem later nog tegenkwam toen FC Utrecht zoveel jaar bestond. Oud-spelers en trainers moesten samen het veld op en ik kwam naast Hughes te lopen. Hij wist zich nog goed te herinneren dat we elkaar eerder tegen waren gekomen. ‘Vuil straatjochie’, zei hij. ‘Je hebt het goed gedaan.’

Bij Velox krijgt Van Maurik te maken met de legendarische trainer Daan van Beek. ,,Een hele lieve man. Je kon alles met hem doen. Hij stond niet op zijn strepen. Dat heb ik ook wel eens anders meegemaakt. Later, bij FC Utrecht, gooide Bert Jacobs van nijd een kan koffie dwars door de ruiten heen. Zo was Van Beek helemaal niet.” Na Velox volgt Holland Sport. Een clubnaam die inmiddels is uitgegroeid tot iconische proporties bij liefhebbers van vervlogen voetbaltijden. Op Sportpark Houtrust in Scheveningen wordt in die jaren gevoetbald op een manier die nauwelijks nog geëvenaard zal worden. Geldschieters lopen er rond met briefjes van duizend in hun zakken en een excentrieke supporter deelt na afloop balletjes van goud uit aan spelers die goed gepresteerd hadden. ,,Ik heb ook nog ergens van die balletjes”, zegt Van Maurik.

In zijn café, Joop van Maurik anno 2018.

,,Op een gegeven moment speelden we hier in De Galgenwaard, met Velox tegen Holland Sport. Cor van der Hart was daar trainer toen en dat waren me een stel schoppers, jongen. Ik weet het zeker, als er een kist met sinaasappels het veld in werd gegooid, trapten zij er nog tegenaan. Maar in die tijd kon dat allemaal nog. Toen stonden er niet overal camera’s te loeren of je wat deed, dus kon je wel eens iemand een klets op z’n kanus geven. Holland Sport promoveerde dat seizoen naar de eredivisie en Van der Hart wilde mij toen naar Den Haag halen. Ik was een jaar of 22, heb daar drie jaar gespeeld. Ik herinner me nog dat we tegen Volendam speelden. Ik werd het veld uitgestuurd en liep langs de tribunes naar de kleedkamer. Er werden wel honderd flessen bier naar mijn kop gegooid. Glazen flessen. Je had toen de slogan:’Dat is de man, dit is zijn bier.’ Ik kreeg een fles vol op mijn knar.”

Holland Sport houdt in 1971 op te bestaan. ,,Maar vraag in Scheveningen naar Joop van Maurik en de oudere mensen weten het nu nog.” Het geld bij Holland Sport is op. Van Maurik besluit te gaan voetballen in Amersfoort, waar op dat moment HVC in de eredivisie speelt. HVC ligt Van Maurik niet. ,,Daar had je een een trainer die niet van aanpakken wist. Ik houd van hard werken en strijden. In Amersfoort was de mentaliteit heel anders. Niks voor mij”, legt Van Maurik uit. ,,Als je warm moest lopen rond het veld, liep de trainer niet mee. Het was een bejaarde man. Maar op het laatst liepen we rondjes om de middencirkel. Dan kom je hem zo een hand geven. Dat vond ik maar niks.” Van Maurik houdt het dan ook snel voor gezien in de keistad. HVC gaat overigens over in FC Amersfoort, een club die in 1982 zal worden opgeheven. Van Maurik is dan nog lang niet uitgespeeld. Even lijkt het erop dat hij zijn loopbaan in Wageningen zal voortzetten.

Briefje

Van Maurik: ,,Fritz Korbach ging van FC Utrecht naar FC Wageningen. Hij werd daar hoofdtrainer en wilde mij graag in zijn elftal. Het was 1973 en ik zag dat wel zitten. Ik was trouwens transfervrij, dus ik kon een aardig centje in mijn zak stoppen.” Uiteindelijk gaat het niet door. ,,Ik woonde toen in Overvecht. De spits van Wageningen zou naar MVV gaan, daar speelde Willy Brokamp, en die zou naar Ajax of Feyenoord gaan. Dus ik was afhankelijk van een transfer van Brokamp. Die bleef uiteindelijk in Maastricht, dus ik ging niet naar Wageningen. Gelukkig maar, want op zaterdagavond zat ik in Leusden in een hotel om alles te tekenen, dat hoefde ik alleen maar op te sturen naar Den Haag om alles rond te krijgen. Dat ging toen nog per brief. Ik woonde toen nog in Overvecht. Daar werd een briefje onder de deur doorgeschoven met de vraag of ik bij FC Utrecht wilde komen praten. Dat briefje kwam van Cor Luiten. Die was destijds scout bij Utrecht. Maar ik zou eigenlijk een gesprek voeren bij NEC. Ik dacht nog: ik neem mijn vrouw mee en dan maken we er een dagje uit in Nijmegen van. Maar daarvoor ging ik praten bij FC Utrecht. Dat was een prima aanbieding. Maar ik zou wel met NEC gaan praten. Kernkamp was toen voorzitter en die wilde dat ik tekende. Ik heb toen gevraagd of ze wel netjes NEC wilden afbellen. Dat hebben ze gedaan en ik tekende bij FC Utrecht.”

Van Maurik vindt het heerlijk om weer in zijn eigen stad te voetballen. ,,Man, ik zat lekker op Overvecht. Tien minuten rijden naar het stadion. En ik kende de mensen natuurlijk. In die tijd had het stadion nog geen supportershome. Al die jongens van de Bunnikside kwamen later bij mij in de kroeg.” Want het is ook de tijd waarin Joop van Maurik een kroeg begint. ,,In die tijd was Gerard Kragten een grote sponsor bij FC Utrecht. Hij zei tegen mij: je moet wat met je bekendheid doen. Ik was heel populair toen. In het stadion zongen ze:’Jopie, Jopie boor ze in de grond.’ Ik woonde toen in Rivierenwijk en kreeg het advies een eigen zaak te beginnen in mijn eigen wijk. Ik kon toen kiezen tussen een sportzaak en een kroeg. Het werd de kroeg. Daar heb ik wel eens spijt van gehad, maar ik heb het hier al ruim veertig jaar naar mijn zin.”

Verhaal gaat door onder de foto.

1975. Frans Bouwmeester (rechts) ontdoet zich van Joop van Maurik, die toen voor FC Utrecht speelde.

Er zijn ook nadelen aan het voetballen in je eigen stad. Zo krijgt Van Maurik, die dan in de Runstraat woont, ’s nachts een baksteen door zijn ruit heen. ,,Toen vond een supporter blijkbaar dat ik slecht gespeeld had. We verloren bij NAC in een bekerwedstrijd. Henriksen maakte een fout, maar ik kreeg de schuld.” Maar over het algemeen is zijn band met de fans goed. ,,Ach, zo’n dwaasje heb je er altijd tussen lopen”, klinkt het nuchter. De Bunnikside in de jaren ’70. Van Maurik kan er over meepraten. ,,Ik was geschorst en Utrecht moest uit spelen tegen Haarlem. Mijn vader ging altijd mee en ik zei tegen hem: ‘Kom we gaan een keer tussen de supporters staan. Gezellig…’ FC Haarlem had toentertijd net een nieuw scorebord. Al snel vlogen de flessen bier er tegenaan. Al die lampjes sprongen uit elkaar. Allemaal stuk. Toen kwam de politie te paard de tribune op. Toen heb ik mijn vader meegetrokken van de tribune af. Die is niet meer tussen de Bunnikside gaan staan.”

Op het veld is Joop van Maurik het toonbeeld van onverzettelijkheid. ,,Tegenstanders scheten in hun broek als ze tegen me moesten spelen”, weet hij. ,,Ook jongens als Rinus Israël en Johan Derksen, die toch bekend stonden als harde spelers. Ik ging voor niemand aan de kant. Er vielen daar wel eens gewonden bij. Ik had overal schijt aan. Jan Notermans is er ook ‘ns uitgestuurd tegen me. Ik pakte hem bij wijze van grap bij z’n oorlel en zei: ‘Zeg kleine, hou je je een beetje rustig’ en Jan geeft me toch een schop, weer precies voor de neus van de grensrechter. Hij moest er uit en kreeg vier weken aan z’n broek.” Ook op zijn tijd een klap uitdelen is voor Van Maurik geen enkel probleem. Ik weet nog goed, ik speelde toen bij FC Utrecht tegen De Graafschap en op een gegeven moment spuugt zo’n gozer me recht achter mijn oor. Als er iets is wat ik vies vindt is dat het. Van Londen heette hij. Die scheids stond er vlakbij, dus ik zeg: ‘Scheids, moet je eens kijken!’ ‘Dat heb ik niet gezien, Joop’, zegt ‘ie. ‘Nou’, zeg ik, ‘dan doe ik zo meteen wat, dan moet je ook effe je oogjes dichtknijpen.’ Nou, jongen ik gaf die Van Londen een knal, zo, recht op z’n muil.’

Conflict

Bij FC Utrecht krijgt Van Maurik te maken met Bert Jacobs, Jan Rab en Han Berger. ,,Een goede trainer”, zegt Van Maurik over die laatste. ,,Maar ik vond hem niet eerlijk. Wij speelden eens tegen AZ, daar speelden toen Pier Tol en Kees Kist. Die week daarvoor zei de trainer tegen mij dat hij het achterin niet zo in me zag zitten. Ik vond het prima, dan zette hij me maar voor neer. Utrecht had toen net Ben Schubert gekocht en die moest spelen als aankoop van Berger. Maar Schubert ging er altijd af als we met 2-0 of 3-0 achter stonden. Dan was hij zogenaamd geblesseerd. Daar kon ik zo slecht tegen. Dan kon ik weer opdraven. We verloren die dag met 6-2, maar ik scoorde twee keer. Het is slecht, maar mijn dag kon niet meer stuk. ’s Avonds moesten we naar de wielerzesdaagse in Ahoy. In de bus had ik een kratje bier en ik had plezier. Dat is niet sportief, maar het was zo. In Ahoy kwamen we in de piste. Het was de bedoeling dat ik daar zou fietsen tegen andere voetballers. Maar dat mocht niet omdat ik gedronken had. Ik zei nog dat ik ze er allemaal af zou rijden met een kist bier in mijn lijf. Dat had ik wel willen zien.” Uiteindelijk is het vertrek bij FC Utrecht en het conflict dat daarmee gepaard gaat de reden dat Van Maurik en Berger elkaar bijna 35 jaar niet spreken. ,,Hij heeft me de laan uitgestuurd. Ik had een goed seizoen gedraaid. Werkhoven was de voorzitter. Hij was blij met me en gaf me er vijfduizend gulden bij. Dat was top. Ik had nergens om gevraagd. Maar vlak voor de sluiting van de transfermarkt komen Berger en Werkhoven bij me binnen op zaterdagavond met de mededeling dat ik niet meer nodig was bij FC Utrecht. Dat hadden ze natuurlijk eerder moeten zeggen, dan had ik een andere club kunnen vinden. Ik ben naar de VVCS gestapt. FC Utrecht zat fout, dus ik kreeg gewoon mijn geld. Maar ik was niet blij. Ik kreeg nog aanbiedingen van Heerenveen, maar daar zat ik niet op te wachten. Toen ze belden, heb ik gezegd dat ik zeventig ruggen wilde hebben. Ik wist dat ze dat toch niet gingen betalen, maar dan had ik in elk geval netjes mijn woordje gedaan. Klaar. Toch?” Ook Victorie Keulen en Birmingham City hebben interesse. ,,Maar dat vond ik niks. Toen kwam FC Amsterdam. Daar viel geld te verdienen en het was in de buurt.”

Het akkefietje met Berger duurt jaren. ,,Toen kwam ik op het centraal station iemand tegen die zei dat Han Berger een gesprek met me wilde. Ik vond dat prima, het was inmiddels al zo lang geleden”, zegt Van Maurik. ,,Tijdens dat gesprek hebben we het bijgelegd. Ik heb ook gezegd wat ik van Schubert vond. Berger zei dat hij dat nooit door had gehad. Hij vroeg mij ook nog of het klopte of ik de avond voor de uitwedstrijd tegen VVV door was gezakt. Dat klopte ook. Ik geloof dat ik wel twee en een halve liter rosé in mijn lijf had. Maar dat gebeurde wel vaker. Ik speelde trouwens wel een goede wedstrijd toen. Ik heb in de bus naar Venlo nog even liggen slapen, maar ik speelde goed. We wonnen ruim. Al binnen tien minuten gaf ik een pass over veertig meter aan André Hulshof en stonden we voor. Er kwam niemand langs me. Dat zei Berger ook nog.”

Strebertjes

In Amsterdam krijgt Van Maurik met een andere Utrechter: Leen van de Merkt. ,,We reden weleens met elkaar mee naar Amsterdam. Wat een boutclub was dat trouwens. Het was erg gezellig, maar daar kwam ik niet voor. Ik houd van presteren. Dat gebeurde daar niet. Er werd soms meer gegokt dan gevoetbald. Het was lang leve de lol. Ik heb er één seizoen gespeeld en toen was het klaar. Tegen grote tegenstanders speelden we in het Olympisch Stadion voor duizend man. Dat was niks.” FC Amsterdam stopt met bestaan ondanks de investeringen van Dé Stoop. Van Maurik stopt ook met professioneel voetbal en keert, via RUC, terug naar Velox op amateurbasis. Daar speelt hij nog twee jaar tot blessures een einde maken aan het avontuur. ,,Dat vond ik wel leuk. Daar speelden strebertjes die er voor gingen. Het waren ook technische jongens. En ik liep er dan tussen als een soort dirigent en afmaker. Maar ik was wat aan de zware kant en wilde tien kilo afvallen. Ik woog 110 kilo. Bij Utrecht woog ik 105 kilo maar trainde ik vier keer per week. Ik gebruikte Muscle Power om af te vallen, maar rolde van blessure in blessure. Achteraf bleef dat het door die zooi kwam… Muscle Power. Daar kwam ik pas in de laatste wedstrijd achter. Toen had ik had nergens last meer van. Maar ik ben er toch mee gestopt.”

Tegenwoordig volgt Joop Van Maurik FC Utrecht nog altijd op de voet. Als FC Utrecht speelt staat de televisie aan en wordt de wedstrijd gevolgd. Ook is Van Maurik nog met enige regelmaat in het stadion te vinden. De recente prestaties van de FC doen hem goed. ,,Ik heb ook alle vertrouwen in Jean-Paul de Jong”, zegt hij. ,,Hij had als speler ook een hele goede mentaliteit en ik denk dat hij die ook over kan brengen om de ploeg als het even minder gaat.”

,,Wist je dat door mij de fusie van DOS, Velox en Elinkwijk bijna niet doorgegaan is?” vraagt Van Maurik na afloop van het interview. ,,Ik speelde bij Holland Sport in de spits tegen DOS. Wij stonden met 2-1 voor toen er een dieptepass kwam. Ik ging er achteraan en wilde de bal koppen. Bij DOS stond Henk Verrips in het doel. Hij kwam zijn doel uit en sloeg me recht op mijn neus. Die neus was helemaal verbrijzeld. Ik heb nu een plastic neusvleugel. De bal rolde net naast het doel. Ik had een wit met groen shirt aan. Door het bloed was dat een rood-groen shirt geworden.” Van Maurik verlaat het veld met zijn blessure en hoort later dat DOS 2-2 heeft gemaakt. ,,Als ik die bal er in had gekopt had het 3-1 geworden en was DOS niet meer terug in de wedstrijd gekomen.” Uiteindelijk wint DOS later bij GVAV en wordt degradatie voorkomen. De rest is geschiedenis. FC Utrecht-geschiedenis. Van Maurik:,,Met een punt minder had DOS het niet gered. Achteraf ben ik natuurlijk blij dat die bal er niet in is gegaan. Ik heb daar nog een hoop profijt van gehad.”

Zo wordt de plastic neusvleugel van Joop van Maurik een tastbaar symbool voor de latere oprichting van FC Utrecht. Wellicht kan dit verzamelstuk ooit worden toegevoegd aan het FC Utrecht-museum.

www.dannyvanderlinden.com