De huidige A1, die dinsdag 24 februari 2015 werd uitgeschakeld in de Uefa Youth League door AS Roma, werd gezien als een talentvolle lichting. Jairo Riedewald, Riechedly Bazoer, Richairo Zivkovic en Kenny Tete hadden al hun debuut gemaakt in Ajax 1. Ook van Abdelhak Nouri, Robert Muric, Donny van de Beek en Václav Cerný werd verwacht dat zij zouden debuteren.

Van die acht was alleen Nouri Amsterdammer. Dat was in de tijd van Johnny Holshuijsen (57) uit de Sumatrastraat wel anders. Bij de Valentijnkade naar beneden, lopend of op de fiets, of met bus 8 of tram 9 en je was bij De Meer. Je kende iedereen. Frank Rijkaard, Wim Kieft, Ton Blanker, Jacques Storm, Rik van den Boog, Peter van der Hengst: allemaal kwamen ze uit Amsterdam, velen zelfs uit Oost. Zo groot en tegelijkertijd geconcentreerd was de kweekvijver van Amsterdamse talent. “Wij waren vriendjes van elkaar,” zegt Holshuijsen, “ook buiten het voetbal om. Daarom konden we ook alles tegen elkaar zeggen. Tegenwoordig steken ze bij een verkeerde pass een duim op, vroeger werd je verrot gescholden.”

Of dat laatste nu per se beter is, weet Holshuijsen – tegenwoordig woont hij op Kattenburg – niet. “Maar men staat nu wel op de banken voor iets wat vroeger normaal was.” Hij mist nu in het Ajaxvoetbal het onoverwinnelijke, het ten koste van alles ervoor gaan, tonen dat je beter bent en wilt zijn. “Je kunt van Van der Hoorn geen Beckenbauer maken. Voetbal moet je in je hebben; je ziet het of je ziet het niet.”

Verhaal gaat door onder de foto.

Ajax in 1980 met helemaal rechts zittend Johnny Holshuijsen.

Holshuijsen zag het, al kwam hij tot slechts een handjevol wedstrijden in Ajax 1. Zo waren er zijn debuut in 1979 tegen Willem II, de invalbeurt tegen HJK Helsinki in de Europacup 1 en een bekerwedstrijd tegen PSV. Daarna verbrijzelde de middenvelder zijn enkel toen hij uit de tram sprong. Het leek einde carrière. “Ik zou nooit meer kunnen voetballen. Mijn ene been was korter. Ik ben toch weer begonnen, maar nooit meer op dat niveau gekomen.”

Holshuijsen werd uitgeleend aan PEC Zwolle en speelde daarna nog vier jaar voor FC Volendam, maar had te veel last van allerlei kwalen. “Ik deed veel op techniek, maar bij werkvoetbal moet je aan de bak. Er waren ochtenden dat ik m’n bed niet meer uit kwam vanwege de pijn.” Holshuijsen ging verder bij de amateurs van DWV en Sloterplas. Intussen maakten generatiegenoten Kieft, Rijkaard, Sonny Silooy, Gerald Vanenburg, Danny Blind en Ruud Gullit furore. “Ik ben aanvoerder geweest in vertegenwoordigende elftallen, dus toen ik die jongens zag doorbreken, deed dat best wel pijn.”

Holshuijsen werd na zijn voetballoopbaan groothandelaar in bouwartikelen. ‘Al die gassies van vroeger’ kwam hij in oktober weer tegen tijdens een reünie voor oud-jeugdspelers. “Toen kwamen al die verhalen weer boven. Hartstikke leuk. De ene was vroeger nog beter dan de andere.” Maar van zijn lichting in de jeugd van Ajax braken er maar drie of vier door. “Hoeveel goede voetballers ik niet linksaf heb zien slaan! Je komt niet zomaar in Ajax 1. Het hangt van heel veel dingen af.” Dat de Christian Eriksens en Cernýs op zestienjarige leeftijd helemaal uit Denemarken of Tsjechië naar Ajax komen, snapt hij dan ook wel. “Die maken nog één of twee jaar mee van de Ajaxopleiding en hopen dat ze dan doorstromen.”

* Dit artikel stond eerder in Het Parool.