Aan strikte regels had hij een enorme hekel. Nog steeds trouwens. Johan Pater debuteerde als net negentienjarige spits in een bomvol Philips Stadion voor PSV. De opmars stokte al snel toen hij werd betrapt op cocaïnegebruik. Hij bleef negen jaar actief in het betaalde voetbal, maar het imago van bad boy verdween niet meer. Anno 2019 is hij glazenwasser en schoonmaker. “Het gevoel dat ik krijg als we bij een tevreden klant vertrekken, is hetzelfde als na het maken van een doelpunt.”

“Wat een ochtend, hè”, vertelt de 38-jarige voormalige centrumspits met 189 wedstrijden in het betaalde voetbal achter zijn naam. Bijna tien jaar was Pater profvoetballer. Werd hij vanaf de tribunes toegeschreeuwd en vermaakte hij het publiek met doelpunten, keihard werken en opzwepende gebaren. Nu zit hij in een blauwe polo achter het stuur op weg naar een bedrijfspand of appartementencomplex om schoon te maken. Tussen zijn benen klemt hij een pot Duo Penotti. In zijn linkerhand brandt een sigaret, zijn linkerbeen ligt relaxed tegen het dashboard en af en toe neemt hij een slokje uit het blikje Coca Cola dat tegen het raam leunt. Zijn bijrijder steekt een joint op.

Pater maakt zich niet druk. “Dit leven past bij mij. Dit vrije. Dat gevoel heb ik vanaf mijn twaalfde jaar gemist. Vanaf het moment dat ik de keuze maakte om naar een betaald voetbalclub te gaan. Of beter gezegd, die keuze werd voor me gemaakt. Als twaalfjarige jongen heb je dat besef absoluut niet. Ouders maken die beslissing. In mijn geval ging ik naar Vitesse. Ik moest daardoor van de basisschool in Lunteren naar de middelbare school in Arnhem. Naar de lts. Ik kende helemaal niemand daar. Alles was nieuw. Dat zorgde vanaf dag één voor druk. Daar ligt de oorzaak voor alles wat daarna volgde.”

“Weet je?”, vertelt Pater. “Tot mijn zeventiende ging het nog best goed. Maar toen overleed mijn vader. Hij werd 66 jaar. Hij was voor mij altijd de stok achter de deur. Als ik in de kroeg stond en niet op tijd vertrok, kwam hij persoonlijk langs en trok me mee. Als ik iets op die leeftijd niet wilde, was om voor het oog van mijn vrienden door mijn vader naar huis te worden getrapt. Hij kwam ook altijd kijken. Mijn moeder niet. Zij hield niet van voetbal. Ze zit het liefst de hele dag thuis. Van haar kreeg ik ook te horen als ik te laat thuiskwam. Maar dat maakte weinig indruk. Ze vond alles eng.”

Op zijn vijftiende lijfde PSV hem in. “Ik kon toen ook naar Ajax of Feyenoord, maar mijn vader vond PSV geschikter.” Op 12 maart 2000 volgde zijn finest moment in de thuiswedstrijd tegen FC Utrecht. Luc Nilis en Ruud van Nistelrooy waren niet fit. PSV zat dun bezaaid in haar aanvallers. Wilfred Bouma speelde als centrumspits, maakte twee doelpunten, maar diens pijp was in de 85e minuut leeggelopen. Pater maakte onder trainer Eric Gerets zijn debuut. “Of ik zenuwachtig was? Nee, helemaal niet. Ik had daar wat spul voor gesnoven. Na afloop wilden veel mensen iets van me weten. Ik heb iedereen verteld wat hij of zij wilde horen. Helaas heb ik het wedstrijdshirt niet meer. Geen idee waar het is gebleven. Ik heb sowieso alles weggeven. Ik heb geen gevoel bij shirts.”

In de zomer van 2000 wordt Pater verhuurd aan FC Eindhoven. Hij kan er ervaring opdoen, maar bovenal werken aan zijn discipline. Het verblijf aan de Aalsterweg zal slechts acht wedstrijden duren. “Al na de tweede of derde wedstrijd werd ik uitgeloot voor de dopingcontrole. Terwijl ik aan het pissen was, wist ik dat het resultaat positief zou zijn. Ik moest nog stervenslang wachten. Dat leverde spanning op. Enorm veel spanning. Dat achtervolgde me elke dag. Het zorgde voor paniekaanvallen. Meestal ’s ochtends in de auto, omdat ik wist dat het nieuws wellicht die dag bekend kon worden. Wat ik daar tegen deed? Drinken en stappen. Na de training ging ik bij mijn vaste snackbar langs. Altijd een kipcorn zonder en eentje met mayonaise. Daarna liep ik de naastgelegen supermarkt binnen. Kocht ik een sixpack bier. Als ik thuiskwam, was ie al bijna op. Ging ik daarna door naar de kroeg. Als ik ’s morgens wakker werd, had ik regelmatig een enorme kater. Dan fakete ik een blessure. Of ik belde op dat ik ziek was. Dat was ook beter voor het team. Ik was toch niet fit. Ik had een auto van de club die op gas en op benzine kon rijden. Die schakelde automatisch over als de ene tank leeg raakte. Ik tikte met opzet benzine aan. Daar zat nooit veel brandstof in, waardoor ik onderweg stilviel. Moest ik worden opgehaald. Belangrijker nog. Ik hoefde dan niet te trainen.”

Het vonnis volgde uiteindelijk na een ochtendtraining. “We zaten aan de lunch. Ik zag de clubarts door het raampje van de deur van het spelershome kijken. Ik keek recht in zijn ogen. Hij draaide direct terug, wist dat ik er was. Eerst moest de trainer bij hem komen, daarna ik. Ik wist genoeg. Nadat ze vertelden dat ik was betrapt, reageerde ik met veel verbazing. Dat kan niet? Maar ik wist genoeg. Ik heb alles daarna toegegeven.” Pater kreeg een schorsing van achttien wedstrijden aan zijn broek waarna zijn aflopende contract bij PSV ook niet werd verlengd. “Ik gebruikte dat spul in die periode heel weinig. Ik had de pech dat ik een dag voor de wedstrijd tijdens een avondje stappen in Eindhoven toch wat had gesnoven. Van de buitenwereld kreeg ik direct het stempel ‘verslaafd’. Maar dat was helemaal niet zo. Een paar keer tijdens een feestje. Vaker gebruikte ik dat spul niet. Maar ik kom daar nooit meer vanaf. Het zal me altijd achtervolgen bij bijvoorbeeld het zoeken naar een baan.”

Hij werd opgenomen in een afkickkliniek in Arnhem. “Mijn moeder stond daarop. Na een dag ben ik niet meer komen opdagen. Ik keek rond en dan zag ik alleen maar verslaafden. Mannen en vrouwen die elke dag heroïne moesten spuiten. Ik was juist de meest onrustige van allemaal. Ik nam af en toe iets op een feestje. Hier hoorde ik helemaal niet thuis. Ik ben ook nooit drugsverslaafd geweest. Op feesten gebruikte ik vaak wat. Pep of GHB. Een beetje experimenteren, daar hield ik van. Ik heb ook een tijdje elk weekend en zelfs dagelijks GHB gebruikt. Dat schijnt superverslavend te zijn. Ik ben zonder probleem gestopt. Verslaaf zijn zit allemaal in het hoofd.”

Johan Pater in het shirt van Telstar.

AGOVV gaf Pater een nieuwe kans in het voetbal. Mede door zijn goals en inbreng pakte de Apeldoornse club de titel in de Hoofdklasse. Het leverde Pater een contract op bij Stormvogels Telstar. Hij speelde er drie jaar gevolgd door een seizoen Go Ahead Eagles (‘Marc Overmars haalde me, een toffe gozer’, red.) en een jaargang bij FC Volendam. Pater keerde terug naar Telstar, maar werd daar na een halfjaar weggestuurd. Pater was zoek. In werkelijkheid bleek hij een stage af te werken bij Stoke City. Hij keerde terug bij AGOVV. “Stapten plotseling Kiki Musampa en Nordin Wooter uit een Lamborghini. Zij moesten ons versterken. Bleken ook supergozers. Helaas kreeg ik geen kans meer in de Eredivisie. Ik ben ervan overtuigd dat je gemakkelijk aanhaakt bij het niveau waarop je speelt. In de Eerste Divisie doorgaan, had geen zin. Je werd er niet rijk van en ik was het leven beu.” Hij diende nog diverse amateurclubs, maar heeft nu al jarenlang geen bal meer geraakt.

Enkele jaren geleden volgde Pater de trainerscursus. “Misschien was het iets voor mij? Andere oud-PSV’ers namen ook deel. Zag ik Fredje Bouma weer. Nee, ik heb de cursus niet afgemaakt. Hoofdtrainer is niets voor mij. Ik zie mezelf eerder als assistent. Met jongens praten, dat ligt me goed. Ik praat met iedereen. Een zwerver die op het station iets vraagt? Ik stop altijd. Ik ben nieuwsgierig naar hun verhaal. De buitenwereld drukt een stempel op zwervers. Ze zouden ook allemaal verslaafd zijn. Maar vraag je dat ook aan ze? Ik vind het interessant om een gesprek met hen te voeren.”

In de winter van 2017 stapte Pater de ondernemerswereld in. Hij lanceerde de kledinglijn Helemaal Knettâhh. “Die naam paste volledig bij mij. In die periode bezocht ik veel feesten. Hardcore of hardstyle? Ik was erbij. Ik droeg vaak een petje achterstevoren op mijn hoofd. Ik zette een keer die tekst erop en ik kreeg de ene positieve na de andere leuke reactie. Waar ze die konden kopen? Dat bracht me op een idee. Waarom laat ik er zelf geen maken? Binnen de kortste keren waren ze uitverkocht. Ik kon de bestellingen niet bijhouden en opende een Facebookpagina. Had ik er bijvoorbeeld vijfhonderd, liet ik ze bedrukken. Ook shirtjes, hempjes, broekjes, het liep als een tierelier. Ik reageerde altijd netjes op alle berichten.”

Hoe ziet hij zijn eigen toekomst? “Ik wil graag weer een eigen plekkie hebben. Nadat het uitging met mijn ex ben ik ingetrokken bij mijn moeder in Lunteren. Dat werkt niet. Zij maakte zich altijd druk om me als ik weer laat thuiskwam. Of niet thuiskwam, haha. Gelukkig kwam ik in contact met mijn huidige baas. Ook zijn relatie was gestrand. Bij hem woon ik nu in. Hij beheert ook mijn agenda. Ik leer nu enorm veel. Veel mensen onderschatten welke taken bij een glazenwasser of schoonmaker komen kijken. Elke ochtend proberen we om zes uur op de weg te zitten. Al lukt dat niet altijd, haha. Het lijkt me super om ooit zelf een eigen bedrijf in de schoonmaakwereld te kunnen starten. Zodat ook mijn dochter straks trots op me is. Ze is nu vijftien jaar, gaat naar de middelbare school, loopt stages. Chanelle woont bij mijn ex. Ook voor haar stel ik mezelf doelen in het leven. Ik heb nu een baan, een inkomen en dat is belangrijk. Van hieruit kan ik verder bouwen.”

Contacten met oud-medespelers heeft Pater niet meer. “Zo is de voetbalwereld. Iedereen verhuist telkens van club en dan is het lastig om contacten te onderhouden. Mijn beste maatje was altijd Leon Kantelberg. Zijn mobiele nummer kan ik nog steeds voor je opdreunen. Maar ik heb hem allang niet meer gesproken. Ik heb geen idee wat hij nu doet. Met Kevin Moeliker reed ik jarenlang mee. We hadden een goede band, maar ik spreek hem ook nauwelijks.”

  • Door Sander Berends (Elf), foto bovenaan door Stefan Koops.