Jan van Staa is terug bij Go Ahead Eagles

Sinds begin december is Jan van Staa (voor de tweede keer) hoofdcoach van Go Ahead Eagles. Eerder in 2017 bezocht de ExProf de supportersvereniging van FC Utrecht. Voorafgaand aan de wedstrijd werd er in het supportershome een drankje gedronken en wat gegeten. Een mooi moment om wat herinneringen op te halen aan zijn tijd bij FC Utrecht.

Tekst: Danny van der Linden

Van Staa (62) groeide op in de Utrechtse Rivierenwijk en begon met voetballen bij DOS. ,,Mijn familie was altijd voor DOS. Als kind ga je dan mee naar de Galgenwaard. In 1965 mocht je pas op voetbal als je tien jaar was. Dus op een woensdagmiddag ging ik naar een talentendag bij DOS. Er waren tweehonderd jongetjes en Hans Kraaij was er als trainer. Ik was één van de kinderen die werden geselecteerd en blijkbaar goed genoeg was voor DOS”, vertelt Van Staa. Zelf had hij niet door dat hij over een bijzonder talent beschikte. ,,Daar dacht ik niet over na. Ik vond voetballen gewoon heel leuk.” Bij DOS speelt Van Staa in de top van de jeugd. ,,We speelden tegen de jeugd van Ajax, Blauw Wit… Dat soort teams. Dat waren zware competities.” De mooiste herinneringen aan zijn DOS-tijd heeft Van Staa aan de jeugdkaartjes die hij als jeugdspeler kreeg. ,,Dan zaten we in de oude Galgenwaard te kijken naar al die grote spelers van DOS en van de tegenpartij”, weet hij. ,,Het geluid van die noppen op de tegels vond ik prachtig. Ik wist nog niet dat ik daar een aantal jaren later zelf ook zou lopen.”

Van Staa bleef lid van DOS tot zijn zeventiende. ,,Inmiddels was Han Berger van Velox bij FC Utrecht belandt. FC Utrecht had in die tijd geen jeugdelftallen, maar wel een B-elftal. Er waren plannen om een C-elftal op te richten en daarom ging ik naar Velox. Het hele elftal zou dan van Velox overstappen naar het C-elftal van FC Utrecht. Een half jaar later stond ik al mee te trainen bij het eerste elftal.” Gerard Wielaart en Ron Spelbos waren namen van spelers die destijds de overstap maakten. Spelbos ging uiteindelijk naar SC Amersfoort en kwam in de jaren negentig in Galgenwaard te werken als hoofdtrainer. ,,Ik groeide wel op in een voetbalfamilie. Ze gingen er in mee en waren er aan gewend rekening te houden met het voetballen”, vertelt Van Staa. ,,Het was voor mij dan ook logisch dat ik de voetbalkant op ging in plaats van een studie te kiezen. Thuis hadden ze daar geen moeite mee.”

Eigen stad
Eenmaal bij FC Utrecht wordt Van Staa geconfronteerd met de beste Utrechtse voetballers en een paar exotische buitenlanders. ,,In die tijd speelden er veel jongens uit de stad bij FC Utrecht. Je had natuurlijk wel de Denen John Steen Olsen en Jorgen Henriksen, en later Istatov en Paunic, maar dat waren uitzonderingen. Die twee Joegoslaven werden totaal niet begeleid. Die kwamen hier in Utrecht neergezet en kwamen boven een hoerenkit te wonen. Tegenwoordig worden spelers opgevangen en moeten ze een half jaar wennen en leren ze de taal. Dat was toen wel anders. Ik geloof ook niet dat ze het heel erg vonden om daar te wonen trouwens.” Ook aan de Utrechtse spelers bewaart Van Staa goede herinneringen. ,,Ik had geluk dat ik in een elftal kwam met wat oudere jongens die een goede mentaliteit hadden. Die Denen liepen voorop op de training, maar ook jongens als Leo van Veen, Joop van Maurik en Piet van Oudenallen waren al ervaren profs die wisten dat je met hard werken ver kon komen. Ik kwam daar als jonge speler bij.”

Van Staa als middenvelder van FC Urecht, waar hij op zijn achttiende zijn debuut maakte.

Han Berger speelt een belangrijke rol in de historie van FC Utrecht. Hij bedenkt, samen met Henk Vonk, het jeugdplan. Omdat FC Utrecht geen vereniging is, zijn er geen jeugdelftallen. Toch wil de club jonge talenten aan zich binden. Van Staa herinnert zich nog dat de beste jonge spelers van amateurelftallen op woensdagmiddag met elkaar bij FC Utrecht trainden. ,,Daar zijn later hele goede spelers uit voortgekomen. Ook jongens als Gerald Vanenburg en Marco van Basten trainden mee. Die gingen helaas naar Ajax. Maar jongens als Gert Kruijs, Frans Adelaar, Willy Carbo, Ton du Chatinier en Jan Wouters zijn later nog belangrijk geweest voor de club.” In de tijd dat Jan van Staa als voetballer actief is, maakt hij ook de opkomst van de beruchte Bunnikzijde mee. ,,Mooi hoor. Met die fietskettingen”, lacht hij. ,,Als aanvoerder kreeg ik daarmee te maken. Er was toen meer contact met supporters. Ik woonde natuurlijk ook in Utrecht en kende meer mensen. Tegenwoordig komen voetballers hun geld verdienen bij een club. Ik wilde ook niet snel weg bij FC Utrecht. Ik voetbalde in mijn eigen stad en dat voelde prettig. Je spreekt allemaal dezelfde taal. Als voetballer vond ik dat fijn.” Last van de Bunnikside had Van Staa niet. ,,Wij speelden altijd risicowedstrijden. Daarom speelden we altijd op zondagmiddag. Dat was ook eigenlijk wel lekker. We hadden ook een elftal dat er altijd tegenaan ging. Dat zat er gewoon in. Het was bij ons nooit een slap zooitje.

In die tijd waren er bijna nooit camera’s bij wedstrijden. Dan kon je nog wel eens een tik uitdelen.”Volgens Van Staa ging het toen ook nog om het verdienen van de boterham. ,,Met die premiestelsels uit die tijd was je wel bereid om extra te knokken voor je centen. Nu zijn spelers soms al binnen als ze alleen maar een contract tekenen. Dat is anders. Maar FC Utrecht had in die tijd wel echt een ploeg die kon knokken. En ook de supporters hielden daarvan.” Een mooie anekdote volgt:,,Wij gingen uit naar Den Haag. Joop van Maurik had bij Holland Sport gespeeld. We kwamen daar met de bus en al die Haagse supporters stonden Joop uit te schelden. Maar Joop doet de klep van de bus open en stoot zijn hoofd. Ondertussen ging het schelden door en Joop stond er met een bebloede kop. Iedereen in paniek, maar er was feitelijk niets aan de hand.” Ook in het buitenland is Van Staa actief met FC Utrecht. ,,Dat kwam mede door Willem van Hanegem. Dat was een echte superster en dat opent toch bepaalde deuren”, vertelt hij. ,,We werden vaker gevraagd voor het openen van winkels en dergelijke. Ook gingen we een paar dagen naar Dubai. ”Dan speelden we daar een wedstrijd en kregen we vijfhonderd gulden. Eigenlijk gekkenwerk. Je vloog erheen, speelde een wedstrijd en vloog weer terug. En dat allemaal doordeweeks. Het voelde daar bovendien alsof je in een sauna zat. Onvoorstelbaar.”

Bijzonder was de wedstrijd tegen Arges Pitesti. ,,Het was in de tijd van die dictator Nicolae Ceacescu in Roemenië. We moesten daar ’s middags spelen omdat er geen kunstlicht was. De dag ervoor gingen we op dezelfde tijd trainen. We komen bij dat stadion aan. Zit dat stadion helemaal tot de nok vol. Wij vroegen ons nog af of we niet op die dag moesten spelen. Alles was afgezet door de politie. In dat stadion trainden we voor volle tribunes. Die mensen waren gewoon door de overheid verplicht om naar onze training te komen kijken.” ,,Het was onze allereerste ervaring met Europees voetbal en waren voor de thuiswedstrijd op trainingskamp in Zeist. We vroegen ons af hoeveel toeschouwers er zouden komen kijken. Bij het stadion zag het zwart van de mensen. Daar kreeg je een ontzettende boost van. Dat is geweldig!”

Heracles
In 1981 neemt Jan van Staa afscheid van FC Utrecht. Een verhuizing naar Almelo ligt in het verschiet. ,,Daar woon ik nu nog. En met plezier, al blijf ik natuurlijk een Utrechts jochie.” Het vertrek bij FC Utrecht heeft alles te maken met Willem van Hanegem. In die periode speelt De Kromme voor FC Utrecht en twijfelt hij over het tekenen van een nieuw contract. ,,Als Willem zou tekenen en spelen moest ik hangend op links gaan spelen. Dat was niet mijn favoriete plek. Maar het was onduidelijk of Willem wel of niet zou tekenen. Ik had geen zin om daar op te wachten”, legt Van Staa uit. ,,Ik was ook al jeugdtrainer en had al veel meegemaakt. Toen kwam er een aanbieding van Heracles. Daar ben ik op ingegaan.” Al snel wordt Van Staa ook in Almelo een bepalende speler die zelfs nog een tijd de aanvoerdersband draagt. ,,Ik ben ook aanvoerder van FC Utrecht geweest. Daar ben ik wel trots op.”

GA Eagles-trainer Jan van Staa geeft in december 2017 aanwijzingen in de uitwedstrijd tegen en in Eindhoven. Het is zijn tweede periode bij de club uit Deventer.

Dat Van Staa in Almelo is blijven wonen is niet verwonderlijk. ,,Almelo is eigenlijk altijd dichtbij mijn werk geweest. Toen ik in de jaren negentig trainer van Go Ahead Eagles werd zat ik drie kwartier in de auto. En Enschede is een minuut of twintig reizen.” Want na zijn actieve loopbaan wordt Van Staa aanvankelijk trainer. Na het beëindigen van zijn actieve loopbaan in 1988 wordt hij assistent-trainer, trainer en hoofd-jeugdopleidingen bij Heracles en Go Ahead Eagles.

De inwoner van Almelo komt uiteindelijk bij FC Twente terecht en wordt in 2006 zelfs hoofdtrainer van de Tukkers. Op de vraag of dat problemen oplevert, als trainer van FC Twente in Almelo, antwoordt Jan van Staa gevat als altijd. ,,Nee hoor. Gewoon alles blinderen.” Om vervolgens in lachen uit te barsten. Dan serieuzer:,,Er wonen mensen naast me die gek zijn van Heracles. En tegenover me wonen mensen die supporter zijn van FC Twente. In mijn buurt is dat geen probleem.” De periode die Van Staa als hoofdtrainer van FC Twente meemaakt is een bijzondere. Kort na de winterstop volgt de Utrechter de ontslagen Rini Coolen op. In zeven wedstrijden worden er zes overwinningen en een gelijkspel behaald. Het Jan van Staa-effect is geboren. ,,Het was een mooie tijd die ik niet had willen missen.” In Enschede is Jan van Staa nog onverminderd populair. Toch is hij voor de buitenwacht een echte Utrechts voetbalicoon. ,,Hoewel ik jaren voor Heracles en FC Twente heb gewerkt, word ik toch altijd beschouwd als een jongen van FC Utrecht”, aldus Van Staa.

Bijgeloof
Bij FC Twente krijgt Jan van Staa te maken met bijgeloof. ,,We hadden die Zweedse verdediger, Majstorovic. Die bracht een muziekinstallatie mee naar de kleedkamer. De wedstrijd daarna wonnen we. Dan zit je dus elke week in de herrie”, weet hij. ,,Ook droeg ik in die tijd een bepaalde jas. Die moest ik dragen omdat hij geluk zou brengen. Het was alleen een winterjas, dus als het warm was zweette ik me rot. Achteraf denk ik toch: waar was ik mee bezig.” Wedstrijden om half een vindt Van Staa maar niks. ,,Dan zit je drie uur van tevoren al aan de macaroni. Heb je net je ontbijt thuis op. In onze tijd aten we voor de wedstrijd een biefstukje bij Hotel Mitland. Later hoorden we weer dat dat niet goed was.”

De Utrechter kijkt met veel plezier terug op zijn tijd als voetballer bij FC Utrecht. ,,Een schitterende tijd. Als Utregs jochie zat ik op de tribune van de oude Galgenwaard naar DOS te kijken en later mocht ik er voor FC Utrecht spelen. Daar ben ik trots op. Dit is een aparte club. Ik kom hier graag. Mijn familie zit hier nog wekelijks op de tribune en ook mijn zoon is een enthousiaste supporter.” Op dit moment is Jan van Staa werkzaam als scout voor het Turkse Trabzonspor. ,,Ik vind alles leuk. Als het maar met voetbal te maken heeft”, zegt Van Staa. ,,Ik kan trainer zijn, maar ook scout of iets in de jeugdopleiding doen. Al vind ik het net zo leuk om een dagje met een G-elftal op pad te gaan”, besluit het voetbaldier.

www.dannyvanderlinden.com