Door René van Dam

In de zomer van 1974 betovert Nederland de wereld met zijn totaalvoetbal tijdens het WK in West-Duitsland. In Dortmund tonen Cruijff, Neeskens en Jongbloed geen genade met Bulgarije: het wordt 4-1 voor Oranje. Op de tribune kijkt een Amsterdams vriendengroepje goedkeurend toe. Onder hen Heini Otto, een 19-jarige jeneverstoker die zelf niet onverdienstelijk voetbalt bij de Amsterdamse amateurclub SDW. Niemand, ook Otto zelf niet, vermoedt dat hij nog geen jaar later zèlf het Oranjeshirt zal dragen.

Het debuutjaar van Heini Otto uit de Amsterdamse Driehoekstraat leest als een jongensboek. Op zijn huidige werkplek De Toekomst blikt hij terug.

Winnen in San Siro

In de zomer van 1974 stapt Otto over naar eredivisieclub FC Amsterdam en wordt semiprof. Twee

Otto met zijn unieke Oranje-shirt met links bondscoach Knobel en rechts Johan Neeskens.

maanden later betreedt hij de heilige grasmat van San Siro, als FC Amsterdam in de Uefa Cup het grote Inter heeft geloot. Plotseling staat Otto tegenover Giacinto Facchetti en Sandro Mazzolla. De Amsterdamse dwerg wint met 1-2 en schakelt de Italiaanse reus uit. Ook in de competitie weet de jonge middenvelder zijn naam te vestigen. Hij scoort zowel in De Meer als in De Kuip de beslissende goal, waardoor FC Amsterdam zowel bij Ajax en Feyenoord weet te winnen.

Debuut in Oranje

Het debuutjaar eindigt sensationeel: Otto debuteert zelfs in Oranje. Wederom op spraakmakende wijze; hij was niet eens geselecteerd! Bijna 45 jaar later kan hij het nog precies navertellen: “De competitie was ten einde; alleen voor Oranje stond er nog een vriendschappelijke wedstrijd in Joegoslavië op het programma. Mijn teamgenoot Jan Jongbloed was geselecteerd en ik reed hem naar Schiphol. Daar aangekomen zei Jan: ‘Loop effe mee naar binnen voor een kop koffie.’ Daarna wilde ik teruggaan, maar Jan vroeg me nog even mee te lopen.”

Al snel lopen ze bondscoach George Knobel tegen het lijf. Deze begroet Heini op raadselachtige wijze: “Hé, Heini, misschien heb ik je zo nog nodig.” Otto: “Ik dacht dat ik misschien nog wat spullen moest meenemen of zo. Maar even later vertelde Knobel dat Wim van Hanegem niet was komen opdagen. Of ik dan niet mee zou willen? Nou, ik schrok me natuurlijk rot. Maar de bondcoach hoefde het geen twee keer te vragen. Ik sprong in de auto en reed met een rotgang naar huis om mijn paspoort op te halen. Onderweg kwam de politie zelfs nog naast me rijden, maar die deed niet moeilijk. Terug op Schiphol keek ik snel om me heen, maar gelukkig was Van Hanegem niet alsnog gearriveerd. Dus ik kon het vliegtuig in, naast Johan Neeskens.”

Verhaal gaat door onder de foto.

Heini Otto in actie voor FC Amsterdam. Links zijn tegenstander Oeki Hoekema.

Otto vervolgt: “Aangekomen in Belgrado bleek ik ook bij hem op de kamer te slapen. Ik was natuurlijk bloednerveus, plotseling sta je daar, terwijl je niet eens geselecteerd was. Ik zat op de bank, maar op een gegeven moment zei Knobel: ‘Heini, warmlopen!’ Negentien minuten voor tijd kwam ik het veld in voor Peter Arntz. Ik weet mijn god niet of ik in die tijd een bal geraakt heb.”

Nederland verliest op die 31e mei 1975 met 3-0 van de Joegoslaven, maar voor Otto kan de avond niet meer stuk. Even later ontvangt hij het welbekende haasje uit handen van FC Amsterdam-voorzitter Dé Stoop, aanwezig als KNVB-bestuurder. “Dat haasje ben ik in de loop der jaren kwijtgeraakt. Ik heb nog wel twee shirts, die zijn voor mijn kleinzoons.”

Geen vervolg

Het verhaal gaat dat Otto die avond na zijn debuut bij Knobel op de hotelkamerdeur klopte en vertelde zijn interlandcarrière per direct te beëindigen: “Meneer Knobel, als het zó makkelijk gaat, hoeft het van mij niet meer.” Otto nu: “Ha, ja dat verhaal heb ik zelf verzonnen. De werkelijkheid was anders. Een paar maanden later stond de interland Nederland – Polen op het programma. Jan Jongbloed was geselecteerd, dus ik stond alweer klaar om hem naar Zeist te brengen. Die dag had ik toevallig nieuwe voetbalschoenen opgehaald, dus die lagen al klaar op de achterbank. Kortom, ik was er in elk geval helemaal klaar voor. Toen we aankwamen in Zeist, liep ik weer met Jan mee naar binnen. Helaas bleken alle internationals aanwezig te zijn. Ik kreeg nog wel een hand van Knobel, die zei: “Deze keer slaan we even over, Heini.”

Het bleef voor Otto bij die ene interland, al was hij er in 1980 dicht bij: “Tijdens het EK in Italië stond ik stand by, samen met John Metgod. Mocht er iemand tijdens het toernooi geblesseerd raken, dan zou ik als vervanger worden opgeroepen. Mijn vakantie naar Amerika heb ik die zomer ingeruild voor de Amsterdamse Bosbaan, om fit te blijven. De wedstrijden keek ik bij mijn ouders op de bank. Maar tot mijn verbazing raakte er niemand geblesseerd. Ja, in de derde wedstrijd tegen Tsjechoslowakije vielen ze bij bosjes neer, maar werd Nederland uitgeschakeld.”

Vader van de Toekomst

Uiteindelijk bouwde Otto een imposante carrière op, die hem na FC Amsterdam bij FC Twente, Middlesbrough en FC Den Haag bracht. Tegenwoordig staat Heini bekend als ‘De Vader van de Toekomst’. Als ambassadeur van Ajax en gastheer op het jeugdcomplex kan iedereen bij hem terecht. “Ik ontvang de gasten, los problemen op, heb voor iedereen een luisterend oor. En ja, het verhaal over mijn wonderlijke interlandcarrière doet het dan nog altijd goed, haha.”