Door René van Dam

In maart 2010 eindigde de kleurrijke voetbalcarrière van Tommie van der Leegte. De verdedigende middenvelder kan terugkijken op een mooi rijtje clubs: PSV, RKC, FC Twente, ADO Den Haag, Wolfsburg en NAC. Daarnaast genoot hij ook volop van het leven buiten de lijnen. Zo maakte Van der Leegte deel uit van de beruchte ‘bende van vier’ (met Björn van der Doelen, Patrick Pothuizen en Jack de Gier), die het Enschedese nachtleven (te) vaak onveilig maakte. En begin dit jaar belandde hij in een Amerikaanse cel, nadat de douaniers foto’s van een eerder bezoek aan Irak op zijn telefoon vonden. Van der Leegte werd in de boeien geslagen en in de cel gegooid. Zijn homoseksuele celgenoot liet duidelijk merken wel gecharmeerd te zijn van onze ExProf. Na veertien uur werd hij vrijgelaten en het land uitgezet. Samen met de avonturier kijken we terug op een mooie carrière.

Wat doe je tegenwoordig?

“De laatste tijd ben ik ben ik vooral met een paar voetbal-gerelateerde dingen bezig. Zoals met een ‘sportstation’, dat in het buitenland al erg bekend is en dat ik nu ook in Nederland wil wegzetten. Ook ben ik bezig met een ‘ballshooter’, een soort balkanon. Ik hoop dat we die binnenkort bij PSV kunnen testen, wat het is echt een gaaf ding.
Ik heb drie kinderen, dat vergt ook energie. Verder train ik het team van mijn zoon en speel zelf nog bij de veteranen in Helmond. Daarnaast geniet ik van mijn vrije tijd. Als voetballer ben je gewend om veel thuis te zijn. En dat vind ik wel lekker eigenlijk. Een half jaar geleden heb ik een hersenbloeding gehad en dan besef je pas dat het zomaar gebeurd kan zijn. Je moet ook genieten van je kinderen en je vrijheid, van de simpele dingen. Alleen maar werken, die stress, nee, dat is sowieso niets voor mij… Ik kan dat ook niet.”

Hoe kijk je terug op je sportieve loopbaan?

“Ik heb er enorm van genoten en bij mooie clubs gezeten. Achteraf kan ik wel zeggen dat er meer had ingezeten. Maar ik heb zowel gevoetbald als van het leven genoten. Als ik puur en alleen als prof had moeten leven, dan was ik veel eerder gestopt.”

Wat benauwde je dan het meeste aan het voetbalwereldje?

“Kijk, je leeft als voetballer van wedstrijd tot wedstrijd, maar ik moest me ook kunnen ontladen. Vóór de wedstrijd deed ik er alles aan, maar na de wedstrijd ging ik toch een biertje pakken, of we nu wonnen of verloren. Nee, dat werd me niet altijd in dank afgenomen. Maar in die tijd ging je ook vaker als team een avondje stappen. Dat gebeurt tegenwoordig veel minder, je hebt nu een hele andere generatie voetballers. Bij Wolfsburg was het trouwens nog veel zakelijker. Ik ben blij dat ik anderhalf jaar in de Bundesliga heb mogen spelen, maar dat was voor mij echt de max. Sfeer en ontspanning waren voor mij erg belangrijk.”

Je stopte vrij plotseling, terwijl je nog een jaarcontract had bij NAC.

“Ik sukkelde al een tijd met blessures, maar mentaal was ik er ook klaar mee. Ik kon me niet meer wekelijks opladen. Met alle respect hoor, maar Excelsior uit, pff…. Ik merkte het ook aan mijn prestaties. Thuis tegen PSV wonnen we met 2-1 en kreeg ik een negen, de week erna bij Excelsior een drie. Ook mijn lichaam had het zwaar te verduren, de dag na de wedstrijd kon ik nauwelijks mijn bed uitkomen. Ik heb mijn contract verscheurd en gezegd ‘ik trek het niet meer, ik stop ermee’. “

Tommie van der Leegte doet ook nog aan footgolf, zoals met Kees Kwakman (rechts).

Wie is jouw favoriete ExProf ?

“Jan Wouters vond ik een bijzonder mens. Hij was keihard, haalde altijd het maximale uit zichzelf. Op mijn zeventiende kwam ik bij de eerste selectie van PSV. Jan sloot later aan omdat hij het WK in Amerika had gespeeld. Die eerste training met Jan zal ik nooit vergeten. Ik was gewoon lekker aan het ballen, maar Jan schoot meteen uit zijn slof. ‘Verdomme, heb je nooit geleerd die bal twee keer te raken!?’ Hij schold me helemaal verrot, ik stond gewoon te rillen op het veld. Maar dat betekende alleen maar dat hij het in je zag zitten. Op het veld had Jan een geweldige mentaliteit, maar buiten het veld kon hij ook de knop omzetten. Hij was ook een gezelligheidsmens, die na de wedstrijd een biertje pakte. Daarna ben ik hem nog als trainer tegengekomen. Hij was als trainer trouwens rustiger dan als speler. Hij heeft mij toen mijn debuut in de Champions League gegund, daar ben ik hem weI dankbaar voor. Een mooi mens.”

En wie was jouw favoriete trainer?

“Dan moet ik er twee noemen, namelijk Martin Jol en Fred Rutten. Bij RKC zag Martin Jol het helemaal in mij zitten. Hij kon je ontzettend motiveren, je enorm veel vertrouwen geven. Niet voor niets heb ik toen ook een goede periode gehad.
Bij FC Twente kreeg ik vervolgens te maken met Fred Rutten. Dat was een trainer waarvoor je echt door het vuur ging. Hij was echt geïnteresseerd in je, ook buiten het voetbal om. Daarnaast kon hij ook keihard zijn, hoewel veel mensen dat niet achter hem zoeken.
Ik moet trouwens ook Ronald Koeman nog even noemen. Ik kwam onder hem nauwelijks aan spelen toe, want bij PSV had ik Timmy Simons voor me. Maar zijn trainingen waren erg goed, net als zijn benadering naar de spelers toe. Hij vond gezelligheid en ontspanning ook belangrijk. Dan wat het van ‘Pak vanavond lekker een wijntje, morgen op de training zweet je het er wel weer uit.”

Volg je het voetbal nog?

“Zeker, al wordt de Eredivisie wel steeds lulliger om naar te kijken. Er gaan steeds meer spelers op jonge leeftijd naar het buitenland, zo blijft er wel erg weinig over. Zoals Kluivert naar AS Roma…. ik vind het te snel hoor. Al begrijp ik hem ook wel. Ik ken Erik ten Hag goed, heb hem als speler meegemaakt. En als ik hem dan voor de camera zie… Dan hoor je dat zijn trainingen en besprekingen erg langdradig zijn. Ik kan me voorstellen dat zo’n Kluivert denkt ‘Hier heb ik geen zin meer in, ik leer hier niet van’. En hij kan nu een mooie klapper maken. Toen Royston Drenthe naar Real Madrid ging dacht ik alleen maar ‘Dat zou ik ook gedaan hebben’. Iedereen roept dat hij veel meer uit zijn carrière had moeten halen, maar hij is zelf blij dat hij gestopt is. Het voetballeven is echt niet zo mooi als veel mensen denken. Weer een trainingskamp, weer alleen op een hotelkamer, voetballen bij 30 graden. Nee, het wordt mooier gemaakt dan het is.”