Door Maarten Bax

“Ik heb een mooi leven gehad, bij leuke clubs gespeeld, fijne medespelers gehad en, denk ik, alles uit mijn carrière gehaald.” Toch belandde ook Richard Goulooze in het befaamde zwarte gat, net als veel andere ExProfs. “Dan heb je zeventien jaar betaald voetbal gespeeld, ben je in de dertig en denk je heel wat te zijn. Maar in het bedrijfsleven stel je geen fuck voor. Je bent gewoon een nono.”

Voor wie twijfelt: anno 2019 gaat het Goulooze meer dan goed. De inmiddels 51-jarige Alkmaarder heeft na wat jaartjes zoeken zijn draai gevonden. “Ik heb een eigen bedrijf (TR8COMM, red.) dat voor grote retailers webshops en websites bouwt. Maar dat was wel na een periode van twaalf ambachten en dertien ongelukken. Want wat heb ik níet gedaan na mijn sportieve loopbaan? Iets in de luchttechniek, iets in het verzekeringswezen, verschillende baantjes bij de Nuon, en ga zo maar door. Ja, ik ben een tijdje echt zoekende geweest. Je hebt na al die jaren profvoetbal dan wel een groot netwerk, maar je bent eigenlijk helemaal niks.”

Richard Goulooze (rechts) met Thomas Rongen.

ExProf Goulooze voetbalde ruim 350 wedstrijden bij elkaar. Zijn clubs waren AZ, Cambuur, Heerenveen en N.E.C., naast het Engelse Derby County en de New England Revolution in de VS. “Amerika was mijn meest avontuurlijke periode, een droom zelfs. Het was te gek dat die kans zich voordeed. Thomas Rongen (een Nederlander, die al jaren in Amerika in het voetbal zit, red.) zocht eigenlijk een paar spitsen. Hij is een verre achterneef van mijn vader en kwam zo bij mij terecht. Het was in de periode dat ik met Jaap Stam achterin het centrale duo van Cambuur vormde. Ja, dat was toen redelijk makkelijk voetballen met Japie, haha. Enfin, op een gegeven moment vroeg Rongen of ik zelf geen interesse had om naar Amerika te komen. De New England Revolution was bereid de transfersom te betalen en zelf kwam ik snel rond. Later kwam Edwin Gorter ook over. Het was een prachtige tijd. Alles was heel goed geregeld en Boston was een mooie stad.”

Hoewel het niveau wat achterliep bij dat van Nederland – “de basiself was goed, maar de reserves vaak een stuk minder” – genoot Goulooze vooral van de hele sportbeleving aan de overkant van de grote plas. “Vergis je niet. Voetbal was daar toen al een heel grote sport. Een amateurclub had soms tienduizend leden, ondanks de concurrentie van de bekende grote sporten daar, zoals honkbal en basketbal. Onze club werd heel professioneel geleid, compleet met een diëtiste, krachttrainers en andere specialisten. Dat had ik in Nederland nog niet meegemaakt, hoogstens bij Heerenveen vanwege de samenwerking met de sportopleiding van het CIOS. Bij Derby County ging dat heel anders. Daar trainden we zelfs zonder warming-up, en voor een wedstrijd namen we alleen een warm bad. Ik liep de ene na de andere blessure op. Maar ook daar zijn de tijden veranderd. Laatst was ik er even terug en wist ik niet wat ik zag: een Derby County Academy van 100, 150 miljoen pond! Dat heeft Ajax of PSV echt niet.”

Het is 1993 als Richard Goulooze (links), samen met Simon Coleman van Derby County, de Bass Charity vaas heft. In de finale versloeg Derby County West Bromwich Albion met 3-1.

Tegenwoordig voetbalt Goulooze alleen nog in de veteranen van de Kolping Boys. “Een vriendenteam van jongens rond de vijftig jaar. We hebben afgelopen seizoen de bekerfinale gehaald, al werden we daarin door Almere City met 8-0 afgedroogd. Maar ja, die hadden dan ook een aantal gasten van rond de 36 rondlopen. Af en toe speel ik ook nog met oud-AZ mee. Volgende week zaterdag spelen we tegen het Nederlands politie-elftal. Ook leuk.”

Zijn opleiding aan de Johan Cruyff University benut Goulooze inmiddels ten volle. “Die hele hoek van verkoop en marketing interesseert me enorm. Wat dat betreft heb ik indertijd in Amerika mijn ogen uitgekeken. Toen ik naar Nederland terugkeerde en bij N.E.C. ging voetballen, dacht ik ‘Wat een pannenkoeken!’ Het liep hier straatlengtes achter. Ik had toen ook bij N.E.C. of AZ wat willen doen, maar de clubs waren er gewoon nog niet aan toe. En trainer, zoals de meeste ExProfs onder ons, wilde ik nooit worden. Vandaar dat ik wel even heb lopen zoeken; ik kon jarenlang echt mijn draai niet vinden.”