Frits Flinkevleugel

Door Michiel Zeegers

Ik woonde in mijn jeugd in Amsterdam Oud-Zuid in een van die prachtige panden in de Valeriusstraat vlakbij het Vondelpark. Als mijn ouders ruzie hadden, wat best vaak geschiedde, dan kwam de buurman aanbellen om de toestand wat te verlichten. Omgekeerd deed mijn moeder dat ook zodra de buurman mot had met zijn eega. Overigens heet dit tegenwoordig met een duur woord ‘mediation’, oftewel bemiddeling, beter bekend als ‘Beter buren’.

De buurman Willem Wilmink geheten, en een bekende schrijver, was gek op voetbal. Hij nam mij op zondag dikwijls mee naar het Olympisch Stadion waar FC Amsterdam zijn thuiswedstrijden speelde. Daar zag ik ze allemaal: Theo Husers, Jan Jongbloed, Gerard van der Lem, Nico Jansen, Leen van der Merkt, Abe van de Ban, Rob Bianchi, Geert Meijer, Frank Kramer en Frits Flinkevleugel. Dat zijn in ieder geval de namen die ik zo kan opnoemen als ik weer terug denk aan die tijd.

Willem Wilmink liet mij dus in mijn jeugd kennismaken met de boys van FC Amsterdam. Hoewel ik in mijn hart al fan was van Ajax, begreep ik heel goed waar zijn fascinatie vandaan kwam. De jongens waren aanraakbaar, sowieso de underdog en volkser dan de glamourboys van Ajax. Dat bracht een kunstenaar als Wilmink ongetwijfeld meer inspiratie, daar zaten verhalen aan vast. Hij vertelde eens dat hij in zijn jeugd linksbuiten was bij SC Enschede. Dat vond hij maar niks, daar werd altijd tegen hem gezegd: ‘An de lien blievn.’ En: ‘Zorg ervoor dat je nooit aan de lijn blijft plakken, jongen. Ga voor het avontuur!” Ik hoor het hem nog zeggen.

Dat avontuur ging ik zeker aan. Nadat Wilmink verhuisde of het bemiddelen zat was, ging ik daarna vaak met vriendjes naar FC Amsterdam. Zonder geld voor een kaartje, maar glippend en wel richting de boys. En altijd zorgde ik ervoor dat ik zeker een helft aan de kant van Frits Flinkevleugel kon staan, een vechter, een beuker. We hadden contact.

Althans dat dacht ik als klein jongetje, terwijl ik tot grote hilariteit van de omstanders hartstochtelijk riep: ‘Kom op, Frits!’

Frits Flinkevleugel, een naam die Wilmink verzonnen zou kunnen hebben. Later ging ik glippen in stadion De Meer en was ik fan van Tscheu la Ling. Alleen keek die nooit naar mij als ik iets riep. Ben benieuwd wat Wilmink daarvan gevonden zou hebben.

* Frits Flinkevleugel overleed gisteren op 80-jarige leeftijd.