Door Maarten Bax

Het was een moeilijke keuze, die tussen voetbal en kickboksen. ‘Mijn vader was echter onverbiddelijk.’ En dus koos Glenn Helder voor voetbal. ‘Maar de laatste jaren doe ik weer aan kickboksen, hoor, haha. Niemand houdt mij meer tegen,’ aldus de ex-international aan de vooravond van het wereldtitelgevecht tussen Badr Hari en Rico Verhoeven. ‘Ik een favoriet? Nee, hoor. Van mij mogen ze allebei winnen.’

Wat weinig mensen weten is dat Helder ook zaalvoetballer had kunnen worden. Hij speelde, zoals hij dat zelf omschrijft, ‘onredelijk goed zaalvoetbal’ dat hij zelfs Jong Oranje haalde. ‘Ooit, toen ik een jaar of achttien, negentien jaar oud was, zat ik in het eerste bij Rodenburg uit Leiden,’ start Helder zijn ‘flash back’. ‘Wim Rijsbergen (een ex-profvoetballer, die in 1974 nog meespeelde op het WK, MB) was mijn trainer. Toen ik werd uitgenodigd voor Jong Oranje, verbood hij mij dat. Ik moest me concentreren op het veldvoetbal. Daar kon ik veel meer mee bereiken. Bovendien kon ik in de zaal geblesseerd raken, dus nee, ik mocht niet mee. Maar ja, ik wilde natuurlijk toch. Zei Rijsbergen: ‘Als je gaat, sta je bij ons daarna gewoon wissel.’ Ging ik stiekem, speelde ik lekker een potje met onder andere Jeffrey Kooistra, maar stond ik die zondag erop inderdaad ‘gewoon wissel’. Had Rijsbergen het op een of andere manier ontdekt.’

Toen ik eenmaal bij Sparta aan mijn profcarrière begon, was het zaalvoetballen voor mij verboden. Jammer, want ik heb het altijd leuk gevonden. Ik heb behalve de techniek de snelheid voor de zaal. Van een speler leerde ik toen dat je niet per se iemand voorbij hoeft te gaan om te scoren. Edwin Grünholz was dat. Hij was de beste zaalvoetballer waarmee ik gespeeld heb. Toch ging ik bij Sparta uiteindelijk ook stiekem zaalvoetballen. Samen met Winston Bogarde en spits Elden de Getrouwe, weet ik nog wel. Speelden we competitie ergens in Hilversum. Later deed Edgar Davids ook mee.’

Met twinkeling in de ogen: ‘Toen ik daarna bij Vitesse zat, lukte me dat echt niet meer. Toen stond ik teveel in de publiciteit en zou het teveel opvallen. Totdat ik werd uitgenodigd voor het Oliebollentoernooi, ergens bij Alkmaar. Ik wilde graag, maar het mocht niet in de pers komen. Charles Taylor, toenmalig chef sport van De Telegraaf, had toch een stukje geschreven. Het was een soort lofuiting. Hij was een genot om naar me te kijken, et cetera. Ik was er daarom niet boos om, alhoewel ik wel op mijn lazer bij Vitesse kreeg. Zowel van trainer Herbert Neumann als van voorzitter Karel Aalbers. Een boete volgde, haha.’

Helder vervolgt: ‘Toen ik later bij Arsenal speelde hadden we een toernooi in Genk of Gent, dat weet ik niet meer. Ik speelde in een gastenteam met onder andere Simon Tahamata, Jos Daerden en Erik Gerets. Bunga Melati, toen een topteam, had me zien spelen en vroeg of ik het jaar erop bij hun wilde gaan voetballen. Heb ik gedaan. Speelde ik samen met Grünholz. Maar bij dat toernooi stonden we bijna in de finale. Scoorde ik vlak voor rust de 3-2 tegen Barcelona. Verloren we alleen alsnog met 8-3, haha. Die Grünholz was een gigant, creëerde alleen maar ruimte – zowel links als rechts – zodat hij in scoringspositie kwam en zijn tegenstander altijd te laat was. Hij liet zien hoe simpel voetbal is. Johan Cruijff zei het eerder al: ‘Voetbal is heel simpel, maar heel simpel voetballen is heel moeilijk.’’

Helder, 51 inmiddels, speelt tegenwoordig nog steeds zaalvoetbal, weliswaar in een team van veteranen. ‘Het is goed voor mijn lichaam, blijf ik fit van. Net zoals van kickboksen. Squash zou ik bijvoorbeeld nooit doen. Heb ik de techniek niet voor. Voor zaalvoetbal wel. Raak je ook niet geblesseerd. Lekker andere mensen voor de goal zetten. Ik hoef echt niet alleen zelf te scoren. Leuk, hoor. Ik vind het ook leuk om te zien. In mijn tijd kon ik mee in de Eredivisie. Nu niet meer. Ik zou niet echt een storende factor zijn, maar zou niet meer kunnen brengen wat ik vroeger bracht.’