Frank van Mosselveld. Foto: Pulles & Pulles.

Frank van Mosselveld was niet zomaar een voetballer. De oud-verdediger voetbalde zijn gehele carrière in Nederland. Eerst voor Willem II en daarna liefst negen jaar voor RKC Waalwijk. Afgelopen zomer werd hij officieel directeur van laatstgenoemde club en daarmee werd hij de jongste algemeen directeur van een Nederlands Betaald Voetbal Organisatie. Hij kan met recht een clubman worden genoemd.

Van Mosselveld begon zijn carrière bij Willem II. Op zijn negentiende speelde hij al voor het eerste elftal. Als linksbenige verdediger werd hij meteen een belangrijke basisspeler voor de Tilburgers. Na drie goede jaren bij Willem II nam het geloof in de jeugdspeler echter af. “Voor mijn gevoel werd het vertrouwen minder. In plaats van dat ik las dat ik het als jonge speler goed deed, las ik alleen maar dat Willem II op zoek was naar een andere linksback. Daarom besloot ik verder te kijken en destijds stond RKC Waalwijk te boek als opleidingsclub, waar spelers een jaar of twee spelen om vervolgens naar een club als Feyenoord of AZ te gaan. Zelf ben ik ook nog eens geboren en getogen in Waalwijk, dus toen RKC interesse toonde, was het voor mij een makkelijke keuze.”

“RKC was in de tijd dat ik daarheen ging heel ambitieus. Met veel jongens van buitenaf wilde het een stabiele Eredivisie-club worden. Het eerste seizoen dat ik daar kwam te spelen, verliep echter totaal anders dan gedacht. Ik raakte na vijf wedstrijden zwaar geblesseerd aan mijn knie en het seizoen was voor mij dus heel snel over. Zonder mij degradeerden we tot overmaat van ramp ook nog. Dan kan je nagaan hoe groot de klap is als je met veel ambitie en verwachtingen naar Waalwijk gaat en het seizoen erop in de Jupiler League speelt. Zo zie je maar hoe het in het voetbal kan lopen.”

School

“In het voetbal weet je het nooit. Je ziet het met mijn ‘carrièreplanning’. Ik ga naar Waalwijk om een stap vooruit te maken en vervolgens ga ik juist achteruit naar de Jupiler League. Daarom is het belangrijk voor voetballers om naast het voetbal iets achter de hand te hebben, want laten we eerlijk zijn; in de Jupiler League wordt je niet rijk. In de Eredivisie wordt je dat trouwens ook niet. Ik denk dat acht procent van de voetballers over de hele wereld genoeg verdienen om nooit meer te hoeven werken en dan praten we over de Ronaldo’s en Messi’s van deze wereld.”

“Ik heb school daarom altijd belangrijk gevonden. Ik hoor veel voetballers zeggen dat ze te weinig tijd hebben om hun school te doen naast het voetballen, maar dat vind ik echt onzin. Er is geen beroep dat zoveel vrijheid heeft als een voetballer. Om maar te benadrukken; ik heb mijn eindpresentatie voor een VWO-diploma gegeven op een wedstrijddag. In de middag haalde ik mijn diploma en ’s avonds speelden we tegen Roda JC.”

Later in mijn carrière ben ik ook nog een studie begonnen. Toen ik 23 jaar was, begon ik de studie Sportmanagement op HBO niveau. Die heb ik overigens vijf jaar later afgerond. Het leven van een voetbalprof is namelijk maar meestal van je 17e tot aan je 34e. Dat zou dan betekenen dat je bijna 35 jaar moet leven van je verdiende geld voordat je pensioen krijgt als je erna niet geschoold ben om wat te anders te doen.”

Van Mosselveld in het shirt van ‘zijn’ club, RKC.

RKC-icoon

“Ik heb voor mezelf altijd de afweging gemaakt wat ik nou echt belangrijk vind. Het belangrijkste voor mij is een prettige werkomgeving en dat ik me thuis voel. Daarom was het voor mij nooit aantrekkelijk geweest om een transfer te maken. De echte top kwam niet en ik vind het fijner om nu vijf minuten naar de club te rijden dan dat ik bijvoorbeeld anderhalf uur naar Zwolle moet rijden om vervolgens duizend euro meer te verdienen. Eén keer kreeg ik de kans op een mooi avontuur in Australië. Dat is natuurlijk een droom, maar ik kreeg die kans net op het moment dat ik in het laatste jaar zat van mijn studie. Bovendien is er door de jaren heen als Waalwijker toch een stukje clubgevoel ontstaan. Daarom ben ik hier uiteindelijk negen jaar gebleven. Bijkomend is natuurlijk dat ik hier alles heb meegemaakt. Van degradatie naar de Jupiler League tot kampioenschap in de Jupiler League en van play-offs voor promotie tot play-offs voor Europees voetbal. Ik was letterlijk overal bij. Ook toen de club bijna financieel naar de klote was, waardoor we onderaan voetbalden in de Eerste Divisie.”

Benoeming tot algemeen directeur

“In de winterstop van het seizoen 2014-2015 had ik een gesprek met Remco Oversier (toenmalige directeur). Ik vertelde hem dat ik wilde stoppen. Ik had er gewoon geen zin meer in, want het ging slecht en ik stond als aanvoerder een beetje te voetballen in een veredeld jeugdelftal. Remco wilde me behouden voor de club en toen zijn we gaan kijken op welke manier ik aan RKC verbonden kon blijven. In 2016 kwam er een plek vrij op de commerciële afdeling van de club, waardoor ik daar kon zitten. Het sloot namelijk aan bij mijn opleiding en doordat ik zolang bij de club had gezeten, had ik natuurlijk een groot netwerk opgebouwd. Remco ontpopte zich tot een leermeester voor mij. Hij begeleidde mij en nam mij overal mee naar toe. Het idee was dat ik twee tot drie jaar bij Remco in de leer ging om het vervolgens van hem over te nemen. Alleen liep dat anders dan gedacht, want in het voetbal kan je zoals gezegd nooit echt vooruitplannen. Remco vertrok in juni naar NEC en dat zorgde ervoor dat mijn wereld instortte. ‘Hoe zit het dan met mij?’, dacht ik op dat moment. Je hebt namelijk samen een bepaald idee en als Remco dan van de ene op de andere dag vertrekt, is dat idee gewoon weg.”

“Na het vertrek van Remco zijn we als organisatie bij elkaar gaan zitten. We wilden eigenlijk op dezelfde voet verdergaan. Remco was iemand die veel vrijheden liet aan het personeel en dat beviel iedereen goed. Zijn manier van werken, werkte goed voor deze club en dat mocht niet verloren gaan. Iedereen bij de club kende mijn ambitie en wist wat ik wilde. Bovendien werd ik een tijdje begeleid door Remco. Vanuit het personeel werd ik dus eigenlijk naar voren geschoven als zijn opvolger. Doordat het zo breed werd aangedragen, versterkte het natuurlijk mijn idee om mezelf kandidaat te stellen. Daarna heb ik mijn ideeën en plannen als het ware gepresenteerd aan de RvC. Zij waren enthousiast, maar hadden wel een kleine kanttekening. Ze zeiden: ‘Frank, jij bent een clubman hier en jij moet hier nog 40 jaar rondlopen. Als het niet goed loopt hier moeten we een echte clubman wegsturen.’ Maar wat ik destijds ook al aan hen aangaf, het is de verantwoording die ik zelf neem door directeur te worden. Op 13 juli werd ik toen aangesteld als algemeen directeur van RKC.”

Toekomstplannen

“Ik zit hier prima en ik ontwikkel me momenteel heel goed. Ik ben net begonnen en ik had natuurlijk een droom om net als Marcel Brands bijvoorbeeld aan de slag te gaan bij een grote club als PSV. Maar daar is nu geen sprake van. Ik zit hier sowieso nog minimaal vier jaar, maar zeg nou eerlijk: hoe mooi zou het zijn om hier 40 jaar werkzaam te zijn?”