Door Maarten Bax

Bij RBC en MVV kennen ze hem nog wel… En vergeet België niet waar hij bij topclub Club Brugge speelde. Ra-zend-snel was hij, die kleine Gambiaanse aanvaller. Ebou Sillah is inmiddels veertig jaar. Met trots kijkt hij terug op zijn loopbaan, al had er eigenlijk veel meer ingezeten.

Iedereen kent hem in Gambia, met zijn twee miljoen inwoners het kleinste land op het continent Afrika. Rijden doet hij in een dikke auto (Land Rover), maar van pronken houdt hij niet. Hij wenst geen privileges, parkeert zijn auto netjes buiten het hek van het hotel daar waar de afspraak plaats heeft. Ebrima ‘Ebou’ Sillah valt gelijk met de deur in huis. ‘Ik mis het voetbal echt. Ik voelde me die periode heel blij, vooral in Roosendaal bij RBC. Ik maakte een hoop vrienden. Neem Pascal Heije, een hele aardige gozer. Die gaf altijd 100 procent, ging elk duel aan, was een echte winnaar.’

Ebou Sillah op het strand in Gambia. FOTO: Eye4Sports.

Op zijn zestiende belandde Sillah in Twente. Dat was in de tijd dat hij nog voor de jeugd van Real de Banjul speelde. ‘Een Nederlandse scout haalde me voor twee weken naar Nederland. Ik speelde mee op een groot, internationaal toernooi. Ajax nam deel met Van der Vaart en Sneijder, maar ook Feyenoord, PSV, Anderlecht en Club Brugge… Ik werd tot beste speler van het toernooi uitgeroepen. Als kleinste speler kreeg ik de grootste beker, haha. Twente wilde me contracteren, maar ik wilde op zo’n jonge leeftijd nog niet in het buitenland voetballen. Nog datzelfde jaar ging ik naar België en gaf Club Brugge me gelijk een contract. Korte tijd later raakte ik echter voor lange tijd geblesseerd en dan is het lastig je terug in het eerste te spelen.’

Rob Meppelink, technisch directeur van RBC, deed gelijk zaken. Deze snelle sensatie mocht niet verloren gaan. ‘Ik heb in Roosendaal een mooie tijd gekend.’ Na vijftien wedstrijden was de huurovereenkomst echter al afgelopen en koos de Gambiaan voor het Russische Roebin Kazan. ‘Het geld was leuk, maar ik had er geen leven. Vreselijk. Toen ik terugkeerde bij RBC waren er dat seizoen nog maar zeven wedstrijden te gaan. De club stond onderaan. Ik speelde weer links of rechts op de vleugel, wisselde dat af met Nordin Wooter. Nascimento, Heije, Acuna, Henk Vos, nog paar uit België; we hadden best een goed team. Maaskant was de coach, ‘he was my guy’. Goede herinneringen heb ik vooral aan Pascal Heije, een fantastische voetballer, al brak ooit op de laatste training voor een wedstrijd tegen Feyenoord mijn been. Ik was iets te snel… Dat is voetbal. Daarna verloor RBC drie maanden op rij al zijn wedstrijden. De voorzitter riep maar: ‘Waar is Sillah, waar is Sillah? Tegen PSV met onder andere Alex en Van Bommel in de ploeg, zat ik op de bank. Mijn enkel was nog niet 100. Na rust kwam ik erin en was Eric Addo mijn directe tegenstander. Ik maakte hem helemaal gek. Een panna, echt alles… Ik scoorde zelfs de 1-1 en dat in mijn eerste wedstrijd na maanden van blessureleed.’

In 2006 keerde Sillah terug naar België om voor FC Brussels, zeg maar het oude RWDM, uit te komen. Na een half jaar werd de Gambiaan uitgeleend aan een club in Israël om daarna bij MVV te belanden. ‘Bursaspor uit Turkije wilde me in die tijd nog hebben. Ik speelde een oefenwedstrijd tegen Galatasaray and ‘I killed them’, haha. Na de wedstrijd kwam Eric Gerets naar me toe; ik kende hem nog. Hij was mijn ex-coach bij Club Brugge. Na veel getouwtrek met veel geld als inzet, ging ik toch naar MVV waar ik helaas weer eens geblesseerd raakte. Er zat vocht in mijn knie. Ik was toen 33 jaar en ben gestopt.’

‘Football is a gift and I was gifted.’ Sillah realiseert het zich maar al te goed. En toch haalde het supertalent er lang niet alles uit waar er in zat. Ga maar na: op zijn zestiende debuteerde hij al voor het nationale elftal van zijn land. Hij speelde tegen het Liberia George Weah, die in dat jaar werd verkozen tot zowel Afrikaans- als Wereldspeler van het Jaar. ‘Het was een kwalificatiewedstrijd; we speelde thuis in een bomvol stadion. Ik scoorde de winnende goal en werd tot Man of the Match uitgeroepen. En die Weah dacht aanvankelijk dat ik een ballenjongen was, haha. Na afloop nodigde hij me in zijn hotel uit. Uiteindelijk ben ik 55 keer voor ons nationale team uitgekomen.’

En zo had Sillah de kans op voor Ipswich Town in Engeland te spelen. Helaas had hij geen EU paspoort in die tijd. En als Afrikaan moest de club je een vorstelijk salaris aanbieden, anders was een transfer illegaal. Wél speelde hij in de Champions League. Dat was met Club Brugge tegen het Barcelona met toppers als Kluivert, De Boer en Bogarde… In Camp Nou werd het 1-1, in Brugge scoorde Kluivert de enige goal waarna Brugge was uitgeschakeld. Tegen Ajax met onder andere Maduro in de gelederen, stak Sillah ook in topvorm. ‘In de Arena deed ik alles. Ik speelde als een Messi. Maar ja, we hadden drie Messi’s nodig gehad om Ajax te kunnen verslaan.’ Nog even leek er een Braziliaans avontuur in te zitten toen oud-topspeler Bebeto – inmiddels scout – Sillah naar Flamengo wilde halen. ‘Ben je een Braziliaan, vroeg hij. Nee, antwoordde ik. Ik kom uit Gambia, het mooiste land ter wereld. Moest hij lachen.’

Als beroemdheid kreeg hij een stuk land ‘en nog wel meer dingen’ van de vier jaar geleden verdreven dictator Jammeh. ‘Toch heb ik heb hem nooit gemogen, hij heeft zelfs mijn beste vriend ooit vermoord.’ Ondanks de vreselijke recente geschiedenis is Sillah trots op zijn land. Neme het voetbal. ‘Gambia gaat over een jaar voor het eerst in haar historie naar de African Championship of Nations. Dat weet ik honderd procent zeker. We hebben nog maar één punt uit twee wedstrijden nodig: Angola (22 maart, thuis, red.) en Congo (30 maart, uit, red.). Tom Saintfiet, de huidige bondscoach, is echter geen goede coach. Zie zijn statistieken. Ze hebben hem ooit nog eens ontslagen op de dag dat hij had getekend voor een bepaald land. Op de persconferentie liet de voorzitter weten dat hij te weinig goede resultaten in het verleden had gehaald. En waarom was hij nooit coach geweest van een grote Belgische Club?. Weet je wie een goede coach is? Paul Put, ook een Belg. Die had wél overal resultaten neergezet. Hij was hier tussen 2008 en 2011 bondscoach. Nu zijn de spelers verantwoordelijk voor de goede resultaten. Ze zijn allen professional, en spelen overal in Europa.’

In zijn tijd in België trouwde hij met een Belgische waarmee hij ook twee kinderen kreeg. Inmiddels is het stel gescheiden, maar woont Sillah nog wel het grootste deel van het jaar bij onze zuiderburen. ‘Ik kom nog vijf, zes keer per jaar in Gambia, maar woon in België. Ik wil bij mijn kinderen in de buurt zijn. Zelf ben ik inmiddels scout en heb ik overal contacten in Europa. Maar ja, iedereen wil er spelen. Ik heb mijn eigen zoon – nu 18 jaar oud – ook laten zien dat hij niet goed genoeg voor de echte top was. Hij speelt wel in eerste van Hasselt. Goed, iedereen kent me in Gambia, maar ik wil er geen misbruik van maken. De voorbije twee jaar heb ik met voetbal de jeugd proberen te helpen met voetbal. In de nabije toekomst wil ik nog meer voor onze jeugd gaan betekenen. Ja, iets met voetbal natuurlijk, al vind ik ook dat ze naar school moeten gaan.’