Otto Smit is (marketing-)communicatie specialist, ex-amateurvoetballer én fan van Willem van Hanegem, die van 1968 tot 1983 voor Feyenoord, AZ’67 en FC Utrecht uitkwam.

“Van Hanegem was een geniale voetballer, die alles deed op basis van zijn gevoel. Zeker in zijn hoogtijdagen toen hij bijna niks meer kon horen en ook niet meer heel goed kon zien. Uit overlevering heb ik begrepen dat hij als voetballer op een gegeven moment niet echt meer scherp kon kijken. Zijn ogen waren een beetje troebel. Hij had misschien een brilletje of lenzen moeten hebben. Maar ja, een sportbrilletje droeg alleen Joop van Daele (zijn ploeggenoot, red.) en lenzen kenden ze toen geloof ik nog niet. Dus, ja, hij wilde niet op Van Daele lijken. Toen dacht hij: ‘Dan doe ik het maar lekker blind.’

Hij wist toen feilloos, echt feilloos, al vóórdat hij de bal had, waar hij hem naar toe moest spelen. Wat dat betreft was hij nog niet zo goed als Johan Cruijff, maar ik vind hem echt nummer twee van Nederland. Hij had zulke goede inzichten; dat had hij zich zelf niet alleen aangeleerd; het zat vooral in zijn DNA. Hij gaf zulke mooie kromme balletjes. Zijn bijnaam is natuurlijk niet voor niets ‘De Kromme’. Dat was enerzijds door zijn loophouding, want hij was natuurlijk een gedrocht, als je hem vooruit zag sjokken. Maar zijn kromme balletjes, buitenkant voet, waren té mooi om waar te wezen.

6 mei 1970: Feyenoord wint de Europa Cup 1 finale van Celtic met 2-1 met v.l.n.r. Wim van Hanegem, Piet Vrauwdeunt en Coen Moulijn.

Met de kousen omlaag – scheenbeschermers was een vies woord – ging hij als een man in, en als je een trap kreeg, dan gaf je een trap terug. Hij deelde regelmatig geniepige stootjes uit, maar dat noemen wij slim voetballen, haha. Ja, in het heetst van de strijd blokkeerde hij wel eens iemands voetje door erbovenop te gaan staan. Dan keek hij om zich heen en dan vond hij het maar raar dat de persoon achter hem niet door kon lopen, haha. Maar hij deed dat nooit om met opzet iemand langdurig te beschadigen. Nee, na de wedstrijd gaf je elkaar een hand en dan was het voorbij. Bij de huidige generatie is het allemaal veel ‘mietjeriger’.

Daarnaast is Van Hanegem een vette, oude brompot, die op alles en iedereen lekker kan afgeven. Toch zit er in de kern van wat hij zegt altijd een stukje waarheid. Het is maar precies hoe je zijn verhaal leest. Ik heb hem helaas maar één keer live zien voetballen. Dat was in De Kuip, écht in zijn nadagen. Dat vond ik toen een genot, al was hij niet meer op zijn best. Maar het feit dat iemand zó op het veld staat, en dat hij zo’n dominantie uitstraalt waardoor de ballen bij hem binnenkomen en hij ze blind buitenkantje voet doorspeelt… Geweldig! Nee, voor mij is Wimpie echt de nummer één.”