Roelof Buunk (50) is al sinds jongs af aan Feyenoordfan. Spreek hem aan over zijn cluppie en hij brandt los. Shirts, vaantjes en boeken vol foto’s heeft hij. Voor Feyenoord rijdt hij tienduizenden kilometers. “Op het klokkie van mijn autootje staat al ruim zes ton.” Van Mario Been is hij een groot fan. Buunk vertelt.

Buunk met het kampioensshirt van Feyenoord plus twee bekers, die hij van Been kreeg toen die werd uitgeroepen tot ‘Speler van het Jaar’.

“Mijn vader en moeder hadden vroeger een cafeetje in Rotterdam. Ik verveelde me altijd dus ging dan meestal met de tram naar De Kuip toe. Toen had je nog een glad trainingsveld, geen hekkie, niks… Je kwam aanrijden en liep gewoon het veld op. Dat waren nog eens tijden. En toen hoorde ik van Pierre Vermeulen. Ik dacht, hé, dat gaat mijn favoriet worden. Dus ik naar zijn huis in Oud-Beijerland. Hij woonde er net, had rugnummer zeven. Ik bij hem thuis.. Zo’n vent (steekt zijn duim omhoog). Werd een vaderfiguur voor me. Hij snapte mijn verhaaltjes, mijn probleempjes. Op een gegeven moment pikte hij me op, mocht ik in zijn Opel Senator naar het stadion meerijden. Ik voelde me de koning. Ook moesten we soms Mariootje, samen met Henkie Duut ophalen. Die woonden in dezelfde straat, de Bonaventurastraat. Ik zat voorin als jochie en raakte zo een beetje in contact met Mariootje natuurlijk. Ik werd toen langzamerhand ook een beetje Mariofan. Hij was een echte Rotterdammer: niet lullen maar poetsen. Ik ben klein en ik moet het wel met mijn grote bek doen. Beetje bluf, haha…

Vroeger had je natuurlijk geen internet, hoogstens Voetbal International. Dus ik raakte hem met al zijn omzwervingen naar Italië, Roda JC en Heerenveen een beetje kwijt. Jaren later had ik via via zijn telefoonnummer op de kop getikt. Belde ik hem op en zei: ‘Hé, Mario, kan ik even een keertje bij je komen want ik heb een hoop foto’s die gesigneerd moeten worden. Kan dat? Natuurlijk’, riep hij. ‘Kom morgen maar langs’. Dus ik naar hem toe. Het was op 5 december, ik vergeet het nooit meer. Ik zag er inmiddels totaal anders uit, dus ik vertel hem het verhaal dat Pierre en ik hem vroeger ophaalden. Zegt hij gelijk: ‘Jij was dat jochie die voorin zat met dat witte haar.’ Ging hij, zonder wat te zeggen, naar boven en kwam hij even later naar beneden met twee beelden en zette hij ze zo, boem, voor me op tafel. ‘Die zijn voor jou.’ Jij bent een echte fan. Zijn vrouw zat er bij, maakte foto’s. Was echt vette hap. Hij maakte me echt gelukkig, daar kon geen dikke auto tegenop. Ik ben er nog steeds emotioneel van, ben een jongen van de straat, heb ook een verleden…

Buunk & Been: een mooi koppel. Samen in de huiskamer van laatstgenoemde toen Buunk voor een kopje koffie langs kwam.

Mario is jeugdsentiment. Zijn look, zijn bluf, dat matje, zijn gouden kettingen, kut, lul, tering, Pietje Bell, zijn eigen willetje… Ik vind dat hij het bij Feyenoords zijn beste tijd heeft gehad, niet bij Pisa, Heerenveen of Excelsior. Hij was bij Feyenoord mijn grote idool. Vroeger maakte hij altijd grapjes, nu is hij bekeerd… Nee, haha. Met hem is het nog steeds lachen, alleen niet voor tv. Hij is natuurlijk ouder en is trainer geworden, werkt bij FOX… Met Excelsior werd hij kampioentje. Knap gedaan. Bij Feyenoord hebben ze hem natuurlijk een vieze streek geleverd. Ron Vlaar. Toen ze in Ermelo zaten, zat hij met Martin van Geel over Mario te praten. Of ze wel door moesten met hem. Mario was zwaar gepikeerd over zijn ontslag, kwam een tijd niet meer bij Feyenoord over de vloer. Inmiddels komt hij wel weer eens langs. Gelukkig.”