Al in februari 1998 viert de A1 van Ajax het kampioenschap…

Terwijl je zou verwachten dat de stemming er na de vroege titel alleen maar beter op zou worden, gebeurt juist het tegenovergestelde. ‘Iedereen was vanaf dat moment nóg meer op zijn eigen toekomst gericht,’ zo herinnert Bobby Gehring zich. ‘De sfeer werd minder gemoedelijk.

Jack Tol in 1998 in actie tegen Heerenveen. Op de achtergrond medespeler Darl Douglas. FOTO: Ron Richel.

Neem het partijspel op de vrijdagmiddagtraining die steeds harder, feller en fanatieker werd. Het was niet meer zo belangrijk dat we het samen leuk hadden. Ik vond dat best erg.’ Symen Tol vult aan: ‘Op de training braken er regelmatig opstootjes uit. Er was zoveel concurrentie, en dan gingen de spelers nogal eens over de schreef bij het positiespel. Er werd veel geschopt. Dan pakte je de types aan die je niet mocht.’ En Jack Tol: ‘Af en toe was het echt over de grens van het toelaatbare. We spaarden elkaar absoluut niet, er werd vol in gekletst. Van der Kruis had bijvoorbeeld een hele goeie timing. Hij kon een duel ingaan en iemand een knal verkopen, zonder dat hij daarvoor bestraft werd. Ik kreeg ook aardig wat trappen van hem op de training.’ Michael van der Kruis: ‘Een aantal jongens – ik helaas niet – stond opeens veel in de belangstelling: Turay, Hosé, Douglas… Ik kon dat niet altijd even goed hebben. Op de training speelden we geregeld aanval tegen verdediging. Niet om mezelf op de borst te slaan, maar dan had Hosé, die toen de grote man was, veel moeite met mij. Mooi, eindelijk wat tegenstand voor hem, dacht ik dan. En voor mij was het ook van: Nu kan ik het ook een keertje laten zien.’

In het seizoen 2006/2007 komt Michael van der Kruis (met nummer 3) voor Haarlem in actie tegen ‘zijn’ Ajax. De bekerwedstrijd eindigt in 4-0 voor de Amsterdammers. Ryan Babel kopt namens Ajax. FOTO: ProShots.

Sommigen krijgen het gevoel dat er met twee maten wordt gemeten. Jack Tol: ‘Het leek erop dat alles wat de jongens, die nu een contract hadden, halleluja was. En dat was ook vaak zo, hè… Ze waren ook supergoed. Maar er werd niet altijd één lijn getrokken. Niet iedereen werd gelijk behandeld. Zo hadden we met conditietrainer Laszlo Jambor regelmatig metingen. Dan moesten we door een laserstraal heen om een bepaald parcours af te lopen. Ik was altijd fucking snel, eindigde vaak in de top drie. En dan kwam Dirk de Groot met de lijst met uitslagen die hij van Jambor had gekregen. Dan leek hij helemaal verrast: Hé, Jackie Tol heeft snel gelopen! Dan dacht ik: Wat dacht jij dan? Dat ik 15e was of zo? Jij ziet mij toch trainen? Hoe kan dit nu een verrassing zijn? Symen en ik trainden by far het hardst; dat durf ik wel te stellen. Wij trainden op ons dertiende al bij de fitnessclub Medico Vision in Sporthallen Zuid. Naast het voetballen deden we daar aan kracht- en sprinttraining. ’s Morgens vroeg ging om half zes de wekker, want we trainden voordat we naar school gingen. Maar bij Ajax hadden sommige trainers naar mijn mening al een bepaalde bewuste of onbewuste vooringenomenheid, zo van: bepaalde jongens zijn goed en snel, en Jackie niet. Smoesjes van sommige jongens werden vaak per direct geaccepteerd door de technische staf. En als een ander kwam, dan was het: Verdomme, dit en dat. Dan vond ik niet fair. Michael van der Kruis heeft daar eens iets over gezegd. Die ging er tegenin. Vond ik bewonderenswaardig.’

* Dit is een passage uit het onlangs voor ‘Voetbalboek van het Jaar’ genomineerde boek  ‘De Golden Boys, het verloren team van Ajax’. De afgelopen weken werden, en de komende weken zullen enkele daarvan op ExProfs.nl worden getoond. Het boek is overigens overal te bestellen, zowel online als bij de lokale boekhandel. Freek de Jonge zei over het boek: ‘Een beerput gaat open.’ En dat is ook zo. Waarom mislukte deze hele generatie? De schrijvers gaven een onthutsend inkijkje in wat er toen bij Ajax achter de schermen gebeurde… Meer informatie op onze HOMEPAGE.