Ellery Cairo wordt geïnterviewd na afloop van een wedstrijd van de Surilegends

Door: Maarten Bax

Vele ExProfs weten het na hun sportieve carrière even niet meer. Ze leven in een soort van ‘twilight zone’. Wat nu? Ellery Cairo lijkt wat dat betreft zijn draai gevonden te hebben. De inmiddels 39-jarige oud-speler van onder meer Feyenoord, NAC en FC Twente heeft zich gestort op het fysiek trainen van zowel ouderen als talentvolle voetballers. En dat na de mededeling dat hij verlamd zou blijven…

“Als ik puur naar mijn kwaliteiten kijk, ben ik best ver gekomen,” beantwoordt de razendsnelle aanvaller de vraag hoe hij terug kijkt op zijn loopbaan. “Met mijn snelheid en beperkte techniek ben ik toch altijd afhankelijk van andere spelers geweest. Mijn beste tijd? Als jeugdspeler van Feyenoord droom je van De Kuip. Dat heb ik gehaald. Ik ben zelfs kampioen geworden; prachtig. Maar ik was geen basisspeler, zoals daarna bij FC Twente. Daar voelde ik me veel meer gewaardeerd omdat ik een van de dragers van het team was. In Duitsland, bij Freiburg, speelde ik ook erg goed. Daarna ging het wat minder. Bij Hertha BSC was ik te lang onder de indruk van alles. Dat mega grote stadion, die club..! Dat was echt groot, hoor. Bij NAC voelde ik me ongelukkig. Ik kwam terug na in Engeland bij Coventry gespeeld te hebben. Ik had daar al vrij snel een liesbreuk opgelopen. Bij NAC raakte ik op de eerste training ook al gelijk geblesseerd. Dit keer was het me knie. Daar begon pas de échte ellende…”

Cairo was onder andere vanwege zijn enorme snelheid publiekslieveling bij Freiburg.

Later daar over meer. Eerst die ene keer dat Cairo werd uitgenodigd voor het Nederlands elftal. Toch ook een hoogtepunt? Cairo: “Ik werd die dagen door iemand gebeld en dacht dat ik in de maling werd genomen. Ik speelde bij Hertha net lekker en kreeg gelijk van Van Basten (de toenmalig bondscoach, MB) een uitnodiging. Er waren veel spelers geblesseerd. Ook was het een periode dat de hele Eredivisie door hem werd geselecteerd, dus, ach… Natuurlijk, ik was heel blij. Je traint toch met de beste spelers ter wereld. Maar een haasje heb ik nooit gekregen; ingevallen ben ik toen niet tegen Italië. Jammer, al heb ik er wel een mooi shirt aan overgehouden. Dat hangt nu ingelijst op de kamer van mijn zoon.”

Cairo woont al weer een tijdje in Enschede. Hij was het afgelopen seizoen assistent-trainer bij de vrouwenselectie van FC Twente, maar is “goddank” blij dat hij nu fysiek trainer van de ‘bovenbouw’ bij de Eredivisieclub is geworden. “Ik werk toch liever met mannen dan met vrouwen. Dit is erg leuk, die jonge, talentvolle spelers van onder zestien. Ook ‘doe’ ik Jong FC Twente. Zoiets werd vroeger door de fysiotherapeut gedaan. Deze dagen is het een hype dat een specialist dat doet. Het een beetje bankdrukken om gespierde borsten voor de meisjes te krijgen is nu een functioneel explosieve training geworden. De bi- en triceps worden niet getraind, het gaat bijvoorbeeld om een ‘lungehouding’ omdat je als voetballer veel sprint. Zo squatten we met één in plaats van twee benen. Dit werk doe ik twintig uur per week. Daarnaast werk ik nog in een sportschool in Enschede. Dat zijn dan niet-topsporters. En ja, het klopt dat ik ook Kevin-Prince Boateng train. Ik ken hem nog van onze gezamenlijke tijd bij Hertha. Toen was hij achttien, negentien en al een superspeler. Hij was min of meer mijn directe concurrent en de reden dat ik niet niet doorbrak.”

Ellery Cairo (midden) in de sportschool met Kevin-Prince Boateng (links) en Leon Balogun, speler van het Duitse Mainz.

Terug naar ‘de knie’. De ellende begon zogezegd bij NAC. “Mijn knie werd toen met een soort van hormoneninjecties behandeld. Toen ik later wilde gaan afbouwen bij amateurclub DETO, raakte ik al na twintig minuten in de eerste beste vriendschappelijke wedstrijd geblesseerd. Mijn patellapees was afgescheurd. Door al die eerdere injecties was mijn pees zo dun geworden, dat hij het niet meer hield. Toen het gebeurde lag mijn knieschijf aan de zijkant van mijn been. Je zag één gapend gat. Ik moest gelijk naar het ziekenhuis waar ze foto’s maakten. Ze stelden vervolgens een verkeerde diagnose waardoor de revalidatie ruim een half jaar duurde. De fysio dacht dat ik altijd verlamd zou blijven. Feit is dat ik nog wel kan voetballen – zo speel ik nog af en toe bij de Surilegends – maar mijn knie niet meer dan negentig graden buigt. Ach, het is niet anders. Ik heb gelukkig door al die ellende een nieuwe passie gevonden. Door het herstel moest ik de sportschool in. En nou doe ik bijna niet anders. Heerlijk.”