Column Maarten Bax

‘Frank Kramer; hij was me er één… Ik leerde hem kennen toen we beiden bij HFC Haarlem speelden, hij in het eerste, ik in de eerste amateurs. Ik keek mijn ogen uit die dagen. Zij trainden net voor ons, dus kruisten wij elkaar in de kleedkamers. ‘Grote mannen’ liepen er rond. Ruud Gullit natuurlijk, maar ook Gerrie Kleton, Abe van den Ban, Piet Huijg en ga zo maar door. Frank Kramer had vaak het hoogste woord. Lachen kom je mét hem en óm hem.

Dat hij als enige in een aftands Eendje naar het stadion kwam, keek niemand meer van op. Bij hem rammelde alles aan zijn auto, bij al zijn medespelers zag hun bolide er immer gelikt uit. In de kleedkamer werd hij regelmatig gedold vanwege zijn witte onderbroeken. Ouderwets waren ze tussen al die moderne kleurtjes. ‘Heb je nou wéér dezelfde onderbroek aan?’, hoorde ik Gullit nog schreeuwen richting Kramer. De enige reactie was altijd die glimlach… Kramer leek overal maling aan te hebben.

Frank Kramer in 1978 in het shirt van FC Volendam.

Rechtsbuiten speelde hij. Met zijn ietwat gebochelde houding zag het er allemaal niet uit. Kramer was een grillige speler; zo had hij soms zijn dagen dat alles lukte, maar evenzogoed zag je hem de hele wedstrijd niet. Lachen was het die ene keer dat hij voor rust heerlijk in het zonnetje speelde, net dat reepje dat niet door de hoofdtribune in de schaduw lag. De supporters van de roodbroeken riepen al ‘Kramer, lekker in de tweede helft in de kou ballen, jongen?’ Maar Kramer was niet gek. ‘Wacht maar!’ En jawel hoor, na rust stond Kramer gewoon linksbuiten zodat hij wéér in het zonnetje speelde. Had hij even ‘tactisch’ met Barry Hughes, de al even excentrieke trainer van Haarlem, geregeld…

De laatste jaren kwam ik hem nog wel eens tegen als hij met zijn opafiets op weg was van zijn huis in Amsterdam naar dat van zijn vriendin in Amstelveen. Nog altijd die voor hem kenmerkende gebochelde houding. Bij de viskraam aten we eens een harinkje. Zijn jas zat onder de vlekken. Doodleuk vertelde hij me die ene keer dat hij tegenwoordig op ‘walking football zal’, een ‘spelletje’ dat toen nog totaal onbekend was. ‘Nee, niet bij Haarlem, want dat bestaat nauwelijks meer, maar in Volendam. Een beetje wandelen achter een bal aan; ook leuk, hoor.’

Frank, rust zacht. Je was een onvergetelijke, rare vogel.’