Door Danny van der Linden

Het zal niemand ontgaan zijn dat Dirk Kuijt na het kampioenschap van Feyenoord in 2017 besloot te stoppen met betaald voetbal. De spits, die in zijn loopbaan ook voor Liverpool en Fenerbahce speelde, begon zijn professionele carrière in het hart van Nederland, bij FC Utrecht.

30 september 2010. Kuijt speelt met Liverpool tegen en bij zijn oude club, FC Utrecht. Het duel eindigde in een 0-0 gelijkspel. FOTO: Pro Shots / Frank Renia.

Hoewel de blonde oud-international voor FC Utrecht 51 competitiedoelpunten maakte is hij alles behalve onomstreden in de Galgenwaard. ExProfs-correspondent Danny van der Linden besloot daarom hem eens aan de tand te voelen en toog op een zonnige dag naar Katwijk.

Na een korte wandeling over het strand ligt in de duinen het schitterende complex van Quick Boys verscholen. Het is de plek waar Dirk Kuijt als kind zijn eerste stappen op het voetbalveld zette. Hij leek voorbestemd te zijn voor een leven als huisschilder en een aantal jaren voetballen in het eerste elftal Quick Boys op zaterdag. Niemand had kunnen vermoeden dat de aanvaller later in de Premier League zou spelen en zelfs ruim honderd interlands zou halen. Er is veel media-aandacht voor Kuijt, die vandaag met zijn Dirk Kuyt Foundation de plannen voor een sportdag voor mensen met een beperking presenteert. Na alle plichtplegingen schuift Dirk aan voor een gesprek aan. Meteen begint de geboren Katwijker over de recente goede prestaties van de ploeg van Erik ten Hag. De verslaggever wil graag even terug in de tijd, naar een avond in Montfoort. Daar maakten de supporters van FC Utrecht immers voor het eerst kennis met het nieuwe talent.

“Montfoort zegt mij veel. Daar is het voor mij allemaal begonnen. Ik scoorde zes goals. Vanaf dat moment behoorde ik tot de A-selectie van FC Utrecht. Op mijn zeventiende mocht ik testwedstrijden spelen in Zeist. Nol de Ruiter had mij gescout. Hans van Breukelen belde me vervolgens met de vraag of ik voor FC Utrecht wilde komen spelen. Doordat Mols en Haaksman geblesseerd waren, kreeg ik mijn kans. Dat was tijdens een oefenwedstrijd in Montfoort.”

Jij kwam samen met Hendrik van Beelen naar Utrecht.

“Dat klopt. Hendrik was een middenvelder en even oud als ik. Hij was eigenlijk verder in zijn ontwikkeling dan ik en een jaar eerder overgegaan naar het eerste elftal van Quick Boys. We zijn daarna samen naar Utrecht gegaan.”

En in Utrecht kwam je Alfons Groenendijk uit Leiden tegen.

“Ik had nog geen rijbewijs toen ik bij FC Utrecht kwam. In die tijd had je nog geen mobiele telefoons en mijn vader en moeder wisten niet waar ik was. Na een wedstrijd bracht Alfons Groenendijk mij thuis. Hij heeft zich daarna over mij ontfermt. Ik nam vanuit Katwijk de bus naar Leiden en daar haalde Alfons mij op het station op.”

Als jong jochie zat je maar mooi naast een ervaren prof.

“Fons is een vriend van me geworden. Hij was vierendertig en ik zeventien. Ik ben in die tijd altijd met hem opgetrokken. In de eerste jaren van mijn loopbaan is hij heel belangrijk geweest. Ik luisterde goed naar hem. We spraken over van alles, daar is een hechte vriendschap uit ontstaan. We zijn onlangs nog samen naar de musical The Bodyguard in Utrecht geweest.”

Ik kan me herinneren dat jij als invaller achter elke bal aan rende. Dat werd door de supporters van FC Utrecht gewaardeerd.

“Ik ging voor elke bal. Dat is altijd mijn kracht geweest. Ik heb ook Michael Mols meegemaakt, hij was de absolute held in die tijd. Ik zat achter hem. Na een tijdje kon ik Marinus Dijkhuizen uit de basis spelen. Later kwam ik op rechts te spelen. Ook heb ik veel met Igor Gluscevic gespeeld. Daar kon ik het goed mee vinden. Hij is ook ontzettend belangrijk geweest voor mijn carrière en heeft me uiteindelijk aanbevolen bij Benitez die trainer van Liverpool was. Ik heb veel te danken aan Utrecht en aan de spelers waarmee ik daar speelde.”

Kuijt is zielsblij na het winnen van de bekerfinale met FC Utrecht.

Met als hoogtepunt de bekerfinale van 2003?

“De hoogtepunten waren dat wij Europees voetbal haalde in 2001. Wat dat deed met de stad Utrecht was ongelooflijk. Ik zal die boottocht nooit vergeten. Maar de bekerfinale was de bekroning van mijn vijf seizoenen bij Utrecht. In 2002 waren we bestolen en was ik geschorst. Volgens mij is dat ook de enige keer in mijn loopbaan geweest dat ik een schorsing had. In 2003 wilden we revanche. Bovendien kwam daar veel samen: het was ook al bekend dat ik naar Feyenoord zou gaan en dat was de tegenstander van die dag. Ik wilde bij FC Utrecht goed afscheid nemen en aan Feyenoord laten zien wie ze gekocht hadden.”

Iedereen gunde je die stap destijds. Later ging je naar Liverpool.

“Ook dat was weer een stap hogerop. Liverpool is ook een typische club met cultuur en tradities.”

In 2010 hebben we elkaar even gesproken toen je met Liverpool terugkeerde in de Galgenwaard.

“Dat weet ik nog. Die terugkeer was ook heel bijzonder. Het is heel speciaal dat er bij Utrecht nog steeds mensen zitten die er al zaten toen ik er speelde. FC Utrecht is echt een volksclub met mensen die hart hebben voor de zaak. Ook de wedstrijd in Liverpool tegen FC Utrecht vond ik bijzonder.”

Nu overheerst bij veel FC Utrecht-supporters het gevoel dat je Utrecht een beetje bent vergeten.

“Dat is absoluut niet zo. Ik spreek mensen als Foeke Booy en Jean Paul de Jong nog steeds. Ik heb bij Utrecht vijf fantastische jaren gehad en me ontwikkeld tot de speler die in de top van de eredivisie kon meedoen. FC Utrecht betekent heel veel voor mij. Dat beeld is misschien anders… Vorig jaar (in 2016, red.) met die stomme stopwatch in de bekerfinale. Dat is daar zo’n voorbeeld van. Op dat moment zit je in het heetst van de strijd. Ik wil altijd winnen. Op dat soort momenten vergeet ik een beetje dat er camera’s omheen staan en loop je met zo’n stopwatch te zwaaien. Dat geeft een bepaald beeld. Toen ik met FC Utrecht in 2003 de bekerfinale tegen Feyenoord speelde had het voor Feyenoord, en dus voor mij, ook beter geweest als Feyenoord de beker had gewonnen. Toch gaf ik gewoon alles voor Utrecht. Zo zit ik in elkaar. Ik wilde met Utrecht mijn droom waarmaken. Vorig jaar wilde ik ook mijn droom om met Feyenoord een prijs te pakken waarmaken. En tsja… Die gekke stopwatch… Ik hoop dat mensen het nu begrijpen.”

Heb je spijt van dat gedoe met die stopwatch?

“Als ik mensen daarmee het gevoel heb gegeven dat ik Utrecht niet waardeer, vind ik dat wel jammer. Ik gun Utrecht alles en ben er ook heel trots op dat FC Utrecht zich geplaatst heeft voor Europees voetbal. Nu ik gestopt ben met voetballen zal ik misschien meer tijd hebben om vaker bij FC Utrecht te komen kijken.”

Liever niet. Als technisch directeur van Feyenoord kom je dan natuurlijk onze beste spelers weghalen.

“Hahaha… Er lopen wel talentvolle spelers bij FC Utrecht rond. Maar ik heb echt veel aan FC Utrecht te danken.”

Je hebt nu ook een eigen foundation.

“Waarbij ook weer mensen met een FC Utrecht-verleden betrokken zijn. Jan Willem van Dop is voorzitter van de stichting. Het is trouwens ook leuk om te merken dat er niet alleen uit Rotterdam en de Bollenstreek partijen zijn die ons steunen. Ook in de regio Utrecht ondervinden we veel steun. Dat vind ik mooi.”

*** Freelance journalist Danny van der Linden werd door het FC Utrecht-supportersmagazine Forza gevraagd Dirk Kuijt te vragen naar zijn gevoel bij FC Utrecht. Kijk voor meer informatie op: www.dannyvanderlinden.com