Door: Herbert Schagen

We schrijven 29 mei 2011. Ik ben samen met mijn zoon te gast in het Olympisch Stadion om lekker een middagje te gaan genieten van het voetbal tijdens het toernooi om de Copa Amsterdam. Als verwoed Ajaxfans zoeken wij  een mooi plekje op de tribunes.

Herbert Schagen met Johan Cruijff.

De middag verloopt soepel; het is puur genieten van het fraaie voetbal. De  nog jonge Davy Klaassen steelt de show. Uiteraard behaalt Ajax de finale. die via strafschoppen wordt gewonnen ten koste van het Braziliaanse Botafogo. Maar het hoogtepunt voor mij komt niet veel later. Via de speaker wordt bekend gemaakt dat niemand minder dan Johan Cruijff de prijzen zal uitreiken. Cruijff, mijn idool? Ja, het is waar!

Ik bedenk mij dat dit mijn kans is om een keer met Johan op de foto te gaan. Het is nu of nooit. Helaas loopt er drie man beveiliging om hem heen: hij is onbereikbaars. Flink balen, natuurlijk, als ik hem in een VIP-tent zie verdwijnen. Daar mag ik niet naar binnen. Ik besluit maar gewoon om te gaan wachten. Hij moet toch eens weer naar huis, niet? Na een uurtje stapt hij opeens de tent uit. Ik benader hem meteen en vraag: ‘Meneer Cruijff, kan ik even met u op de foto?’ ‘Geen enkel probleem’, antwoord hij. Mijn dag kan niet meer stuk. Zo trots als een een pauw gaan we weer naar huis. Wat een aardige man, die Cruijff! Dat hij toch even de tijd voor ons nam. De foto heeft in mijn woonkamer inmiddels een ereplaats gekregen.”