Maarten Bax

Column Maarten Bax

“Mijn gedachten gaan vandaag (vrijdag 30 maart) even terug naar wat mij exact twee weken geleden overkwam. Het was de avond dat Jean-Marie Pfaff en ik door RTL Late Night waren uitgenodigd om naar de studio op het Rembrandplein te komen. Jean-Marie en ik hadden afgesproken dat hij me een kwartier voor aankomst in Amsterdam even zou bellen. Zo zou ik hem bij de parkeergarage kunnen opvangen om hem naar de even verderop gelegen studio te begeleiden. Zo vaak kwam de in België woonachtige oud-doelman immers niet in onze hoofdstad.

Precies op het moment dat ik zijn belletje verwachtte ging mijn telefoon over. ‘Ja, we rijden nu bij Abcoude, dus we zijn er over een kwartiertje.’ Ik, al aanwezig in de tv-studio, haalde mijn jas op en vertrok naar de afgesproken parkeergarage in de Amstelstraat. In de kou wachtte ik Jean-Marie en zijn maat op. Was het de kou of was het mijn horloge? Het duurde en het duurde… Totdat ik een telefoontje kreeg. Pfaff reed ergens in de binnenstad, maar had geen idee waar precies. Hij had het over een hoog gebouw, een lange straat en een mooie etalage… Enfin, ik begreep er niets van. Totdat ik iets van een aanwijzing kreeg dat leek alsof hij hopeloos verloren op De Dam stond. En ja, hoor. Van daar begeleidde ik hem telefonisch weer terug richting het Rembrandplein waar hij om wat voor reden aan voorbij was gereden. Althans, zo leek het. Terwijl minuten verstreken en de uitzending steeds dichterbij kwam, bleek dat hij opeens in de Spiegelstraat zat. En dat was duidelijk wéér de verkeerde richting op. De zenuwen gingen ons nu pas echt parten spelen. Zou Humbert Tan zonder zijn hoofdgast zijn uitzending moeten beginnen omdat wij zo aan het klungelen waren?

Het verhaal gaat onder de foto door.

Opeens zei Jean-Marie dat hij een ‘kuiswagen’ wel even de weg zou vragen. Deze schoonmaakwagen – u kent ze misschien wel, met van twee van die enorme borstels aan weerszijden van de voorkant – zou hem, zo hoorde ik via mijn mobieltje, zelfs naar het Rembrandplein gaan begeleiden. Intussen haastte ik me door de kou naar het Muntplein om de Belgen al wat tegemoet te komen. En ja, hoor… Wat zag ik daar in de verte aan komen rijden? De in 1987 tot ‘Wereldkeeper van het Jaar’ uitgeroepen doelman werd met zwaailichten van de ‘kuiswagen’ mijn richting op begeleid. Een hele sliert auto’s volgde hun uiterst trage gangetje van 20 kilometer per uur. Terwijl de ‘kuiswagenchauffeur’ bij aankomst trots over zijn heldendaad berichtte, sprong ik snel bij Pfaff in de auto. Met een bloedgang reden we alsnog richting de studio, waar Jean-Marie nog net op tijd kon aanschuiven in verband met het net uitgegeven boek ‘Johan, 14, bijzondere ontmoetingen met het fenomeen’. Zijn naar mij opgestoken hand deed me opnieuw in lachen uitbarsten. We hadden het dan toch maar geflikt.”