Column: Sonny Silooy

Alle Ajacieden in Nederland – inclusief ikzelf – leven naar het volgende moment toe: aanstaande woensdag, de halve finale van de UEFA Cup tegen Olympique Lyon.

Natuurlijk ga je op zulke moment terugdenken aan tijden dat je zelf zo’n wedstrijd kon spelen. Vijfentwintig jaar geleden, in 1992, mocht ik bij Ajax het team delen met spelers als Stanley Menzo, Danny Blind, Wim Jonk, Michel Kreek, John van ’t Schip, Edgar Davids, Aron Winter en Alfons Groenendijk. We waren een hechte groep, onder leiding van coach Louis van Gaal.

Tijdens onze race voor de UEFA Cup speelden wij tegen Osasuna. We vetrokken al een paar dagen van tevoren naar Pamplona om ons op te maken voor de wedstrijd. Naast hard trainen was ontspanning en rust belangrijk. In die tijd had je nog geen iPads of iPhones en al helemaal geen Facebook of Skype, en in de weinige vrije tijd die je had moest je je maar zien te vermaken. Dat deden we met spelletjes. Danny Blind en ik vormden met klaverjassen een gouden team tegen Van ’t Schip en Alfons Groenendijk.

Ajax wint de UEFA Cup. Helemaal links Sonny Silooy. Verder v.l.n.r. Michel Kreek, Aron Winter en aanvoerder Danny Blind met de beker.

Maar er was ook iets anders wat ik leuk vond om te doen: tafeltennissen. ‘Wie wint, blijft staan’ was de regel. Wat mijn teamgenoten niet wisten, was dat ik thuis ook een tafeltennistafel had staan en daar regelmatig heel wat pingpongballen wegtikte. De een na de ander verliet met grote frustratie de pingpongtafel, totdat Van Gaal dacht het beter te kunnen. Spel na spel won ik ook van hem. Het schoot natuurlijk wel even door me heen: ‘Is het wel zo verstandig om mijn coach alle hoeken van de tafel te laten zien?’ Mij leek van niet, dus besloot ik te stoppen. “Nee, hier blijven Sonny, nog een potje!,” beval Louis mij. Ook de potten daarna verloor hij. En wat gebeurde er? Hij besloot ter plekke dat ik de volgende dag mocht spelen. Of dat nu uit schaamte voor zijn verlies was of uit respect voor mijn tafeltenniskunsten, dat weet ik nog steeds niet. We versloegen Osasuna met 0-1. De rest is geschiedenis. We wonnen de UEFA Cup, de enige beker die wij als team nog niet hadden gepakt. Dat Louis verdomd slecht kon tafeltennissen was duidelijk, maar hij bewees vooral maar weer wat een verdomd goede coach hij was.