Buitenspel!

Column: Michiel Zeegers

Ik word soms ‘s nachts wakker en hoor mezelf dan roepen: ‘Tweede paal, tweede paal!’ Mijn vrouw schudt dan altijd meewarig haar hoofd en zegt: ‘Buitenspel’.

Die paar keer per jaar dat mij dat overkomt, ben ik de volgende ochtend altijd chagrijnig. Wat is dat toch? Ik heb geen slecht leven, maar ergens heb ik de afslag gemist.

In mijn jeugd was ik altijd de beste, de snelste, voorbestemd tot iets groots… Mijn vriendjes zagen ook dat ik anders was: tijdens het poten koos ik altijd de zwakkere spelers in mijn team. Als laatste overblijven was immers de grootste nachtmerrie, en dat kon ik als natuurlijke leider niemand aandoen.

Het scoren, het juichen, de ultieme sliding, het getik van de noppen bij het verlaten van de kleedkamers… De geur van pas gemaaid gras, het geluid van het net als je de bal op een bepaalde manier in het dak van het doel schoot, de verslagenheid als de wedstrijden waren afgelast.

Waar ging het mis? Waar eindigde deze goodfeel movie? Waar spatte het uiteen? Waarschijnlijk was ik niet goed genoeg, ontbrak het me aan geluk en was mijn omgeving zich niet bewust van mijn talent. In mijn huidige baan, als conciërge op een scholengemeenschap, heb ik veel contact met talentvolle jongeren. Ook zij hebben hun dromen, weliswaar een andere generatie in een ander tijdsbeeld, maar toch.

Wat mij nu bezighoudt, is de vraag: ‘Hoe kan ik ervoor zorgen dat de dromen van deze jongeren, op welk gebied dan ook, geen ‘buitenspelverhalen’ worden?