Door René van Dam

In 1981 onthult een trotse Aad de Mos ‘de nieuwe Pelé’ te hebben ontdekt. Niet in de sloppenwijken van São Paulo of Rio de Janeiro, maar op de velden van amateurclub Wartburgia. Daar loopt volgens de Ajax-trainer een razendsnelle rechtsbuiten rond, die ‘een versterking voor elke eredivisieclub zou zijn.’ Het betreft de 18-jarige Bennie Blikslager, die inmiddels meetraint bij de Ajacieden. Het populaire weekblad Panorama pakt uit met vier pagina’s over de aanstaande sterspeler. Blikslager laat weten zijn techniek te hebben ontwikkeld op de pleintjes van Amsterdam-Oost, waar buurtgenoot Wim Kieft ‘alleen mee mocht doen omdat hij zo’n mooie leren knikker had.’ Toch troeft Eredivisionist Haarlem Ajax af en verleidt het toptalent met een tweejarig profcontract. Vanaf dat moment rijdt hij dagelijks met clubgenoot Ruud Gullit op en neer tussen Amsterdam en Haarlem.

Aan de Jan Gijzenkade wrijft iedereen zich vergenoegd in de handen: na Gullit heeft Haarlem een tweede sensatie binnengehaald. Als Blikslager enkele weken later van de bank komt om zijn profdebuut te maken stijgt vanaf de tribunes een luid gejuich op, dat zijn hoogtepunt bereikt als de enthousiaste speaker uitroept: ‘Daar is ie dan, Bennie Blikslager, de Pelé van Haarlem!’ Niets lijkt een grootse carrière in de weg te staan.

Maar waar zijn maatje Gullit uitgroeit tot een wereldster blijft de loopbaan van Blikslager beperkt tot 37 minuten betaald voetbal. In zijn eerste maanden komt hij nog tot vier invalbeurten. De laatste keer in de uitwedstrijd tegen Ajax, waar Johan Cruijff zijn terugkeer viert met een grandioze lob over keeper Edward Metgod. Maar vervolgens wordt het stil rond de grote belofte. Pas een jaar later, als iedereen hem alweer vergeten is, wordt hij opgespoord door een journalist van Het Parool. Terwijl Haarlem in Rusland zit voor de Europacupwedstrijd tegen Spartak Moskou, slijt Blokslager zijn laatste maanden bij de reserves van Haarlem. Coach Hans van Doorneveld heeft hem al na enkele maanden uit de selectie gezet: “De spelers werden hem op het laatst spuugzat. Die kwamen klagen en toen heb ik hem uiteindelijk verwijderd. Ik heb alles met hem geprobeerd maar hij bleef maar rotzooien en te laat komen. Als ik hem nodig had kon ik hem niet vinden. Hij woonde op tien verschillende adressen en nergens hadden ze telefoon.” Van Doorneveld verklaart Blikslager nog één kans te willen geven. “Maar dan moet hij niet weer onverstandig gaan doen, want dan graaft hij zijn eigen graf.”

De reactie van Blikslager maakt duidelijk dat die kans niet meer zal komen: ”Ik geef Van Doorneveld openlijk een stok in handen om mij te slaan. Ik help de trainer gewoon een handje om zo snel mogelijk van mij af te komen. Van Doorneveld is een goede trainer, maar als mens een absolute nul. Die man is oneerlijk en onbeschoft. Ik vind het vervelend voor de spelers als zij verliezen, maar voor Van Doorneveld vind ik het prachtig als hij op zijn nummer wordt gezet. Ik heb er maling aan, doe precies waar ik zin heb.” Tussen Blikslager en zijn coach komt het nooit meer goed. Na een kortstondig verblijf – met een amateurcontract – bij Telstar en Volendam dooft zijn profcarrière als een nachtkaars.

April 2019. Blikslager is terug in IJmuiden voor een wedstrijd met de Haarlem Legends. “Het is voor het eerst dat ik terug ben. Ik speelde hier nog onder trainer Fred André, met jongens als Sander Oostrom en Fred Bischot. Deze hoofdtribune stond er toen nog niet, maar verder is er weinig veranderd.” De goedlachse Blikslager kijkt zonder wrok terug op zijn carrière. “Waarom het uiteindelijk niet is gelukt? Ach, in die tijd had je heel weinig begeleiding op het mentale vlak. Tegenwoordig heb je allemaal zaakwaarnemers die alles voor je regelen. Sommige jongens hadden ouders die hen brachten en haalden, dat had ik allemaal niet. Ik stond er alleen voor. Zo had ik soms geen zin om te trainen, en dan ging ik gewoon niet. Misschien had ik wel beter bij Ajax kunnen blijven. Maar ach, al met al heb ik er toch van genoten.”

De slechte band met Van Doorneveld bleek een groot struikelblok. “Ik zal echt niet beweren dat het allemaal de schuld van de trainer was, maar het had er wel mee te maken. Je moet toch een klik hebben. Ik heb meegemaakt dat hij zei: ‘Je speelt zondag, zorg dat je er klaar voor bent.’ Dan ben je blij dat je mag spelen, je geeft de hele week alles, meer dan normaal. En dan wordt op vrijdag de opstelling bekend gemaakt en zit je niet eens bij de selectie. Ik vroeg nog: ‘Hé, trainer, volgens mij ben je me vergeten.’ Maar nee, ik mocht me de volgende dag gewoon melden bij het C-team. Toen bleek dat ik ook daar niet eens in de basis stond, heb ik mijn spullen gepakt en ben ik weggegaan. Daarna ben ik teruggezet naar het tweede en is het niet meer goed gekomen.”

Bennie Blikslager nu..

Blikslager vervolgt: “Bij Haarlem ging het er in die tijd ook nog niet zo professioneel aan toe. Zo speelde ik op een gegeven moment op kapotte voetbalschoenen. Ze stonden helemaal open aan de voorkant. Martin Haar was onze aanvoerder, en ik zei dan: ‘Martin, kijk eens naar mijn schoenen. Je wilt een topniveau halen, dan moet je materiaal toch ook goed zijn?’ Toen het echt niet meer kon ben ik gewoon op mijn gympen gaan voetballen. Pas toen kreeg ik nieuwe schoenen van Van Doorneveld.”

Blikslager speelde bij Haarlem met bekende namen als Ruud Gullit, Hans Kraay jr. en Martin Haar, maar is zelf lyrisch over een andere Roodbroek. “Wijlen Gerrie Kleton, daar stond ik altijd met open mond naar te kijken. Het gemak waarmee hij voetbalde… Dat kon ook niet anders hè, hij heeft op jonge leeftijd drie jaar achtereen op de bank gezeten bij een Europacupfinale. Dat kon je ook wel terug zien. Spelers die tegenwoordig een bal met beide benen kunnen trappen worden al tweebenig genoemd. Maar Gerry voetbalde echt tweebenig, dat heb ik verder niemand zien doen.”

Tegenwoordig werkt Blikslager als private driver bij Airport Limo Service Amsterdam. “Dat bevalt me prima. Sommige mensen hebben zoiets van: ‘Jij hebt toch eredivisie gevoetbald, hoe kan het dan dat je nu nog dit werk doet?’ Maar voor de bedragen die we toen verdienden komen ze tegenwoordig niet eens meer van de bank af. Na het betaalde voetbal ben ik lekker bij de amateurs gaan spelen. Na een korte stop ben ik weer met vrienden gaan voetballen, en dat doe ik nog steeds. Ik heb dus niets te klagen”, besluit de voormalige Pelé van HFC Haarlem.