Door: Aris Zwart

Stiekem doet het een beetje denken aan het verhaal van Aristoteles Onassis… De in 1975 overleden Griek werd van bordenwasser met zijn vrachtvloot miljardair. Bovendien veroverde de reder op zijn oude dag ook nog eens het hart van de Amerikaanse first lady Jackie Kennedy. Nee, flauwekul, bij Bep Thomas is het natuurlijk wel iets bescheidener gegaan. Die trouwde 53 jaar geleden met zijn eerst meissie, Betty. Die is nog steeds zijn grote liefde. Ze hebben twee schatten van dochters, Stella en Lynsey. Ook zijn zij de gelukkige opa en oma van vijf kleinkinderen.

Bep Thomas. FOTO: Pro Shots

Zevenenzeventig is hij tot onze verbazing en dat geef je hem bij lange na niet. Komt door zijn uitstraling, een combinatie van Amsterdamse branie, adremheid, vriendelijkheid en natuurlijk zijn ras Amsterdamse accent. Verder: een mooie grijze kuif en goed en verzorgd in het pak. Je kent dat wel, zo’n man die zich weet te verkopen bij vriend én vijand (waarvan hij er niet veel zal hebben). Thomas is een begrip in de Nederlandse scheidsrechterswereld. Van een generatie terug, dat wel. Van 1975 tot 1991 behoorde hij tot het elitekorps op de Nederlandse én Europese voetbalvelden. En dat allemaal met slechts vijf jaartjes lagere school op zak…

Hoe komt dat nou zo dat ‘scheidsen’? Een beetje kerel gaat toch lekker voetballen?

“Jongen, ik woon dan al wel jarenlang in Amstelveen, maar jij krijgt een ras-Amsterdammer heus niet op de kast, hoor. En maak je maar geen zorgen; ik heb heel wat gevoetbald. Ik begon bij DWS als pupilletje. Ik weet het nog goed. Fritsie Flinkevleugel kwam toen ook instromen. De ouders van toen hadden het niet zo breed. Niets te klagen, hoor, want je was met weinig tevreden. Sporten was voor vele kinderen een prachtige uitlaatklep. Voor ouders was het heerlijk om even van hun kroost af te zijn en ze ook nog onder waakzame ogen van jeugdleiders en trainers te weten. En als je niet op het veld was, liep je wel op straat te voetballen. Ik ben uiteindelijk bij SDW terecht gekomen, speelde er tot 1970 in het eerste en was er aanvoerder. We speelden regelmatig tegen NFC. Misschien heb ik je daar weten verschalken. Ik zou het niet meer weten.”

Okay, geen grappen meer daarover. Dus je hebt toch op een gegeven moment de fluit ter hand genomen…

“Zeker weten. Ik zal het je vertellen. Het was in mijn nadagen bij SDW en stond een keer aan het veld te kijken. Ik had forse kritiek op de scheidsrechter. Nee, niet zo’n beetje, maar écht want hij bracht er geen donder van terecht. Word ik op mijn schouder getikt. Vraagt een man: ‘Zou jij het soms beter kunnen dan?’ Ik: ‘Ja, natuurlijk! Dat kan een blinde nog beter!” De man was een of andere KNVB-hotemetoot… Hij vertelde me dat ik wellicht wel eens heel geschikt kon zijn als scheidsrechter. Hij zei: ‘Kom eens praten.’ Dat heb ik gedaan en niet veel later floot ik mijn eerste wedstrijd in de amateurs. Na een paar jaar amateurpotjes gefloten te hebben, werd ik plotseling uitgenodigd over te stappen naar het betaalde voetbal. En zo is het gekomen. Ik heb er nooit een dag spijt van gehad.”

Bep Thomas (geheel links) in 1983 als scheidsrechter bij een wedstrijd tussen Feyenoord en Sparta. Ruud Gullit kopt namens de Rotterdammers. Louis van Gaal (rechts) kijkt toe.

Uiteindelijk ben je ‘international’ geworden. Wat zijn je mooiste herinneringen?

“Ik heb vooral in de eredivisie vele mooie duels mogen fluiten, maar heb ook internationaal mijn mannetje gestaan, inderdaad. Mooie herinneringen? Zeker! Maar vooral mooie ervaringen, ik kan niet anders zeggen. Ik liet niet met me sollen, dat wisten ze. En daarvoor had ik de befaamde Leo Horn als goed voorbeeld. Het betekent veel uiteindelijk tot topscheidsrechter uitverkoren te worden. Daar sta je dan toch maar met je vijf jaar lagere school en een carrière als stratenmaker; waar ik overigens zeker zo trots op ben, geloof mij nou maar. Hat was een prachtig beroep. Ik droomde er vroeger van dat te worden, net als een ander schrijver droomt te worden. Door stratenmaker te worden, bereikte ik iets waar ik trots op kon zijn. Ik werd ook nog eens voorman, dus mocht leren leiding geven.”

Welke wedstrijd of wedstrijden zijn in je herinnering je mooiste geweest?

“Ja, dat is zonder meer op de EK van 1988 geweest, Denemarken tegen Spanje. Maar ook heb ik veel plezier beleefd aan de kwalificatiewedstrijd Engeland tegen Turkije in oktober ‘87. Alles bij elkaar heb ik, dacht ik, zo’n acht interlands gefloten. Daarnaast heb ik natuurlijk ook internationaal op clubniveau gefloten. Ja, onvergetelijk allemaal. Ik kijk er met heel veel plezier en gepaste trots op terug. En ik fluit ook nu nog wel eens een wedstrijdje, voor de lol dan natuurlijk.”

Vijftigduizend mensen of meer op de tribune… Boezemde je dat een zekere angst in?

Nee, echt niet, geen meter. Ik kwam om zo goed mogelijk te doen wat van me werd verwacht, en daar had ik alles voor over. Ik trainde veel, was altijd topfit, en keek en luisterde in het wereldje hoe het ging. Kijk, ik kan me bijvoorbeeld nog een keer bij PSV herinneren, dat er vanuit een bepaalde hoek PSV-ers het beroemde (sorry voor het woord) ‘Hij is een H…….ul’ werd gezongen. Ik ben toen voor dat vak gaan staan en als het ware dat spul gaan dirigeren. Was ik toch weer even de baas. Maar nu dus als dirigent van dat zootje. Ze hebben er om gelachen en ik heb geen tel last meer gehad. Sommige dingen lossen zich vanzelf op, maar je moet het wel in je vingertoppen hebben. En natuurlijk een oeverloos gevoel voor humor hebben… Geen ijdeltuiterij. Gewoon jezelf blijven.”

Hoe zie je dat tegenwoordig met het scheidsrechterskorps?

“Ja, wat zal ik zeggen? Toch wel erg veel haantjesgedrag, hoor. Vaak geen geboren leiders, maar een beetje geprogrammeerd allemaal. Los van Björn Kuipers; die man is van wereldklasse. Ik vind hem geweldig. Maakt ook fouten, maar dat deed ik ook. Ik wil niet zeggen dat het slecht is tegenwoordig, maar wat ik al zei, ik mis persoonlijkheden. Weet je wie mij vaak beoordeelde? Leo Horn. Ook een echte persoonlijkheid. Daar kon je het ook wel van hebben. Daar stond wel iets tegenover je, hoor. Veel van geleerd toen, binnen en buiten het veld. En dan heb je nog eens al dat gedoe met die ‘oortjes’. Dan heb je soms wel vijf tot zes man aan de lijn om een wedstrijd te leiden. Het zou niet moeten. En dan gaat het nóg wel eens mis op de doellijn… Stond hij net te slapen of zag hij het toch nog fout? Nou ja, het blijft mensenwerk, hoor. Maar mij hoor je niet klagen. Alles is immers anders tegenwoordig. Vooruit blijven kijken dus.”

Dus… Doellijn technologie?

“Ja, natuurlijk! Vandaag nog bij elke wedstrijd! Dat kost wel wat, maar die mannen die de doellijn moeten controleren staan er ook niet voor noppes. En wat hebben ze nou te doen? Je zou sowieso veel meer met beeldtechnologie moeten kunnen doen. Denk je even in dat de scheidsrechter of de grensrechter er helemaal naast zit, wat ze na een wedstrijd terecht nog wel eens toegeven. De beeldschermscheidsrechter geeft een seintje: spel stil leggen, kijken naar de herhaling en het doelpunt afkeuren of juist goed keuren. Wel of geen rode kaart uitdelen et cetera, et cetera. Het zou een hoop ellende voorkomen, toch? En het kan uiteindelijk alleen maar de dan terechte winnaar opleveren.”

Hoe heb je dat leiding geven verder gebruikt in je leven?

“Op een dag dronk ik eens een glas met Michael van Praag (de huidige voorzitter van de KNVB, red.). Michael had iemand nodig voor de interne logistiek van zijn bedrijf in elektronica. Hij vond mij daar de juiste man voor. Ik heb daar uiteraard niet lang over nagedacht en ben daar nooit meer weggegaan. Althans niet eerder dan de pensioengerechtigde leeftijd. Het willen organiseren, leiden en motiveren – people management – heb ik daar ten volle kunnen benutten. Ja, prachtig… Maar in mijn hart ben ik altijd stratenmaker gebleven, hoor.”

Thomas (staand rechts) met naast hem Jan Jongbloed en Pim van der Meent (midden). FOTO: Aris Zwart.

En net als we zo’n beetje het gesprek afronden, komen er bij een paar voetbalcoryfeeën het clubhuis van AFC binnenlopen. Pim van der Meent (1937) was al een poosje aanwezig en had ons met zijn droge humor al een kwartiertje vermaakt. De oud-trainer is na een hersenbloeding lichamelijk beperkter geraakt, maar heeft nog elke dag plezier op de club. Hij ziet oude vrienden dagelijks komen en gaan. Zo ook Jan Jongbloed, de oud-keeper van het Nederlands elftal (twee WK-finales!). Jongbloed was nog niet weg of Theo Cornwall (ooit speler van DWS) en Wim Crouwel kwamen binnen wandelen. Crouwel was een uitstekend honkballer, net als zijn zoon, honkbalinternational Mike Crouwel.

En Bep Thomas? Hij woont (dus) al weer jarenlang in Amstelveen. Thomas (79) blijft jong door sportief bezig te blijven met onder andere golf, fitness en trainingen geven aan de AFC-jeugd. Af en toe fluit hij nog. En praten over voetbal en het leven doet hij met goede vrienden dagelijks nog.