Hennie Ardesch toen…

Het is vandaag precies vijftig jaar geleden dat ADO Den Haag naar Amerika vertrok. Met vijftien andere ploegen behoorde de club tot de pioniers die het voetbal in het land van de onbegrensde mogelijkheden op de kaart moest zetten. Hennie Ardesch was erbij, zoals hij er vandaag ook op de reünie bij zal zijn.

“De organisatie, met René Pas, Piet de Zoete, Theo van der Burgh en Gerard Slager, heeft een heel programma uitgedokterd”, start Ardesch zijn relaas. “We verzamelen ons op de boerderij van Piet, maken daarna met de ADO-spelersbus een tocht, bekijken de expositie met de foto’s uit onze Amerika-tijd en bezoeken het oude Zuiderparkstadion. Ik verheug me er enorm op. Triest alleen dat we er niet allemaal meer bij kunnen zijn. Vijf van ons zijn inmiddels overleden. Wie? Harry Heijnen, Kees Aarts, Jan Villerius, Harry Vos en Aad Mansveld. Ja, dan word je wel weer even wakker gemaakt.”

Wie er wel bij zijn, zijn onder andere Lambert Maassen, Lex Schoenmaker, Dick Advocaat, de al genoemde Piet de Zoete en de 50 jaar geleden al kale Theo ‘De Badmuts’ van der Burch. Ardesch: “Goh, wat hebben wij een mooie tijd gehad in Amerika. We heetten de San Francisco Golden Gate Gales, een hele mond vol. Net als een Braziliaans team en veertien andere Europese teams werden we ingevlogen om het voetbal te promoten. Er zaten bij onze thuiswedstrijden misschien maar acht- tot tienduizend mensen op de tribune. Allemaal immigranten natuurlijk; de Amerikaan interesseerde zich nog niet voor het voetbal. Maar wat hebben we een lol gehad. We reisden van Dallas naar New York, het hele land door. Ernst Happel was onze trainer. Mooie vent. Een man met een wil, die geen woord teveel zei.”

ADO in 1971 op de tram in Amerika met v.l.n.r.: V.d. Burch, Schoenmaker, Vos, Advocaat, Ardesch (met camera), Mansveld, Jochems en Pas.

Voormalig doelman Ardesch, inmiddels 73 jaar jong en nog altijd uiterst kwiek in zijn doen en laten, begon zijn sportieve carrière bij FC Twente. Dat hij zijn maatschappelijke loopbaan altijd wilde combineren met die van het voetbal, kostte hem nogal wat mooie transfers. “In het seizoen 1974-1975, toen mijn collega Piet Schrijvers (ook doelman, red.) de club had verlaten, pakte ik bij Twente mijn kans. Ik speelde zestien competitiewedstrijden en zes Europese duels… We stonden dat jaar tweede, we haalden de vierde ronde van de Europa Cup en ik was de minst gepasseerde doelman van de eredivisie. Maar toen ik eenmaal geblesseerd raakte en ze wisten dat ik vanwege mijn werk ’s middags nooit kon trainen, was het snel over. Toen werd ik direct gepasseerd. Ja, vanaf mijn veertiende behoorde ik al tot de zogeheten ‘stille generatie’, de generatie die in de avonduren studeerde.”

Een stijlvolle duik van Ardesch, vijftig jaar geleden, trainend in San Francisco.

47 jaar lang had Ardesch de meest uiteenlopende banen: in de textiel, met kantoormeubelen, als hoofd verkoop, als docent op het CIOS… Toen hij 62 werd, vond hij de oud-doelman het mooi geweest. “Ik riep al jaren dat ik een keepersacademie wilde beginnen. Dat heb ik toen maar gelijk gedaan. In Nederland bestond zoiets nog niet. Nu wel, dus: de Keepersacademie Twente. Het is fantastisch om te doen. Zo ga ik vier keer per jaar voor de Arsenal Soccer Schools naar Griekenland of Bulgarije. Ik coach daar hun coaches. Mooi werk.”

Als keeper van ADO Den Haag kreeg Ardesch naar zijn eigen zeggen wel vijf keer de kans op een positieverbetering. Toch kwam het nooit van een toptransfer. “Dan vroeg ik weer wat zo’n club mij maatschappelijk kon bieden. Niets, zeiden ze dan. Ja, dan deed ik het dus niet.” Zelfs een overstap naar Atletico Madrid liep Ardesch mis, al was dat om een heel andere reden. “Ik had er al blind voor twee jaar getekend. Marcel Domingo, een oud-keeper uit Frankrijk en de trainer van Atletico, gaf mij zoveel vertrouwen; ik moest wel. Ik had alleen de pech dat de grenzen voor spelers vanuit het buitenland toen niet opengingen. Weg was mijn kans.”

Hennie Ardesch nu…

Voetbalfans vragen het Ardesch nog wel eens: ‘Wat was nou zijn mooiste wedstrijd?’ Ardesch: “Dan denken ze altijd dat ik het over FC Twente tegen Ipswich Town ga hebben. Nee, dus. Ik had mijn bijna-transfer naar Atletico verdiend omdat ik tijdens een toernooi in Madrid zo goed speelde. Ton Thie was geblesseerd en ik mocht invallen. Dat was een geweldige wedstrijd! En ja, die trip naar Amerika was natuurlijk ook helemaal te gek. Een prachtperiode waar ik een boek over kan schrijven. Zo voetbalden we op het kunstgras van het Astrodome van Houston, het stadion waar Cassius Clay ooit bokste. Zowel Thie als ik lagen na onze eerste duik helemaal open, van onze dijen tot onder de knie. Dat was dus meteen ook onze laatste duik, op dat veld. En wist je dat we met ADO nog in de National Soccer Hall of Fame hangen? Ja, man, mooie tijden…”