Door: Maarten Bax

Hij verwierf vooral bekendheid via het zaalvoetbal in Ahoy, van de fluwelen passes en de kopbal over de grond die dubbel telde. Tijdens de Mini-voetbalshow van de NCRV was hij altijd één van de grootste attracties. In de jaren zeventig en tachtig zette je je televisie er voor aan. Zijn naam? André van der Ley.

De in Zeist geboren voetballer (68) woont inmiddels in het verre oosten van het land, in Etten, achter Doetinchem op negen kilometer van de Duitse grens. Tussen het einde van zijn loopbaan en het heden heeft hij rugzakken vol aan wereldervaringen opgedaan, was het niet in Ghana dan wel bij het Nederlands elftal. Maar het liefst wroet hij tegenwoordig in zijn tuin. “Alles een beetje bijhouden vind ik een heerlijke bezigheid.” Zijn tuin ligt op het zuidoosten, perfect voor de zon. Er groeien palmen, olijfbomen, tulpen maar ook sneeuwvlokjes. “En in de zomer lekker bbq’en, heerlijk.”

Van der Ley (rechts) in actie tegen Henk Wery van Feyenoord.

Van der Ley voetbalde voor Go Ahead Eagles en De Graafschap voordat hij er een punt achter zette. Dat was al na tien jaar. In zijn column in De Volkskrant schreef Jan Mulder: ‘Van der Ley is op het voetbalveld net een vlinder, lichtvoetig maar o, zo kwetsbaar!’ “Mijn mentaliteit was niet optimaal,” zo bekend de ExProf. Van der Ley stapte over naar de amateurs, maar ging dus ook zaalvoetballen. Het werd een succes. “Het was een kolfje naar mijn hand.” Zo haalde hij het Nederlands zaalvoetbalteam en behoorde hij met John de Bever en Edwin Grünholz tot de grootste namen in een tijd dat het zaalvoetbal nog floreerde. “Het is al jaren geleden dat Oranje zich voor een EK of WK heeft geplaatst. Gelukkig deed ’t Knooppunt het goed in de Eliteronde van UEFA Futsal Cup. Maar ik vind het zaalvoetbal niet meer zo leuk, ben er niet meer zo happig op. In mijn tijd speelde we gewoon met een viertje (grootte van de bal, red.), en waren slidings en fysiek contact ten strengste verboden.”

Het zwarte gat kende Van der Ley niet. Zo was hij begin deze eeuw werkzaam als trainer bij de jeugd van Vitesse. “Met Theo Bos, Jan Jongbloed en Jan Streuer hadden we een fantastische staf. Bij mij speelden toen Edwin Mulder, Kevin van Diemen en Ricky van Wolfswinkel, mijn pareltje. We wonnen heel veel, in binnen- en buitenland.” Na een half jaartje bij PSV gewerkt te hebben vroeg bondscoach Guus Hiddink hem tot de staf van het Nederlands elftal toe te treden. “Een fantastische periode met het WK van 1998 in Frankrijk als hoogtepunt. Ik was de materiaalman, deed het samen met Frans Hoek. Verder waren toen Neeskens, Rijkaard en Koeman bij de ploeg betrokken.”

André van der Ley als hoofdscout in Ghana tussen zijn talenten.

Vanaf 2002 zwierf Van der Ley de wereld over. Zo was hij werkzaam in Saoedi-Arabië. Voor de club Al-Ahli moest ik 3000 jongens scouten. Er bleven 160 van over. “Ik had een contract van twee jaar, maar die werd tot vijf jaar verlengd. Simon Tahamata heb ik nog daar naartoe gehaald. Mooie tijd.” En zo volgde Ghana waar hij hoofdscout werd van de Red Bull Soccer Academy. “We hadden een fantastisch accommodatie. Ik heb het hele land doorgereisd. We hadden als opdracht talenten naar Europa te brengen, en er zat veel talent, hoor. Ongelooflijk! Jammer was het dat er na anderhalf jaar geen geld meer was. Ik kom de laatste jaren nog steeds in Ghana, maar woon en werk er dus niet meer permanent. Nee, als ik nog een keer wordt gevraagd voor een leuke klus, kunnen ze me bellen. Maar een beetje in mijn tuin wroeten vind ik ook zalig.” En zo slaat vlinder misschien weer zijn vleugels uit.