Abe van den Ban, hier in zijn tijd bij Haarlem, gaat tegenwoordig kaal door het leven. Althans, bovenop zijn schedel, niet onder zijn neus…

De bekendste snor in het betaalde voetbal? Nee, niet die van Johan Derksen, wél die van Abe van den Ban. Deze ExProf was middenvelder bij AZ’67, FC Amsterdam en Haarlem. Daarna opende de kleurrijke Zaankanter een kapperszaak, was hij eigenaar van diverse cafés en een restaurant, én runde hij een asielzoekerscentrum.

De vandaag (14 okt.) 73 jaar geworden Van den Ban over zijn snor: “Ik hoor weleens verwijten dat ik er gel in zou doen of iets anders. Dat is niet waar. In het begin deed ik er zeep in. Dan bleef mijn snor precies in de stand die ik wilde. Dun en strak. Maar als ik ging zweten of het ging regenen… Bah, die smaak. Een biertje drinken werd er ook niet beter op. Dat sloeg direct dood, haha… Ik kleur mijn snor nu wel.

Al op jonge leeftijd wist Van den Ban dat hij een grote snor wilde. “Ik was tien of misschien net elf jaar toen we op vakantie waren in Italië. In Loano, de camping heette Emilio. Dat vergeet ik nooit meer. Ik zag een Italiaan met een enorme snor. Dat wilde ik ook. Vanaf mijn zeventiende heb ik de haren laten groeien. Van mijn vrouw had het niet gehoeven. Het werd mijn kenmerk.”

Slechts twee maal ging de enorme rij haren tussen neus en kin eraf. “De eerste keer vanwege mijn transfer van ZFC naar AZ’67. Van de Tweede naar de Eerste Divisie was een mooie stap. De broers Cees en Klaas Molenaar stelden wel een voorwaarde: mijn haren kort en mijn snor eraf. AZ’67 had een imago van een nette club. Tja, ik moest wel. Gelukkig was alles een halfjaar later weer bij het oude. Ik hoorde later dat mijn komst een goodwill-actie was,” aldus de tegenwoordig veelal in Hongarije wonende ExProf.